De koe en de Indiase politiek

Moeder Koe, het gevaarlijkste dier van India

De strijd tussen hindoes en moslims in India wordt de laatste jaren uitgevochten over de rug van de heilige koe. Premier Narendra Modi van de hindoepartij BJP laat het gebeuren. Journalist Joeri Boom, die lang in Delhi woonde, doet verslag.

India is het jachtgebied van levensgevaarlijke dieren. Er zijn koningscobra’s, luipaarden, Bengaalse tijgers en Aziatische leeuwen. Twee jaar geleden nog sleurde een leeuw ’s nachts een veertienjarige jongen uit zijn bed en vrat hem op. Maar India’s gevaarlijkste dier is een lieflijke graseter waarvan je het niet onmiddellijk zou denken: de koe. Niet omdat zij zelf uit moorden gaat, maar omdat veel hindoes haar als heilig beschouwen en de extremisten onder hen er niet voor terugdeinzen dodelijk geweld te gebruiken uit haar naam.

Vijfenhalf jaar woonde ik in de Indiase hoofdstad Delhi en nooit waren de koeien ver weg. Ze schommelden oneindig sloom door mijn straat, blokkeerden om de haverklap het kruispunt op weg naar de markt, en deden zich aldaar uiteindelijk te goed aan groenteafval dat de kooplieden voor ze dumpten. Het stonk er altijd, naar rotting en koeienstront. In andere delen van India was het niet anders.

Al die rondzwervende koeien waren het bezit van ‘asociale boeren’, werd me verteld. Volgens mijn Indiase collega R., met wie ik er vaak op uit trok om verhalen te maken, werden de zwerfkoeien ’s ochtends gemolken en daarna niet gevoederd, maar losgelaten op de omgeving. ‘Zo kun je met lage kosten veel verdienen. Melk is gouden business hier. Indiërs drinken er heel veel van.’

Mumbai, slagers en handelaren tijdens een protest tegen de ban op rundvlees © Daniel Berehulak / Getty Images

Al in de negentiende eeuw waren er dodelijke rellen tussen hindoes en moslims nadat die laatsten ervan werden beschuldigd koeien te hebben geslacht. Lange tijd was het rustig aan het koeienfront. Maar tijdens mijn verblijf in India barst een nieuwe episode los in de strijd van hindoes tegen moslims die wordt uitgevochten over de rug van Moeder Koe. Een bloedig verhaal dat begint bij de Indiase parlementsverkiezingen van mei 2014. Die worden gewonnen door Narendra Modi met zijn hindoe-chauvinistische partij, de bjp. De bjp-overwinning is totaal. De seculiere Congrespartij, geleid door de Gandhi’s, die de Indiase politiek sinds 1951 domineerde, wordt weggevaagd. Voor Congres was het hindoeïsme bijzaak; voor de bjp is het hoofdzaak. De partij is gegrondvest op het idee dat India een hindoe-natie is waarin weliswaar plaats is voor andere religies, maar slechts in een ondergeschikte rol. ‘Let op’, zegt collega R., ‘op politiek vlak blijft Modi voorlopig nog wel even netjes, maar er spelen andere krachten op de achtergrond.’ R. is een overtuigd hindoe, een brahmaan, dus behorend tot de hoogste kaste, en vegetarisch. Maar hij heeft een afkeer van religieus fanatisme. En van zwerfkoeien die zijn auto klem zetten.

Bijna tachtig procent van de Indiase bevolking van in totaal zo’n 1,3 miljard mensen hangt het hindoeïsme aan. Verreweg de meeste hindoes eten geen vlees van koeien, noch van hun nakomelingen: kalveren, stieren en ossen. Indiase moslims, die veertien procent van de bevolking vormen, wel. Net als dalits, die vroeger ‘onaanraakbaren’ werden genoemd en zo’n zeventien procent van de bevolking vormen. India is een seculiere republiek, met een grondwet die vrijheid van religie voorschrijft. Hoe graag veel hindoes het ook wilden, een nationaal verbod op koeienslacht werd na de onafhankelijkheid in 1947 niet in de constitutie opgenomen.

Het eerste jaar waarin de bjp regeert, gebeurt weinig onoorbaars. Wel krijg ik opeens allerlei religieuze WhatsApp-berichten van kennissen die zich eerder geen fanatieke hindoes betoonden. Veel berichten bevatten iconografische portretjes van een koe, omhangen met bloemenslingers en afgebeeld als stralende halfgodin.

