Toneel

Moeder is een verhaal geworden

Toneel: Smoeder door mugmetdegoudentand & Bellevue

Tegen het eind van de vijf kwartier die de voorstelling Smoeder duurt, zijn de twee vertellers zó stil, zó transparant en zó zacht geworden dat ze de buitenaardse wezens lijken die ze spelen: twee vrouwen in de speciaal voor moeders ingerichte hemel-vleugel. Die van daaruit glimlachend naar hun toneel spelende kinderen kijken. De moeders van Marcel Musters en Maria Goos zijn nu een verhaal geworden. Omdat hun toneelspelende kinderen een monumentje voor ze hebben opgericht. Via een ketting aan verhalen en anekdotes. Hun moeders spelen in die slotscène de zucht die de kloof was tussen het leven en de dood. Het ene kind (Maria Goos) was niet bij het sterven van haar moeder en hoorde het over de telefoon van de buurvrouw. Het andere kind (Marcel Musters) was op aanraden van een vriend eventjes met zijn broers naar de voorkamer gegaan, om moeder de kans te geven rustig te gaan. Marcel ging daarna met zijn broer buiten naar de lucht kijken. Om moeder te zíen gaan. Als een lichtflits.

De eerste weken van september zijn voor deze toneelverslaggever inhaalweken: wat heb ik gemist, wat ga ik alsnog zien? Op de laatste dag van augustus was mijn aftrap: Smoeder van Maria Goos en Marcel Musters. Ik weet nog waarom die vertelvoorstelling een klein jaar geleden werd overgeslagen. Ik was er ongezien bang van. De dood van mijn beide ouders was een nog te verse wond. Het ouderlijk huis moest worden leeggeruimd. «Ik wil geen huilbuien-toneel», antwoordde ik bot een vriendin die me uitnodigde. Een ernstige misrekening, zo blijkt nu. Smoeder is het tegendeel van «huilbuien-toneel». De moeder van Maria Goos stierf twintig jaar geleden, die van Marcel Musters drie jaar terug, de beide Brabantse vrouwen hebben elkaar nooit gekend. Die omissie wordt nu door hun kinderen in het hiermoedermaals rechtgezet. Sinds Joop Admiraals U bent mijn moeder heb ik op geen Nederlands podium gezien hoe twee toneelspelers in een vingerknip, via enkele subtiele toneelspelers tekens en door middel van een zangerig Brabants accent, transformeren tot hun moeders. Hoe hun moeders eerst ín hun fysiek reizen. En er daarna weer uit floepen. Het zijn de momenten waarop je als toeschouwer, ondertussen tot over je oren verliefd op de performers, denkt: wat is toneelspelen toch een prachtig vak! Zo maak je in een oogwenk van je moeder, of in het Brabants van «smoeder», een verhaal, een anekdote, een gouden grap die met hun nuchtere realiteit verbonden is (Smoeder kent er vele en ik ga ze geen van alle verklappen), een kleine tik in het gezicht, een twinkeling in de ogen, een valse streek, een herinnering aan de prille liefde die het rotslandschap van hun harde, deels zelfs verrot harde leven overstijgt.

De betonnen scheidingswand tussen sentiment en ego-kitsch, op de loer in iedere toneelbabbel over dierbaren, en de zachte Aufforderung zum Tanz vol herinneringen en hervertelde verledens, is in verteltheater altijd: de eenvoud van de middelen. Hier: twee stoelen, een tafel met thee en water en veel papieren en een waxinelichtje, wat geluiden uit het verleden, een zoete hond. En vooral de magie van het spelen op de vierkante millimeter. Goos en Musters vertellen in het begin over de totstand koming van deze voorstelling. Dat is een gouden greep. Musters wílde aanvankelijk helemaal niet. De open wond van een aangekondigde dood was te vers. Bij Goos had het filter van de tijd zogenaamd zijn werk gedaan. De open wond van een onaangekondigde dood was zorgvuldig opgeborgen op de zolder en achter de sokken (om te weten welke verhalen daarbij horen moet u de voorstelling gaan zien). De verbinding tussen dat wat nog nauwelijks verwerkt is (Musters) en dat wat nog van de zolder en van achter de sokken vandaan moet komen (Goos), is het kleine en grootse wonder van de voorstelling. Hun rooie draadje in de vertelling. De twee toneelspelers ruimen gaandeweg de rommelkamer die hun moeder is geworden als het ware op. Zonder er overigens een schoongeboend huis van te maken. Hún rafels hangen aan de herinneringen.

Oké, goed, één anekdote dan. Waar ik tranen van in mijn ogen kreeg. Vanaf haar 59ste hebben de vier zonen van Moeder Musters haar íeder jaar élk vijftig gulden gegeven, om de dingen te kopen die ze altijd «sund» vond. Ik hoop dat ik het goed schrijf. Het woord betekent: zonde van het geld. Ma Musters (zo bleek na haar dood) had dat geld vrijwel helemaal op gespaard. Voor haar vier zonen. Ze eten en drinken er nog jaarlijks ruim van. Met kerst. Opeens was mijn eigen moeder terug. Die vond ook alle overbodige dingen zonde van het geld. Een spaarzucht die in Smoeders leidt tot een mooi gesprek over het verschil tussen «geluk» (waar wij «babyboomers» ons in wentelen) en «tevreden» (waar onze crisisbestendige ouders zich zo aan spiegelden).

Smoeders is een voorbeeldloos mooie moedervoorstelling.

Smoeder is een coproductie van mugmetdegoudentand en Theater Bellevue, Amsterdam. Aldaar nog als lunchpauzevoorstelling te zien tot en met 11 september. Daarna als avond voor stelling op tournee naar Utrecht, Arnhem, Alkmaar, Breda, Den Bosch, Dordrecht, Amersfoort, Haarlem. Inlichtingen:
www.mugmetdegoudentand.nl