Beeldende kunst: De rol van de vrouw

Moeder bij de linnenkast

De vrouw als moeder is in de westerse kunstgeschiedenis goed vertegenwoordigd. Opvallend vaak is die moeder kindvasthouder.

Theo Molkenboer, Moeder bij de linnenkast, 1894/1895, olieverf op doek © Drents Museum

Vincent van Gogh was geen babyschilder maar hij probeerde het toch. Laatst overwinterde zo’n schilderij even in Haarlem. Een baby in het wit op de voorgrond met een dichtgetrokken mond, daarboven een varkensneusje en bolle wangen, diepblauwe baby-ogen op oneindig. Ongecontroleerde armpjes recht vooruit. Twee volwassen handen met breed gespreide volwassen vingers houden het kind op buikhoogte vast. De handen en arm horen bij de vrouw die haar hoofd rechts afwendt alsof ze niet in beeld mag, niet belangrijk is. Het is wel háár kind, zoals we weten van het bijschrift. De baby heet Marcelle Roulin, en is op het schilderij niet ouder dan vier maanden. Het is de dochter van Augustine Roulin, maar het ging Van Gogh hier niet om de moeder – van Madame Roulin maakte Van Gogh eerder al een hele serie schilderijen. Hier ging het om het kind, moeder de vrouw was de noodzakelijke kindvasthouder.

De vrouw als moeder, als vrouw die een kind heeft gebaard, is in de westerse kunstgeschiedenis goed vertegenwoordigd. Als onderwerp natuurlijk, niet als maker. Opvallend vaak is die moeder kindvasthouder. En nog vaker is die moeder een vrouw die biologisch gezien onmogelijk moeder kan zijn omdat ze maagd is en Maria heet. De verering van de moeder van Jezus begon na het concilie van Efese in 431, waar werd besloten dat Maria niet slechts de moeder van Christus was, Christotokos, maar ook moeder van God moest zijn, Theotokos. Christus was immers deel van de drie-eenheid, en dus ook een deel van God. Ook God had dus een moeder gehad, die nog maagd was bovendien. Mooie beelden voor de liefhebbers.

Op de Byzantijnse ikonen zit Maria vaak in een troon, geeft ze haar baby de borst, of laat ze hem zijn eerste woordjes zeggen. Zelden zie je haar alleen, ze bestaat immers vanwege haar kind. Die Byzantijnse traditie liep over naar de Renaissance, en kabbelde zo tot de beeldenstorm. Moeders en maagden kwamen terug op een andere manier, in andere vormen. Nu haken verschillende beeldende-kunstinstellingen aan bij het boekenweekthema. In Amsterdam opent een tentoonstelling bij WG-kunst rond het thema, vijftien hedendaagse kunstenaars (twaalf vrouwen, drie mannen) leveren een bijdrage. Een tentoonstelling in Assen, die al eerder opende, biedt met werk van 1885 tot 2014 een mooie historische aanloop.



In een modern cultuurgebouw, De Nieuwe Kolk, is daar behalve een bioscoop, bibliotheek en theater ook een ruime tentoonstellingszaal met drie verdiepingen, gratis toegankelijk. Het Drents Museum verzorgt er samen met een aantal partners tentoonstellingen. Nu over De Moeder De Vrouw, met werk uit eigen collectie, aangevuld met bruiklenen van vooral het Fries Museum. Een aardige verzameling kunst van Nederlandse kunstenaars waarmee heel wat vooroordelen onderstreept of juist onderuitgehaald worden.

Om met het meest hardnekkige vooroordeel te beginnen: vrijwel alle moeders tot ver in de twintigste eeuw zijn door mannen geschilderd, vrouwen deden dat niet. In Assen hangen vooral intieme scènes uit het jonge gezin, waarop de moeder het kind de borst geeft: te zien op een houtsnede en een litho van Salomon Garf (1873-1943), op een litho van Antoon Derksen van Angeren (1878-1961), of op een aquarel van Jan Sluijters uit 1921. Tussen de prenten van Moeder met kind en Vrouw met kind aan de borst valt Vrouw met lithosteen wel op. De litho is gemaakt door Bertha van Hasselt in 1926. Afgaand op de povere informatie over Van Hasselt die beschikbaar is, moet het een zelfportret zijn, ze was hier 48 jaar oud.