De BJP-premier van Chhattisgarh laat weten dat in zijn deelstaat koeienslachters zullen worden opgehangen

In juli 2015 bezoeken we in de zuidelijke deelstaat Kerala een koeienproject. Wetenschapper Bindya Liz Abraham heeft zich ontfermd over een uitstervende Indiase koeiensoort, de vechur. Schattige dwergkoetjes die een gen bezitten dat andere Indiase koeien ontberen. Een soort thermostaat-gen. Het stelt hen in staat om de stijgende temperaturen in Zuid-India te trotseren. Er is in het zuiden sprake van een noodsituatie. Gekruiste melkkoeien zonder thermostaat sterven met bosjes door de toenemende droogte. ‘Als we niets doen zullen de koeiensoorten die het gen niet hebben niet overleven’, zegt Abraham. Ze vraagt om meer hulp van de overheid. ‘Voor hindoes mag de koe dan heilig zijn, maar dat is niet genoeg om haar te redden.’

Zelf is ze christen. Als ik haar vraag hoe dat eigenlijk zit, met die religieuze status van de koe in het hindoeïsme, zegt ze lachend dat ze daar het fijne niet van weet, maar dat er wel een praktische reden is waarom de koe in de Indiase samenleving belangrijker is dan in het Westen. ‘Veel hindoes eten geen vlees. Daardoor missen ze essentiële eiwitten in hun menu. Melk en melkproducten zijn daarom een noodzakelijk bestanddeel van hun dagelijkse voeding. Zeker voor kinderen. Zonder melk sterft vegetarisch India, zou je kunnen zeggen.’

Dat is al heel lang zo. In de aloude hindoeïstische heilige geschriften – de Veda’s, Upanishads en Purana’s – wordt de koe beschreven als de ruggengraat van de samenleving. De koe is de moeder van alle wezens. In haar vinden ‘33 crore godheden’ (330 miljoen goden) hun oorsprong. Koeienmelk en geklaarde boter zijn van groot belang bij het uitvoeren van rituelen. Die verheven, heilige status wordt door veel hindoes uiterst serieus genomen. Door sommigen zelfs bloedserieus.

In augustus 2015 begint het. Voor het eerst sinds de jaren vijftig worden nieuwe wettelijke restricties uitgevaardigd met betrekking tot rundvlees. Alleen de buffel, ook een rund, is uitgezonderd. Het zijn geen nationaal geldende wetten, maar wetten in afzonderlijke deelstaten – deelstaten die worden geregeerd door de bjp. De seculiere grondwet maakt een nationale wet die uitgaat van de religieuze betekenis van de koe onmogelijk. 24 van de 29 deelstaten namen in de jaren vijftig een slachtverbod op. Maar nu gaat Maharashtra een flinke stap verder. De deelstaat verbiedt tevens het in bezit hebben én consumeren van koeienvlees – ook als dat van buiten Maharashtra afkomstig is. De straffen kunnen oplopen tot vijf jaar opsluiting. Het enige rundvlees dat nog straffeloos kan worden opgediend is dat van de buffel.

Dat het juist Maharashtra betreft, met als hoofdstad Mumbai, de thuishaven van Bollywood, enclave van de rijksten en vooruitstrevendsten van India’s elite, dol op hun beef patty (kleine pittige hamburgertjes) en steak, is een klap in het gezicht van seculier India. Na Maharashtra volgen andere lidstaten met een aanscherping van de rundvleesrestricties. In Gujarat wordt de strafmaat voor koeienslacht opgekrikt naar levenslang. De bjp-premier van Chhattisgarh laat weten dat in zijn deelstaat koeienslachters zonder pardon zullen worden opgehangen.

In Mumbai bezoeken we het grootste slachthuis van India, dat zoals vrijwel alle slachthuizen in India gerund wordt door moslims. Van een groep slachters horen we voor het eerst over gewapende groepen hindoes die veetransporten onderscheppen. ‘Ze hebben messen en zwaarden bij zich en houden onze trucks aan. Wij vervoeren alleen buffels, maar ze denken dat we er stiekem koeien tussen stoppen.’ ‘Waarom zouden ze dat denken?’ vraag ik. ‘Omdat we moslims zijn’, zegt de voorman van de groep. ‘Wij vinden dat god de dieren heeft gemaakt om de mens als voedsel te dienen, maar die hindoeradicalen roepen dat elk dier goddelijk is. Vooral koeien en kalveren. Door hen gelijk te geven valt de overheid onze democratische rechten aan. Wij willen zelf bepalen wat we eten.’

