De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Modern kolonialisme

Voor ons koloniale leven in Indië hebben wij ons geschaamd. We hebben er driehonderd jaar gezeten. Soms werd daar iets groots verricht, soms werd de bevolking geknecht.

We hebben er mensen uitgemoord en oorlog gevoerd, maar ook scholen gesticht, een politiek bestuur ingericht, bruggen gebouwd, de bevolking en het land ontwikkeld.

Maar door de schaamte zijn we vergeten het goede van het slechte te scheiden. De geweldige hulpbron die het verleden kan zijn, hebben we nooit aangesproken als het ging om, bijvoorbeeld, omgaan met de islam.

Kolonialisme werd verafschuwd.

En terecht, blijf ik zeggen. Maar…

Mijn lieve vader was Indoloog. In het prachtige boek van Cees Fasseur De Indologen: Ambtenaren voor de Oost 1825-1950 staat hij nog op een foto uit 1932 van een cabaretavond van Leidse Indologen.

Mijn vader zag kolonialisme als een proces – misschien wel als een ideologie – om een land snel tot ontwikkeling te brengen. Een ontwikkeling natuurlijk naar westers model, maar met inachtneming van de adat, de gewoontes van de plaatselijke bevolking.

Er is alle reden om het kolonialisme van toen nog eens goed te bestuderen. Hebben wij nog koloniën? In zekere zin wel.

Neem de ambtenarij. Die zou je kunnen zien als verschillende eilanden. Onderlinge samenwerking ontbreekt. Met als gevolg – Albert Jan Kruiter heeft daar met zijn boeken Mild despotisme en De dag dat Peter de deur dichttimmerde op gewezen – dat de mensen die onze hulp in de verzorgingsstaat het hardst nodig hebben, niet worden geholpen. Is er een probleemgezin, dan komen er jeugdbeschermers, leerplichtambtenaren, beleidsmakers, jongerenwerkers, wethouders, schuldhulpverleners, artsen et cetera op dat gezin af. Die kosten samen ongeveer 150 000 euro om dat ene gezin te helpen, terwijl dat gezin moet rondkomen van tachtig euro per week.

Modern kolonialisme (enigszins gejat van Kruiters mild despotisme, die dat weer heeft van Tocqueville) zou die eilanden weer onder één bestuur moeten zien te krijgen.

Mijn kleinzoon kan – volgens geleerden – fysiek honderd jaar worden. Wie wil 35 jaar lang zijn pensioen betalen?

Eén bestuursambtenaar – net als Indië destijds – krijgt de verantwoordelijkheid voor een resort en mag maatregelen nemen die hem goeddunken, maar hij moet problemen zo snel mogelijk oplossen. De mensen die zorg nodig hebben zoveel mogelijk zelf oplossingen laten verzinnen en alleen hen helpen die dat onmogelijk kunnen.

De vraag is dan of je mensen weer enigszins mag uitbuiten.

Dit zal wel moeten.

Op de vraag wat kolonialisme precies inhield, zei mijn vader: ‘Dat de inlanders vroeger werkten voor zichzelf, en toen wij er waren moesten ze harder werken voor zichzelf en ons.’

Hij vond dat niet onrechtvaardig. Hij zag het als een win-winsituatie.

Je zou kunnen overwegen om – wanneer je kijkt naar de zorg – een vorm van modern kolonialisme te overwegen door allereerst weer eens te definiëren wat ziek zijn precies is, wat rechtvaardige hulp is en wat dan een rechtvaardige prijs.

De zorg is het probleem van de toekomst.

Mijn kleinzoon kan – volgens verschillende geleerden – fysiek honderd jaar worden.

Wie wil 35 jaar lang zijn pensioen betalen? Ik denk niemand. En zijn ziektekosten? Ik denk ook niemand. Hij zal hier zelf oplossingen voor moeten verzinnen. Ik weet ook niet welke. Maar ik weet dat een koloniale mentaliteit zou kunnen helpen, zowel de overheid als het individu.