The New Gospel, regie Milo Rau © NOISE Film

Matera is de beste bijbelse filmlocatie ter wereld. Dat zag filmmaker Pier Paolo Pasolini meteen, toen hij na een vruchteloze zoektocht door de Palestijnse gebieden uiteindelijk een kijkje ging nemen in de hak van de Italiaanse laars. Hij was op zoek naar Bethlehem en hier lag het voor hem klaar, gewoon in eigen land: Matera, hoofdstad van de Basilicata. Toen, in 1964, kon Pasolini meteen gaan draaien, er hoefde nauwelijks iets aangepast te worden. Het was er gewoon nog zoals het tweeduizend jaar geleden was. Il vangelo secondo Matteo (‘Het evangelie volgens Matteüs’) was het resultaat, volgens velen Pasolini’s meesterwerk, ook natuurlijk vanwege Pasolini’s eigen lot, vermoord door zijn eigen volk, net als zijn communistische Jezus.

Sinds Pasolini is de internationale filmkaravaan met grof geweld door het fragiele Matera getrokken. Mel Gibson met zijn Hollywood-epos The Passion of the Christ uit 2004, en de laatste James Bond die nog steeds op de plank ligt, No Time to Die, opgenomen in 2019 in Matera, zoals te zien is in de trailer met achtervolgingen die dwars door de bijbelse locatie scheuren. En daarom, dacht de integere Zwitserse regisseur en theatermaker Milo Rau, had het geen enkele zin dat hij ook nog eens zíjn Christusverhaal in Matera zou gaan draaien. Rau was hiertoe uitgenodigd in 2017 in het licht van Matera’s benoeming tot Europese Culturele Hoofdstad 2019, een lucratieve uitnodiging, maar hij zag het niet zitten. Weer het oude verhaal in de meest perfecte bijbelsetting ter wereld, wat voegde het toe?

Tot Rau, natuurlijk toch getriggerd door de waanzinnige locatie, een kijkje in de omgeving van Matera ging nemen en stuitte op waar je zo vaak op stuit in Zuid-Italië zodra je de ansichtkaart verlaat. Een horrorkamp voor Afrikaanse landarbeiders zonder rechten en papieren, ergens buiten het zicht weggepropt in een verlaten industriële structuur zonder water, elektriciteit of überhaupt iets van menselijke waardigheid. Felandina in Metaponto di Bernalda heette dit kamp van de moderne slavernij vlak bij Matera. En Milo Rau wist: dít wordt mijn jezusfilm. Deze uitgebuite, door niemand geziene mensheid, daar moet het over gaan.

Rau heeft het voor elkaar gekregen. Zijn The New Gospel is de mooiste moderne Passie ooit gemaakt. Of misschien is het beter te spreken van doeltreffend. Rau kiest voor de Jezus-rol de Kameroense activist Yvan Sagnet, die al jaren opkomt voor de rechten van deze moderne slaven in de Italiaanse landbouw. Pasolini’s Jezus was ook een vakbondsleider, de Catalaan Enrique Irazoqui, met zijn priemende, woedende ogen. Een van de vele onvergetelijke momenten in The New Gospel is de scène van Jezus en de Farizeeën in de tempel, die de vorig jaar overleden Enrique Irazoqui repeteert met zijn opvolger-Jezus Yvan Sagnet. Je ziet Sagnet groeien in zijn Jezus-rol, aangevuurd door Irazoqui: ‘Kwader, kwader!’

Dit idee, om het jezusverhaal op te nemen in de setting die zo perfect is dat hij bijna kitsch is geworden, met de ware hoofdrolspelers van deze Zuid-Italiaanse locatie en dit tijdperk, is geniaal. Jezus en zijn Afrikaanse apostelen gaat meer over ons dan welke Passie ooit.

Vanaf 25 maart te zien op picl.nl