Sport

Moeder

Tennisster Kim Clijsters won dit weekend de US Open. Was dat bijzonder? Nee, want Clijsters heeft wel vaker gewonnen. Ja, het winnen van die titel was bijzonder. Want Clijsters was ruim tweeënhalf jaar geleden opgehouden met tennissen. Op het hoogtepunt van haar carrière, want ze was jarenlang een van de beste tennissters van de wereld. Maar ach, tennissen is ook maar tennissen, vond Kim, want ze wilde moeder worden.
En ze werd moeder. In de krant lazen we over haar nieuwe leven, met haar kleine spruit, Jada. Of ze het tennissen niet miste? vroeg af en toe iemand. Moeder zijn is geweldig, antwoordde ze.
Twee jaar later stond ze in de finale in New York. En ze speelde verschrikkelijk goed. De zusjes Williams? Afgedroogd. Allebei.
Clijsters bereikte haar topniveau in de halve finale tegen Serena Williams. De manier waarop ze speelde was indrukwekkend. Geweldig vast, secuur en gedreven. Agressief. Vol vuur. Het vuur sloeg uit haar oren zo ongeveer, zo vol vuur speelde ze. Het is dat het een fatsoenlijk meisje is, Kim, anders zou het schuim op haar lippen hebben gestaan van agressie. En die wijdopen ogen! Die strakke kaken! Alsof ze vol boosheid zat. Alsof ze woedend was, niet alleen woedend op haar tegenstandster, maar ook op de bal, op de baan, op de umpire, het net, de wereld.
Gruwelijk harde forehands. Vlijmscherp gesneden slice-backhands. Spetterende services. Maar met gevoel, alles. Zoals haar fenomenale volleys en dropshotjes. Geen houden aan. Kim wilde winnen. En Kim zou winnen.
Wat een comeback van Mama Clijsters! Wat een verrassing!
Helemaal geen verrassing. Het lag voor de hand.
Als je na één kind en twee jaar weer terugkeert in ‘het circuit’ en vervolgens met gemak over iedereen heen walst, alsof je niet weg bent geweest – dan duidt dat ergens op. Op een enorm talent, zeker, en op een enorme ambitie, zeker, maar er was méér dat Kim dreef. Die agressie. Die boosheid. Frustratie was het. Verbetenheid. En een soort opluchting: hè hè, eindelijk sta ik weer op de baan. Ik mag weer!
Eindelijk hoefde Kim geen moeder meer te zijn. En ze merkte hoe fijn dat was. Ze voelde zich… gelukkig. Misschien nog wel gelukkiger dan toen ze haar baby voor het eerst in haar handen hield. Dat zou ze natuurlijk nooit hardop zeggen. Maar het was wel zo…
Eindelijk weer een racket in mijn handen en geen babyfles met warme melk, of mijn eigen borst. Eindelijk weer serveren in plaats van verschonen. Even een tennisbal in mijn vingers en geen luier. Heerlijk. Mmmmm!
En Kim sloeg weer een gruwelijk precieze forehand-passing. In gedachten zag ze zichzelf midden in de nacht opstaan om naar de wieg van haar huilende baby te sjokken om haar op te tillen en te – en ze haalde uit en raakte die bal zo vol en zo hard midden op zijn bovenkant dat hij bijna uit elkaar spatte.
Ze serveerde en hoorde in haar hoofd het eindeloze gejengel van de kleine. En haar service werd een geweldige dreun. Een ace. Bij de volgende opslag zag ze resten Olvarit op het parket. Weer een ace. Ze rook weer die luiers – een service van 130 mijl per uur. In gedachten voelde ze weer hoe alles pijn deed aan haar lichaam, hoe moe ze was, hoe krankzinnig ze werd van het gehuil en gejengel en gejank en gepies en gepoep en geverschoon en gepruttel en gekwijl en gespuug en gestaar – en elke klap was nog harder dan de vorige. Het kwam er allemaal uit, zoals de diarree uit haar kleine kabouter.
En sloeg en ze mepte en ze haalde uit… Rake klappen. Ze ranselde dat pluizige ronde bolletje, sorry balletje, dat sidderde onder die kracht. Het boog, maar het barstte niet.
Clijsters zat in een flow. Dat was begonnen toen ze tegen Serena Williams de eerste set won. Williams was daar zo kwaad om dat ze grommend haar racket kapotsloeg. Misschien gilde ze er ook iets bij, iets bozigs of verongelijkts. Een uithaal als van een baby.
Daar begon het voor Clijsters. Boven op haar grote vorm kwam nu haar super-vorm, en die was samengebalde moeder-frustratie en moeder-boosheid en moeder-machteloosheid. Rake klappen. Knal. Bam. Baf. Ze beukte. Hier – bam – heb – bam – je – bam – het – BAF! Hou – bam – je – bam – kale – bam – kop – BAF! Ja! – bam – da! – ja! – bam – da! – BAF!
Kim is weer terug.