Moeder in boom

‘Alle moeders zijn gek’, zegt D. Kimm. ‘Ze zijn gek van de liefde voor hun kind.’ We beklimmen de Mont Royal, de berg midden in Montreal. Waar haar pseudoniem voor staat, weet ik niet. ‘Une belle cinquante’, zo werd ze me lyrisch voorgesteld. Ik vind haar liedjes beter dan haar gedichten. Dichters, zo zegt Kimm, dat zijn mannetjes in leren jassen met gebalde vuisten die op de grond spugen en roepen dat ze tegen het Engels zijn. Daar wil ze niet bij horen.

We zijn eraan gewend dat de depressie voortkomt uit de manie. We herkennen de depressie als schaamte, als uitputting, als inkeer, als terugkeer tot bescheidenheid. Als einde van de turbulentie. Maar Freud draait het om. Tijdens de depressie zou iemand zoveel vreugde onderdrukken dat die na verloop van tijd tot uitbarsting komt. Freud draait wel vaker wat om.

Dit gedicht is geschreven door Thomas Möhlmann:

Moeder kom uit de boom
met je draadje en de hele dag
geen mens gesproken geen vogel
gestrikt en op tafel binnen

twee lege borden twee warme glazen
zonder wijn en hier je arme stoel
helemaal zonder jou zie je wel dus
kom uit die boom lieve moeder uit

de schoorsteen geen rook onder de ketel
geen vuur en de geit tot de rand toe gevuld
knabbelt bij de drempel aan het kleed en de kip
is erbij gaan liggen als een droogboeket

en toen ik de vaas liet vallen vlogen overal
de splinters in het rond en in mijn mond
wordt het alleen maar zoeter en het zwiept
en kraakt al om je heen onder de volle lucht

dus kom maar moedertje uit die boom
met je draadje en je blikjes, met allebei je benen.

Ik heb zelden een gedicht gezien dat zo openlijk en onbevangen spreekt over zo’n heikele kwestie. Het gevaar is dat een dergelijk gedicht als vuurtoren kan werken die boven de rest van de gedichten uit de bundel zwaait. Maar er staat gelukkig veel meer in Kranen open, de tweede bundel van Thomas Möhlmann. Een vader wordt straf toegesproken. Er is een mooi gedicht over een bankje waarop niemand gaat zitten. En een serie met gedichten die om een mysterieuze hij-figuur heen draaien.

Thomas Möhlmann debuteerde in 2005 met de bundel De vloeibare jongen. De bundel werd goed ontvangen. Zijn gedichten lijken het midden te vinden tussen romantiek en een meer gefragmenteerde of filmische vorm van versificatie, zoals die van Jan Baeke. Voor bepaalde jongeren gelden poëticale tegenstellingen niet meer, en dat maakt hen veerkrachtig. In zijn tweede bundel Kranen open zijn beide polen opnieuw aanwezig. En hij dicht directer.
Als Möhlmann in het gedicht Elvis is ‘m schrijft: ‘wie vanavond eenzaam is zal altijd eenzaam blijven’, parafraseert hij daarmee Rilke’s klassieke gedicht Einde van de zomer: ‘wie nu alleen is zal heel lang eenzaam blijven/ waken lezen lange brieven schrijven.’ Ook lijkt hij Tonnus Oosterhoff te groeten met de wending ‘in de kwal de zee’ in een gedicht getiteld O. Elders in de bundel is Möhlmann onomwonden: ‘vader laat dus je tanden weer eens zien, steeds/ dommere mensen krijgen steeds meer gelijk’. Aan de wijsheid en het idealisme van de vader heeft hij uiteindelijk niets als die niet tot een betere wereld leiden: ‘ik moet in je gelijk/ kunnen wonen’.

Moet de dichter niet zelf zijn tanden laten zien, in plaats van te klagen over zijn vader die zijn wilde haren kwijt is? Is de drassige grond onder zijn lyriek waarop hij reflecteert niet voldoende voor zijn dichterschap? ‘alleen je eigen wereld is maakbaar/ niet die waarin ik je een kleinkind geef’, bijt hij de vader toe. Het is een onwennige mengeling van zoetigheid en bitterheid, die ongemakkelijk stemt. Een vriendelijke stem met een gruwelijke boodschap. Thomas Möhlmann confronteert zijn lezer op aangrijpende wijze.

De kip die niet tot ei gereduceerd wordt maar erbij is gaan liggen als een droogboeket, dat is een mooi beeld. Ergens las ik de verschrijving manische depressiviteit. Ik dacht bij Cyrille Offermans. In diens essayboek Ver van huis vind ik het niet terug. Wel lees ik in zijn opstel over Sloterdijk de term ‘intieme tweepoligheid’, die de onbewuste basis zou zijn van latere verlangens naar intimiteit en solidariteit. Dat is strikt genomen iets anders dan bipolariteit.

D. Kimm organiseert het festival Voix d’Ameriques. Gelijk aan de samenstelling van de inwoners van Montreal wordt daarop Chinees, Engels, Frans en Spaans gesproken. Voor veel mensen is dat een soort vloeken in de kerk, in een stad waar Frans verplicht wordt gesteld. Iedereen zingt in Quebec. Dichters zijn er leveranciers. Ook Kimm haar dochter zingt.

Thomas Möhlmann. Kranen open. Prometheus, 58 blz., € 14,95