Serie: ‘The Plot Against America’

Moeder in oorlogstijd

David Simon verwerkte Philip Roths roman The Plot Against America tot een serie. In zijn alternatieve geschiedenis herkennen we het Amerika van 2020.

Caleb Malis als Sandy Levin © Foto’s Michele K. Short/HBO

Kort na het overlijden van Philip Roth, in 2018, werd ik gevraagd een lezing over zijn werk te houden bij een joodse leesclub in Amstelveen. Al snel ging het over de rol van de memme, en ik zei dat ik, aangezien ik niet joods was, niet kon zeggen in hoeverre Roths stereotype van de uiterst moralistische, permanent bange, overdreven dominante moeder die het leven van haar puberzonen onmogelijk maakte, overeenkwam met de werkelijkheid.

‘In het echt is ze nog veel erger!’ riep een man vanuit het zaaltje.

De vraag was hoezeer Roth in zijn oeuvre een U-bocht maakte. Hij beleefde zijn grote doorbraak met Portnoy’s Complaint, in 1969, met een hoofdpersoon die dekking zoekt voor zijn moeders prudentie, haar hypocriete goede bedoelingen, haar gierigheid, haar slachtofferschap, haar verheerlijking van de onderdrukking van het joodse volk en de manier waarop ze hem een schuldcomplex aanpraat over elk doodnormaal verlangen dat hij als tiener heeft. Ze is een tang, aan wie Portnoy alleen kan ontsnappen in steeds bizarder wordende seksuele handelingen (het boek bevatte zo veel masturbatiegrappen dat de schrijfster Jacqueline Susann bij The Tonight Show zei dat ze Roth heel graag eens zou willen ontmoeten, maar hem liever geen hand zou geven).

Hoe anders is de joodse memme die hij beschreef in The Plot Against America, de laatste echt grote roman uit zijn oeuvre, uit 2004. Daarin is Bess Roth niets minder dan een heilige. Het boek speelt zich af in de jaren veertig. Bess bewaart de vrede – tussen haar keurige echtgenoot en zijn niet-deugende neefje, tussen de buurtgenoten die ruziemaken over het presidentschap van de luchtvaartpionier en rabiate antisemiet Charles Lindbergh, tussen haar familie en haar zus, die aanpapt met een met Lindbergh collaborerende rabbi. Ze is de mildheid zelve, de belichaming van burgerzin, ze verplaatst zich in iedereen, bedaart de spanningen terwijl Lindberghs Amerika met nazi-Duitsland in zee gaat en de samenleving op ploffen staat. Het is, zei ik toen in Amstelveen, alsof Roth als zeventig-plusser met meer compassie op zijn jeugd terugkeek dan toen hij een dertiger was.

Bij het zien van de verfilming van The Plot Against America, nu op hbo, vraag ik me af of dat wel klopt. De serie begint nog voordat Lindbergh het opneemt tegen de zittende president Franklin Delano Roosevelt, en op dat moment voelt de correctheid eigenlijk een beetje irritant. Net als in Portnoy. Moeder Bess maakt zich zorgen over de affaire van haar oudere zus met een getrouwde man – een goj bovendien! Haar kinderen moeten hun handen wassen, keurig rechtop aan tafel zitten. Haar echtgenoot Herman kan het niet laten zijn neefje op zijn plaats te zetten. Laat het toch, denk je, gun die mensen hun vrijheid om hun eigen fouten te maken.

Maar als Lindbergh zich kandidaat stelt en wordt verkozen op basis van weinig meer dan de doodeenvoudige opportunistische belofte Amerika uit een nieuwe wereldoorlog te houden (‘Dit is geen keuze tussen Charles Lindbergh en Franklin Delano Roosevelt’, zegt hij keer op keer;‘Dit is een keuze tussen Charles Lindbergh en oorlog!’), neemt de spanning toe. Antisemitische sentimenten beginnen zich te roeren, sommige joden vluchten naar Canada, andere verliezen hun baan. In die turbulentie krijgt de correctheid van vader en moeder (in de serie heten ze Levin, niet Roth) een andere betekenis. In vredestijd zijn hun goede bedoelingen verstikkend; in oorlogstijd zijn ze voorbeeldig, zijn ze eerlijk en ronduit moedig. Hun heldere moraal schijnt als een baken, heroïsch in het duister. Dus misschien is er helemaal geen U-bocht in het oeuvre: Roths memme is altijd dezelfde, het zijn de tijden die veranderen.

De familie Levin in The Plot Against America. Morgan Spector ® als Herman Levin en Zoe Kazan als zijn vrouw Bess © Foto’s Michele K. Short/HBO

Toen De Groene twee maanden geleden (het voelt als twee jaar) een grote literatuurenquête uitschreef, haalde The Plot Against America niet de top-21. Op de eerste plek kwam W.G. Sebalds Austerlitz, op de tweede kwam Michel Houellebecqs Onderworpen.

Het is interessant The Plot tegenover Onderworpen te zetten. Het zijn soortgelijke boeken. De politieke urgentie van Houellebecq was acuut; hij beschreef een Frankrijk waarin gematigd links vanuit een culturele zelfhaat en een afkeer van conservatief rechts een monsterverbond aangaat met de politieke islam. Frankrijk krijgt een islamitische president, die het land onder een milde sharia plaatst. De roman verscheen in januari 2015, op de dag van de aanslag op Charlie Hebdo. Hoewel het boek de dreiging van de politieke islam beschreef, was het eerder een aanklacht aan het adres van de linkse elite, die te laf was om op te staan voor haar eigen vrijheden.

