Moed houden

Connie Palmen, Het geluk van de eenzaamheid. € 12,50

Medium palmen

Neerkijken op de populaire cultuur doe ik niet, schrijft Connie Palmen op tweederde van haar filosofische beschouwing over de romankunst, Het geluk van de eenzaamheid. Evenmin zegt ze te willen bekeren, of last te hebben van ideologische toorn. Vooral dat laatste vraag ik me een beetje af. De motor achter dit schrijven lijkt toch op z’n minst ongerustheid, en op sommige momenten ook woede en venijn. Wat ik overigens alleen maar toejuich: ik zie niet wat er mis is met een potje ideologische toorn op zijn tijd. Maar Palmen heeft zich duidelijk ingehouden. Ze noemt de vermaledijde hoogleraar neerlandistiek Thomas Vaessens nergens bij naam, te veel eer natuurlijk, maar is wel met hem in discussie in dit essay. Zoals ze ook zonder hem bij naam te noemen Herman Koch er een paar keer van langs geeft. Eerst als imitator van Salingers The Catcher in the Rye en daarna als de auteur van een roman waarin de keuzes van de protagonist voortkomen uit een geestesziekte. Volgens Palmen verraadt dit ‘een gebrek aan talent en de moed om origineel en persoonlijk te zijn’.
Vaessens toonde zich het afgelopen jaar een pleitbezorger van geëngageerde literatuur, romans die duidelijk in het hier en nu geworteld waren. Of ze dan ook nog eens goed geschreven zouden zijn, vond hij van ondergeschikt belang. Palmens reactie in Het geluk van de eenzaamheid: ‘Niet waarover hij schrijft, maar hoe en wat de romanschrijver over zijn onderwerp te berde brengt maakt literatuur tot literatuur. Elke goede roman is een geëngageerde roman, je moet er alleen wel voor kunnen lezen.’ En verderop: ‘De eis aan de kunst om de dienstmaagd te worden van de actualiteit, om laagdrempelig te zijn en een achterban te zoeken, is een miskenning van haar persoonlijke, originele en autonome wezen.’
Geen speld tussen te krijgen, maar het probleem met algemene decreten is dat het sowieso moeilijk is er iets tussen te wrikken. Man en paard! Namen en rugnummers! Wat is de laatste persoonlijke, originele en autonome roman die Palmen heeft gelezen? Maar voor zoiets concreets hoef je hier niet aan te kloppen. Waarvoor wel? Voor een ontmoeting met Connie Palmen, daarop komt het denk ik neer. Zoals zij het wezen van de literatuur als ‘persoonlijk’ beoordeelt, zo ademt alles wat zij schrijft een even persoonlijke als verleidelijke als onnavolgbare urgentie. ‘De mogelijkheid te schrijven zoals niemand anders voor jou schreef, is het wonder van de literatuur.’
Ja. Zucht. Zo is het maar net. Het knappe van Palmen is dat zij soms de dingen kan formuleren zoals Yvonne Keuls dat ook zou doen, of Carry Slee, maar dat het uit haar mond dan toch niet klinkt als de verwonderde uitroep van de oudere bakvis, maar als een apodictische waarheid.
Het geluk van de eenzaamheid is het tweede deel van wat nu dan toch een reeks belooft te worden, de reeks ‘Over de roman’, die vorig jaar van start ging met een publicatie van A.F.Th. van der Heijden, Kruis en kraai. Het ontzag dat Palmen tentoonspreidt voor de ware romankunst, die met de geschiedenis als rechter zal blijven bestaan, heeft iets hartroerends en ook iets ouderwets. Literatuur is de tegengestelde kracht in de dominante populaire cultuur, per definitie subversief, uniek, origineel. Literatuur is het tegengif tegen alle maakwerk, confectiepakken, middelmaat, de valse troost van de kitsch. Zonder concrete titels of namen valt er niet zoveel tegenin te brengen. Echte kwaliteit loochent zich niet, dat is het idee.
De wijze waarop Palmen het liefst de gordijnen dichthoudt en zich terugtrekt met de ingeklonken groten der aarde (Bach, Bacon, Brontë), is sympathiek, alleszins te billijken, zelfs verfrissend (waarom zou je je altijd maar moeten bezighouden met de waan van de dag?), maar pakt voor een beschouwing als deze ook een beetje gratuit uit. De roman is het zingevend medium bij uitstek in een werkelijkheid die betekenisloos is, aldus Palmen. Ja. ‘Het vermogen de zin van het leven te verzinnen beschouw ik als de mooiste en ontroerendste menselijke kunst.’ Nog een keer ja. Ze ziet zichzelf weliswaar niet als een idealist (‘de idealist koestert het geloof in een verborgen, ware wereld’), maar toch klinkt ze alsof ze zich op de Titanic bevindt die langzaam maar zeker aan het zinken is, terwijl zij met de megafoon voorgebonden de laatste drenkelingen moed aan het intoeteren is.
En passant geeft ze een sneer aan het adres van sociologen die haars inziens nog nooit iets zinnigs over literatuur te berde hebben gebracht. Terwijl als het echt zo is hoe zij beweert, namelijk dat een écht goede roman op gespannen voet zal staan met de heersende opinie van het moment over wat een goede roman is (‘Goede kunst is nieuwe kunst’), dan is het de vraag wanneer en door wie die roman als zodanig erkend zal worden. De literatuurgeschiedenis is – gelukkig – niet bepaald een gestold verhaal van alom erkende meesterwerken, maar eerder een wiebelend bouwwerk dat permanent ‘under construction’ is. Als één beroepsgroep goed is in het elkaar nawauwelen, en het collectief koesteren dan wel afbreken van reputaties, dan zijn het wel de literaire smaakmakers, ook maar bange kinderen van hun tijd. Het definiëren van ‘het wezen van de roman’ zoals Palmen hier doet, is niet niks, maar echt slagkracht in het nivellerende literaire klimaat valt er niet mee te ontwikkelen. Wat officieel vast ook niet haar bedoeling was, maar wat toch mooi meegenomen zou zijn geweest.

HET GELUK VAN DE EENZAAMHEID
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 115 blz., € 12,50