Verkiezingen in Egypte

«Moebarak is goud waard»

Op 7 december is de laatste ronde van de Egyptische parlementsverkiezingen, waarin oppositiegroepen zich duchtig proberen te roeren. De gewone Egyptenaar ziet deze democratie met vrees tegemoet.

ALEXANDRIË – Aan het eind van de ramadan beweegt een menigte moslims van zo’n duizend man zich na het vrijdaggebed in de richting van de koptische St. George Kerk in Alexandrië, Egypte. Ze zijn woedend op hun christelijke buren die, zo gaat het gerucht, twee jaar geleden in de kerk een voorstelling zouden hebben georganiseerd die anti-islam is. Het zou op dvd zijn gezet en tijdens de ramadan zijn verspreid. De woedende menigte dreigt de kerk binnen te vallen. De politie grijpt in. Een dag vol rellen volgt, waarbij uiteindelijk drie mensen omkomen.

Het land reageert verbijsterd en velen vragen zich af waarom een rel ontstaat over een voorstelling die twee jaar geleden precies één keer verschenen is en waarvan de meeste demonstranten de dvd nog niet eens gezien hebben. Veel kranten beschuldigen de Moslimbroederschap ervan dat ze achter de rellen zitten in de hoop zo meer stemmen te halen tijdens de parlementaire verkiezingen van no vember en december 2005.

Vorige week behaalde de Moslimbroederschap in de eerste verkiezingsronde ongeveer een kwart van de parlementszetels. Op 7 december wordt gestemd in de districten die nog niet naar de stembus zijn gegaan.

Fathi, lid van de nieuwe oppositiebeweging Kifaya (Genoeg), ziet het echter anders: «Het lijkt me niet logisch dat de moslimbroeders gebaat zouden zijn bij religieuze rellen zo vlak voor de verkiezingen. Uit angst voor verdere rellen zullen mensen juist niet op de moslimbroeders stemmen.»

Veel christenen denken juist wel dat de moslimbroeders verantwoordelijk zijn voor de rellen. Een christelijke medewerker van de Amerikaanse Universiteit in Cairo zegt: «In de wijk van de rellen hadden zich twee personen kandidaat gesteld voor de verkiezingen: een kopt en een moslimbroeder. In een poging de situatie weer te kalmeren heeft de koptische kandidaat zich uit de verkiezingen teruggetrokken. Toeval? Lijkt me niet.»

De angst van christenen voor moslimfanatisme wordt nog eens extra gevoed door het feit dat de regering de moslimbroeders in alle vrijheid hun verkiezingscampagne voor de parlementsverkiezingen laat voeren. Zelfs tijdens demonstraties in Cairo en Alexandrië legt de politie hun geen strobreed in de weg. Dat was een paar maanden geleden wel anders, toen vele moslimbroeders tijdens demonstraties opgepakt en opgesloten werden. Uit angst voor vervolging vermeden moslimbroeders, die altijd als onafhankelijke kandidaten aan de verkiezingen meededen (een politieke partij op religieuze basis is niet toegestaan in Egypte) om al te openlijk voor hun lidmaatschap van de Moslimbroederschap uit te komen. Maar dit keer voelen veel kandidaten zich zeker genoeg om op hun campagnepamfletten aan te geven dat ze opereren in naam van de moslimbroeders. Ook de bekende slagzin van de moslimbroeders «Islam is de oplossing» is opeens overal.

Deze slagzin steekt andere oppositiekandidaten aan. Velen storten zich in een soort wedstrijd om de mooiste religieuze kreet. Zelfs regeringskandidaten doen mee, hoewel het bij wet verboden is om tijdens de campagne gebruik te maken van religieuze slagzinnen. «De koran is de oplossing», aldus een kandidaat van de regerende partij in de provincie al-Munufiyya.

Hoe kan de regering meedoen aan deze wedloop en hoe heeft dit uitgerekend kunnen gebeuren in de provincie waar president Moebarak van Egypte oorspronkelijk vandaan komt? «Wat moeten christenen hier wel niet van denken?» vraagt een journalist in een oppositiekrant zich verbijsterd af. «Is het nu hun beurt om met een slagzin te komen? De bijbel is de oplossing, of zoiets?»

Maar niet alleen christenen zijn bang voor moslimfanatisme. Veel moslims zijn dat net zo goed. Dat is begrijpelijk. Na een relatief rustige periode van ongeveer zeven jaar wordt Egypte vanaf eind 2004 weer opgeschrikt door bloedige aanslagen. In april dit jaar hebben maar liefst drie aanslagen plaatsgevonden. Op 23 juli 2005 volgt opnieuw een aanslag, dit keer in de populaire badplaats Sharm el-Sheikh. Van de bijna negentig slachtoffers is het merendeel Egyptenaar. «Slechts» negen buitenlanders komen om. Egyptenaren snappen er niks van. Egyptenaren die Egyptenaren doden? Dit idee is zo absurd dat velen Israël maar de schuld geven. Een paar weken later blijkt echter dat Egyptische bedoeïenen, al dan niet verbonden met al-Qaeda, voor de aanslagen verantwoordelijk waren. Dus toch.

De meeste indruk heeft de aanslag gemaakt waarbij twee vrouwen met een gezichtssluier, de nikaab, een toeristenbus beschoten. De moord op meer dan zestig toeristen in Luxor in 1997 staat veel mensen nog op het netvlies en velen vrezen voor een terugkeer naar deze periode. Egyptenaren zijn echter niet alleen bang een van hun belangrijkste bronnen van inkomsten, het toerisme, te verliezen. Mensen vrezen ook voor hun eigen leven. Het feit dat voor het eerst twee vrouwen met een gezichtssluier bij de aanslagen betrokken waren, heeft voor beroering gezorgd.