Voor alles is een rationele verklaring en voor alles een antisemitische

The Plot kwam uit tijdens het presidentschap van George W. Bush, en hoewel Roth het bleef ontkennen, meenden veel critici dat hij het zou hebben geschreven als een parabel op de liegende, immorele neo-conservatieve regering van toen. Met de komst van Trump kreeg het boek een nieuwe lezing, want de vergelijkingen met Lindbergh zijn niet te missen. Lindbergh is een notoire antisemiet die zegt het niet te zijn. Hij neemt geen afstand van mensen die in zijn naam antisemitische leuzen scanderen. Hij vliegt het land door met zijn vliegtuigje en geeft op elk vliegveld dezelfde 41 woorden tellende nietszeggende speech. Lindbergh is geen politicus, maar een beroemdheid. Hij bepleit letterlijk een ‘America First-beleid’. Hij heeft geen speeches, maar oneliners, en met zijn vliegtuigje heeft hij een eigen medium ontdekt waarbinnen hij onnavolgbaar is.

Des te slimmer dat tv-maker David Simon (die inmiddels een wandelende tv-legende is, als bedenker van het iconische The Wire, 2002 -2008) Lindbergh laat spelen door Ben Cole, een acteur die in niets op Trump lijkt. Hij is op het magere af dun, heeft prominente witte tanden, een adellijk hoog voorhoofd en een onstuimige bos haar – en eigenlijk, ben je geneigd te denken, lijkt hij in alles sprekend op een Kennedy. Alsof Simon wil zeggen: het antisemitische zit in het hart van het establishment van de VS.

Bess Levin daarentegen wordt gespeeld door Zoe Kazan, een actrice met een porseleinen gezicht als een mariabeeld. Herman Levin door Morgan Spector, een man met een kaaklijn als een breekijzer, die even stoer als zoet zijn vrouw toezingt. In de serie lijkt Herman explosiever dan in het boek, of in ieder geval iets luidruchtiger; ook dat past bij nu. Je kunt je voorstellen hoe hij boos op Twitter zit te ventileren. Net als de ‘verlichte’ linkse elite in Houellebecqs Frankrijk geeft de joodse gemeenschap zichzelf weg in The Plot: als een rabbi met Lindbergh in zee gaat en speecht dat hij heus geen antisemiet is, briest Herman dat geen jood daar in zal trappen. Maar die speech is niet voor ons, zegt zijn neefje. Die is voor de goj – want als zij een rabbi horen speechen dat Lindbergh geen antisemiet is, kunnen ze met een gerust hart op hem stemmen. Het is voor het eerst dat Herman geen reactie heeft.

Heel indringend wordt de joodse zelfhaat uitgewerkt met het programma Just Folks, waarin ‘kinderen uit grootsteedse gezinnen’ de kans krijgen een zomer door te brengen bij een boerengezin op het platteland om zo ‘beter te integreren’. De oudste zoon van het gezin, Sandy, staat te popelen, kan niet wachten om alle boerderijdieren te tekenen in zijn schetsboek. Maar Herman ziet het als een poging joodse kinderen uit huis te kunnen plaatsen, en zo joodse gemeenschappen uit elkaar te trekken.

Sandy komt na de zomer gespierder terug, gezonder, met meer zelfvertrouwen. Hij is er niet meer van gediend als zijn vader weer op hem inpraat en gooit het slachtofferschap van zich af: ‘Jullie zijn gettojoden!’ briest hij zijn ouders toe.

John Turturro ® als rabbi Lionel Bengelsdorf en Ben Cole als de antisemitische politicus Charles Lindbergh © Foto’s Michele K. Short/HBO

In Houellebecqs alternatieve universum is er geen onduidelijkheid over welke kant de wereld op gaat. In dat van Roth is er steeds een voordeel of een nadeel van de twijfel. Je ziet de indoctrinatie van Sandy, maar je snapt ook zijn plezier in de vrijheid van een zomer op een boerderij. Het indringendste, want meest subtiele hoofdstuk is dat waarin de familie een uitje maakt naar hoofdstad Washington D.C., om alle monumenten van de democratie te bezoeken. In de tv-serie zit het ook. Een politieagent op een motor wuift het gezin naar de kant als ze een onhandige manoeuvre in de auto maken, en vraagt ze waar ze heen moeten. Bess zegt dat ze het adres van het hotel is vergeten, maar haar oudste zoon roept het meteen. Volg maar, zegt de agent. Herman kan zijn lol niet op: ‘We krijgen de royal treatment!’ roept hij. Maar Bess zit te huilen: waar brengt hij ons heen?

De meerwaarde, wat mij betreft, is dat Roth laat zien hoe de hele wereld verdacht wordt. Kun je als joods gezin nog een politieagent vertrouwen, of luist hij je erin? Geldt de wet nog wel voor jou? Als een gids de familie een rondleiding aanbiedt, is die dan te vertrouwen? Als er een fout is met de reservering, waardoor het gezin de hotelkamer uit moet, komt dat dan voort uit jodenhaat? Voor alles is een rationele verklaring en voor alles een antisemitische, die allebei waar kunnen zijn. Roth laat zien hoe die mogelijkheden aan je knagen, en ondermijnen hoe je in de maatschappij staat.

Het boek was al geweldig, een gemis in de top-21. De tv-serie van Simon – prachtig gefilmd, met geweldige decors, kostuums en topacteurs – onderstreept nog maar eens dat Roth weliswaar overleden is, maar nog steeds iets te melden heeft.


The Plot Against America is via Ziggo te zien bij HBO