Niet álle vrouwen in de tentoonstelling zijn moeder: Jan Veth schilderde in 1885 een prachtig portretje van Martha van Vloten, die aanstaande bruid van schrijver en psychiater Frederik van Eeden. De achtergrondinformatie in Assen is wat karig, een kleine zoektocht maakt duidelijk dat Martha een vrije opvoeding kreeg, twee kinderen zou krijgen met Van Eeden, en bijzonder goed haar talen sprak, na haar scheiding zou ze onder meer de sprookjes van Andersen en van de gebroeders Grimm naar het Nederlands vertalen.

Nederlandse moeders zogen, leren breien of passen op de kinderen

Veel schilderijen weten hoe het hoort: Moeder leert kind breien (1896), Vrouw met kind op schoot (jaartal onbekend) en Moeder bij de linnenkast. (1894). Die laatste, een werk van Theo Molkenboer, is prachtig qua compositie, en een déjà-vu: het is een Nederlandse versie van Whistlers moeder uit 1871, die ingetogen zwart-grijze compositie met de voor zich uit starende moeder. Hier zien we de in het zwartekousenzwart geklede vrouw zittend van opzij bij de geopende linnenkast, het witte goed keurig opgestapeld op de planken achter haar. In plaats van voor zich uit te staren, zoals haar Amerikaanse spiegelbeeld, maakt ze zichzelf nuttig, ze is iets aan het doen met een bolletje witte wol en vleeskleurige stof – vast een herstelklusje aan een accessoire dat we niet meer nodig hebben. Nederlandse moeders zogen, leren breien of passen op de kinderen.

Op één schilderij ligt moeder in bed, uitgeput, een borst ontbloot. Geboorte Lies heet het, Jan Sluijters maakte het in 1924, moeder Greet van Cooten was al twee keer eerder moeder geworden. Lies werd een geliefd model van Sluijters, ze zou zelf trouwen met een kunstenaar, ging naar de Rijksakademie maar stopte met schilderen zodra ze moeder werd.

Charlotte Schleiffert, Moeder met kind, 2012, gemengde techniek op papier © Collectie Galerie Akinci

De in 2017 overleden kunsthistoricus Linda Nochlin was vanaf begin jaren zeventig een van de eersten om de rol van de vrouw in de kunstgeschiedenis te onderzoeken. Op de vraag waarom er zo weinig grote vrouwelijke kunstenaars zijn geweest, wijst ze op het gebrek aan mogelijkheden, op de sociale en professionele barrières; vrouwelijke Rembrandts en Picasso’s zijn er nooit gekomen omdat het hele opleidings- en waarderingssysteem vrouwen bij voorbaat uitsloot. In de tweede helft van de negentiende eeuw wogen de sociale verwachtingspatronen zwaar: vrouwen mochten wel stillevens of portretten schilderen (schilderen naar naaktmodel voor vrouwen was nog tot rond 1900 taboe), ze konden ook best een paar schilderijen verkopen, maar zodra ze trouwden en kinderen kregen lag hun taak elders. Slechts een enkeling wist, door zich aan de juiste man te binden, en met veel doorzettingsvermogen, toch een eigen oeuvre op te bouwen. En dat zelfs te combineren met het moederschap.

Berthe Morisot bijvoorbeeld, zelf ook model van Edouard Manet, trouwde met Edouards broer Eugène en bleef haar leven lang schilderen. In 1879 portretteerde ze hun dochtertje Julie met de zoogster. Nochlin beschreef het werk in 1988 als een unicum in die tijd: een werkende vrouw, de zoogster, werd vastgelegd door een andere vrouw aan het werk, de kunstenaar. ‘Beiden zijn bezig met een aangename bezigheid die tegelijkertijd productie is’, aldus Nochlin; zowel de moedermelk als het schilderij was immers handelswaar.