Azza, studente economie aan de Ain Shams Universiteit in Cairo, vertelt hoe de aanslagen het klimaat in Egypte veranderd hebben. «Vooral op de universiteiten en in het openbaar vervoer kom je deze vrouwelijke preeksters met de gezichtssluier tegen. Ze zijn vaak heel belerend en proberen iedereen te vertellen hoe je je als een goede moslim dient te gedragen. Een keertje kwam een van hen op mij af om me te vertellen dat mijn hoofddoek te kleurrijk was en dat er te veel plukjes haar onderuit staken. We hebben haar toen gezegd dat ze zich met haar eigen zaken moest bemoeien. Nu, na de aanslagen is dat wel veranderd. Pas begon er eentje in de bus te prediken. Vroeger deden we daar een beetje lacherig over. Nu hielden we onze adem in. We waren zo bang dat ze iets gevaarlijks onder haar gewaad verborgen hield. Misschien zou ze zichzelf wel opblazen of in het rond gaan schieten.» Azza vertelt dat niet duidelijk is wie deze vrouwen zijn en waar ze vandaan komen, maar dat veel mensen vermoeden dat ze contacten hebben met de moslimbroeders.

De nikaab-aanslagen vonden plaats in een periode waarin Kifaya demonstratie op demonstratie tegen het regime begon te organiseren. Velen, zowel binnen als buiten Egypte, zagen dit als een begin van vrijheid en democratie, niet alleen in Egypte maar in het hele Midden-Oosten. Dit gevoel werd versterkt toen Moebarak aankondigde dat nog voor het einde van het jaar de eerste democratische presidentiële verkiezingen ooit in Egypte gehouden zouden worden. Tenminste, als het volk via een referendum voor een grondwetswijziging zou stemmen die het mogelijk moest maken dat meerdere personen zich kandidaat stellen voor het presidentschap.

Veel burgers lieten blijken niet te zullen stemmen. Werd dit ingegeven door een gevoel van machteloosheid ten opzichte van het huidige regime? Misschien. Maar het lijkt er meer op dat ze hopen dat Moebarak president blijft en om die reden niet gaan stemmen. Moebarak zei in de dagen van de terreuraanslagen dit voorjaar voor istiqrar, stabiliteit, te zullen zorgen, althans volgens de vele campagneposters waar het hele land vol mee hing in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van september 2005. Hoewel er negen andere kandidaten zijn, wist Moebarak met bijna negentig procent van de stemmen te winnen.

Fraude? Volgens de oppositiepartijen wel. Maar Muhammad, die als lid van een grote Egyptische mensenrechtenorganisatie het mo nitoren van de verkiezingen heeft begeleid, zegt dat niet alleen fraude de monsterzege kan verklaren. Mensen hebben duidelijk voor Moebarak gekozen, ook door niet te gaan stemmen.

Een scène tussen Fathi, aanhanger van Kifaya, en een taxichauffeur is exemplarisch. De taxichauffeur zegt tegen Fathi dat hij werkelijk hoopt dat Moebarak opnieuw tot president wordt gekozen. «Hoe kan je dat nu zeggen?» vraagt Fathi hem. «Luister», zegt de taxichauffeur, «ondanks al zijn tekortkomingen is Moebarak toch de beste. Hebben we het niet aan hem te danken dat het relatief goed gaat in Egypte? Als er een andere kandidaat komt, wie zal dat zijn? Iemand die meteen in de staatskist gaat graaien? Een religieuze extremist? Zullen dan nog meer aanslagen volgen?» Toen we uitstapten gaf Fathi mokkend toe dat de kloof tussen Kifaya en de «gewone mens» nog groot was.

Ook Azza zegt dat veel mensen tevreden zijn dat Moebarak aan de macht is gebleven: «Veel mensen willen wel meer democratie en inspraak, maar presidentsverkiezingen met nieuwe kandidaten brengen ook het gevaar met zich mee dat iemand anders dan Moebarak tot president gekozen kan worden. En wie wordt dat dan? Een extremist? Zullen er dan nog meer aanslagen volgen? En zullen Amerika en Israël dit niet als een goed excuus zien om Egypte binnen te vallen? Zal een nieuwe leider ons zo niet naar de oorlog leiden? Moebarak is nu al ruim twintig jaar aan de macht en in die periode heeft Egypte geen enkele oorlog meegemaakt. Moebarak houdt niet van confrontaties en dat is goud waard. Gezien de onrustige regionale situatie en de recente aanslagen in Egypte is stabiliteit het enige wat we willen. Alleen dat brengt onze toch al niet zo zonnige toekomst niet verder in gevaar.»

De angst voor moslimextremisme lijkt een schaduw te werpen over de veranderingen binnen het politieke klimaat in Egypte. De spectaculaire opkomst van Kifaya en het feit dat de regering de moslimbroeders geheel hun gang laat gaan tijdens de huidige campagne voor de parlementaire verkiezingen, wekken de indruk dat het politieke klimaat rijp is voor verandering. Maar dat lijkt nu precies het laatste te zijn waar de gemiddelde Egyptenaar behoefte aan heeft.

Iets wat zowel Moebarak als bondgenoot Amerika die de afgelopen verkiezingen graag als een democratische stap voorwaarts ziet, niet slecht uitkomt.