Opheffer

Moe van de ironie

De VPRO is moe van de ironie op televisie, lees ik in de Volkskrant.

Ja ja, wat moeten we altijd lachen als de VPRO uitzendt.

Nu Hans Maarten van de Brink weg is, de Godfried Bomans van het omroepbestel, zal het gelukkig een stuk serieuzer worden. Misschien dat eindelijk Wim Kayzer, de Gooise Freek de Jonge, iets minder te doen zal krijgen.

De VPRO en ironie.

Zeeman met boeken! Dat programma is toch veel leuker dan Van Kooten en De Bie?

Moe van eigen ironie… Ik kan er maar niet over uit. De VPRO'ers willen meer «serieuze debatten» die «ergens over gaan».

Mooi hoor, en erg fijn ook.

Dat is net een schrijver die zegt dat er in Nederland «beter geschreven» moet worden. Daar ben ik ook voor. Of een politicus die zegt dat de politiek moet swingen. Zou dat niet leuk zijn. Of een krant waarvan de redacteuren nu eindelijk weleens «echt nieuws» willen brengen. Lijkt me inderdaad nuttig.

De ironie is de laatste jaren erg verdacht. Vermoedelijk denkt men dat «ironisten» een groep vormen die langzamerhand te veel macht heeft gekregen. Dat is natuurlijk niet waar. Sterker: het omgekeerde is het geval. Zodra ergens de ironie opkomt, wordt er meteen hard en fel teruggemept, juist door hen die de macht hebben en totaal niet in het bezit zijn van ironie. Logisch: ironie laat hun zwakke kant zien, ironie toont machtswellust aan, ironie doorziet hen. Ironie, ten slotte — en daarom vinden ze het gevaarlijk — is ongrijpbaar. Ironie is nog altijd de enige levenshouding waar idealisten, fundamentalisten, tirannen, kortom de nazi’s aller landen niet tegen kunnen. De ironie heeft altijd het gelijk aan zijn kant, want is per definitie tegen en leeft in de marge. En wie wil er nu in de marge zitten?

Het begon een paar jaar geleden in de literatuur. Ineens waren er allemaal schrijvers die zich verzetten tegen de lichte toets van de ironie. De Groene Amsterdammer liep daarin trouwens voorop. Wanneer iemand tegen ironie is, dan hoor je heel snel het woord «serieus» vallen, of «serieuzer».

Nou, dat gebeurde dan ook. Het ene serieuze boek na het andere verscheen. Het ene serieuze artikel na het andere.

En?

Boeken worden steeds minder gelezen. Kranten steeds minder verkocht. We zijn allemaal poldermodel geworden. Het kapitalisme — pardon, dat is een woord van vroeger — «de vrijemarkteconomie» zegeviert.

De ironie moet dood — ben ik even blij dat we geen Van Kooten en De Bie meer op de televisie hebben, dat Gerard Reve geen boeken meer schrijft omdat hij te oud is, dat W. F. Hermans godzijdank alweer jaren is overleden en dat niemand meer Jan Blokker leest.

U weet toch wie de Volkskrant had aangezocht om als… (ik lieg dit niet) medecolumnist van Blokker te mogen fungeren? Ik zal het u zeggen: Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, vond Campert en Mulder en Blokker te ironisch en dus had hij… Stan Huygens van De Telegraaf gevraagd om bij de Volkskrant te komen werken. U gelooft het niet? Bel Broertjes even, zeg ik als journalist. Ironie? Nee hoor, volstrekt serieus!

De VPRO heeft een nieuwe directeur, een mevrouw die ik niet ken, maar wier programma’s ik gelukkig wel prachtig vind — juist door hun ironie. Ik vraag me af of zij het debat waarin haar werknemers zeiden dat ze moe waren van eigen ironie heeft opgevat als een motie van wantrouwen. Hopelijk heeft zij wel genoeg ironie in huis, want ironie is ook het enige antigif in een slangenkuil.

Moe van de ironie…

Leve de serieuze omroep.