kunst: Lodewijk Napoleon

Moderne koning

In de zomer van 1806 ging Anton Reinhard Falck (1777-1843) naar Den Haag ‘(…) om eens van nabij te zien hoe een koninkrijk opgericht wordt, en dat gaat waarachtig zo gemaklijk in zijn werk, dat ik niet weet of ik er deze natie om bewonderen of verachten moet.’

Er was over de oprichting vier maanden onderhandeld in Parijs; Louis Napoleon werd vervolgens door het Nederlands gezantschap gevraagd het koningschap op zich te nemen. Door boeren met kiespijn: ‘Of wij nu gedwongen zijn om een koning te vragen of niet, één ding is zeker, wij staan vrijwillig voor u, en gesteund door de uitspraak van negen tiende van de natie, om u te vragen uw lot aan het onze te verbinden en te beletten dat wij in andere handen vallen.’

Dat ‘negen tiende’ was nogal een gotspe; de regering van Lodewijk Napoleon over het nieuwe Koninkrijk Holland viel de Nederlanders rauw op het dak. De Bataafse Republiek had dan misschien wel nooit een stabiele regering gekend, maar om dat nobele experiment met één hamerslag te zien veranderen in een erfelijke monarchie, met aan het hoofd een Franse Italiaan, die niet eens van adel was, dat ging ver. J.F. Helmers stak zijn nek uit met het Fragment van een onuitgegeven treurspel: ‘Het vonnis is geveld, ja Grieken! Gij wordt slaven!’

De regeringsperiode van Lodewijk Napoleon tussen 1806 en 1810 is eigenlijk altijd gezien als een beschamende vernedering. Daar is de laatste decennia al veel in veranderd; de tentoonstelling in het Paleis in Amsterdam wil er nu definitief korte metten mee maken. De locatie is om meerdere redenen van belang. Lodewijk veranderde het stadhuis in paleis, en schafte zich een complete hof-inventaris aan. Er werd op gelet dat meubels en stoffering door Nederlandse ambachtslui werden gemaakt, ook al waren die van lage kwaliteit; door intensieve investeringen bleken mannen als Breytspaak en Cuel toch in staat fraaie, zij het een tikje zware empire-meubels te maken. Die stijl paste wonderwel bij het classicisme van het gebouw, en dus zijn die meubels er eigenlijk altijd blijven staan. Dat gold ook voor de klokken en de luchters, et cetera; de stoffering is de laatste jaren met grote aandacht gerestaureerd. De tentoonstelling geeft dus een blinkend, bijna overdadig beeld van vier jaar koningschap, en drie jaar bewoning van het paleis, en in tekstjes en filmpjes wordt verwezen naar de vernieuwingen die Lodewijk doorvoerde. Dat waren er veel: rijkswaterstaat, eenheid van maten en gewichten, een ‘Koninklijk Museum’ als opmaat voor een nationaal kunstmuseum, een Academie voor Wetenschappen, een nationale onderwijs­inspectie, hervorming van het strafrecht, actieve bevordering van de ‘gelijkstaat’ van de religies, in het bijzonder de joodse – enzovoort. Bij het zien van dat rijtje maatregelen doet Helmers’ tandengekners denken aan het bitter gekanker van The People’s Front of Judea: ‘What have the Romans ever done for us?’

Het viel mij op: waar Lodewijks koningschap decennialang werd afgedaan als een ongelukkige aberratie, een ontkenning van alles wat Nederland ooit groot had gemaakt, zo wordt het hier gepresenteerd als een blauwdruk voor ‘modern koningschap’ en al het Oranje-succes dat daaruit kennelijk volgde. De tentoonstelling eindigt met een fier portret van Willem I – ook al zo’n doener – maar eigenlijk is het vooral een lofzang op het huidige koningschap. Lodewijks bemoeienis met de overstromingen in de Betuwe krijgt het kopje ‘watermanagement’. Tiens. Zou d’r soms een nieuwe vorst in aantocht zijn?

Koning Lodewijk Napoleon zijn Paleis op de Dam, Koninklijk Paleis, Amsterdam, t/m 16 september 2012, paleisamsterdam.nl