Ook Paula Modersohn-Becker overschreed fatsoensgrenzen. Ze schilderde een zelfportret, naakt, daar waren er nog niet veel van geweest. En ze schilderde een zogende vrouw, niet zoals mannen die meestal zagen – zittend, gekleed – maar zoals een vrouw dat doet als ze alleen is op een warme dag: liggend, naakt. Modersohn-Becker zou uiteindelijk overlijden op haar 31ste als gevolg van een embolie, ontstaan na de verplichte bedrust na de geboorte van haar dochter.

Nederland heeft geen Modersohn-Beckers of Morisots, het eerste deel van de tentoonstelling in Assen, die ‘de moeder’ heet, geeft bovendien vooral de smaak weer van de oorspronkelijke samenstellers van de collectie, en die hadden niet zo veel met vrouwelijke kunstenaars. Of beter gezegd die van de Stichting Schone Kunsten rond 1900, opgericht in 1964 door nazaten van bekende Nederlandse kunstenaars uit die tijd, die hun collectie weer hebben overgedragen aan het Drents Museum. En die volgden de trends van hun tijd, en verzamelden geen werk van vrouwen zoals Thérèse Schwartze (1851-1918) of Wilhelmina Drupsteen (1880-1966).

Een heel ander perspectief biedt het tweede deel van de tentoonstelling, dat simpelweg ‘de vrouw’ heet. Iets te ambitieus, zeker met een periode van 1960 tot nu en een introductiebordje dat meent dat tegenwoordig ‘de vrouw zelf kiest aan welke schoonheidsidealen zij wil voldoen’, en het heeft over vrouwelijke kunstenaars die ‘nauwelijks nog hindernissen tegenkomen op hun weg naar het kunstenaarschap’ – zouden ze de cijfers van de Guerrilla Girls niet kennen? Weten dat galeries nog steeds voor 86,7 procent mannelijke kunstenaars verkopen? Dat er in de top-25 van best verkopende kunstenaars internationaal nog steeds geen vrouw zit?

Er hangt op de bovenverdieping een portret van Emo Verkerk van zijn moeder, een ingetogen schilderij van Hans Hoekstra met een lezende Marjanne, en er is een video-installatie van L.A. Raeven uit 2008 over twee Chinese vrouwen die hun benen laten verlengen, The Height of Vanity. Een rode draad is er niet, het laatste deel overtuigt vooral qua formaat en zeggingskracht. Charlotte Schleiffert borduurde They knew my butt before they knew my name op een grote strook polyester, en zette er een silhouet van een jonge vrouw met veel sieraden in stof onder neer. Zo kan het dus ook. Ernaast een gigantische tekening van een fantasiewezen, ook van Schleiffert, die heet Moeder met kind. Ze heeft iets Afrikaans, qua kapsel, met bloemenjurk en in haar handen een kind in dezelfde kleding, klein als een popje.

Wie van de twee is de moeder, wie het kind? Ze lijken zich geen van beiden veel aan te trekken van de omgeving: de grote loopt op haar doel af, waar dat ook mag zijn, de kleine gaat vanzelfsprekend met haar mee. Niks wegduikende moeders, dit zijn twee mensen die iets willen en waarvan er ten minste één toevallig als vrouw is geboren. Hang er in gedachten een van Van Goghs portretten van Madame Roulin naast, La Berceuse, zoals die uit het Kröller-Müller. Dat lijken fraaie ingetogen verbeeldingen van een vrouw die even mag uitrusten, maar in haar handen heeft ze de touwen waarmee ze de wieg met haar kind kan bewegen. Beiden kindvasthouders, werelden van verschil. Wat je noemt een perspectiefwisseling.


De Moeder De Vrouw, t/m 13 april in Kunst in De Nieuwe Kolk in Assen; drentsmuseum.nl. De tentoonstelling bij WG-kunst duurt van 22 maart t/m 7 april; wgkunst.nl