In september 2015 valt de eerste dode. Niet ver van de hoofdstad Delhi bestormt een menigte hindoes het huis van een moslimboer die ze ervan verdenkt een kalf gestolen en geslacht te hebben. Hij wordt vermoord; zijn zoon raakt zwaargewond. Kort daarna doen de eerste gau rakshak-bendes – een gau rakshak is een ‘koeienbeschermer’ – van zich spreken. Het zijn losjes georganiseerde groepen hindoemannen, bewapend met stokken, zwaarden en soms ook vuurwapens. Ze maken jacht op eenieder die koeienvlees of koeien voor de slacht vervoert. Ze vallen meestal moslims aan, soms ook dalits.

Volgens de website IndiaSpend vallen tussen 2010 en eind juni 2017 28 doden en een onbekend aantal gewonden door de gau rakshaks. 97 procent van de aanvallen vindt plaats nadat in 2014 de bjp aan de macht komt; 86 procent van de doden is moslim, en het aantal aanvallen is in 2017 op zijn hoogst.

‘Ik drink de koeienurine dagelijks. Het houdt mij fit. Wist u dat koeienurine kanker tegengaat?’

In september 2016, een jaar na de eerste dodelijke acties van de koeienbeschermers, bezoeken we een koranschooltje in Prem Nagar, een westelijke buitenwijk van Delhi. Pas na langdurig kloppen op een metalen deur wordt opengedaan, hoewel we worden verwacht. Binnen treffen we een groep van zo’n dertig angstige jonge moslimmannen. Ze tronen ons mee naar een verduisterd zijkamertje. Daar ligt een van de twee slachtoffers van een groep gau rakshaks. Hij kreunt en bedekt zijn gezicht met zijn arm. Hij is bont en blauw geslagen met hockeysticks. Zijn torso vertoont ook bloedige krassen: steekwonden, zo te zien niet al te diep. Hij heeft geluk gehad. Zijn kameraad die eveneens te grazen werd genomen ligt zwaargewond in het ziekenhuis.

Allahabad, India, 2013. Hindoes komen bijeen voor het twaalfjaarlijkse Maha Kumbh Mela, een van de grootste religieuze bijeenkomsten ter wereld © Daniel Berehulak / Getty Images

De jongens werden betrapt met een zak vol koeienvlees. Het was vlak na het Offerfeest en in het koranschooltje was een koe geslacht. De jongens vervoerden het vlees om het te verdelen onder de families die gezamenlijk de koe hadden gekocht. Het is geen kwestie van smaak dat veel moslims tijdens het Offerfeest een koe slachten, en geen schaap of geit; het is een kwestie van armoede. Alleen het offeren van een koe (niet van een buffel) kan gezamenlijk worden gedaan – met maximaal zeven families. Dat is veel goedkoper dan de aanschaf van een geit of schaap door slechts één familie. ‘Het was een oude koe, ze gaf geen melk meer en ze was te zwak om op het land te werken’, zegt Muhammed Rehman (21), zoon van het schoolhoofd. ‘We doen het altijd heel discreet. Iemand moet die criminele bende getipt hebben.’

Diezelfde middag bezoeken we Pawan Pandit (32). Hij is voorzitter van een koeienbeschermingsorganisatie, de Bhartiya Gau Raksha Dal. Hij zegde zijn bestaan als softwareontwikkelaar vaarwel om zich volledig op Moeder Koe te kunnen richten. ‘Ik drink haar urine dagelijks. Het houdt mij fit. Wist u dat koeienurine kanker tegengaat?’ Zijn zesduizend leden laten zich niet in met geweld, zegt hij. ‘Maar ik weet natuurlijk niet precies wat ze allemaal doen.’

Als eind juni 2017 een moslimjongen van zestien in een trein wordt doodgestoken door hindoes die hem ‘anti-nationaal’ en een ‘koeieneter’ noemen, begint progressief India zich te roeren. Na een oproep op Facebook gaan in minstens twaalf steden Indiërs, onder wie veel jongeren, de straat op om te protesteren tegen het anti-moslimgeweld. #Notinmyname is hun boodschap. Ook worden overal in het land beef parties georganiseerd waar openlijk koeienvlees bereid en geconsumeerd wordt. Vriend S. organiseert er een op zijn dakterras. Hij is hindoe en net als collega R. een brahmaan. Maar hij is bepaald geen vegetariër, en dol op rundvlees. Hij is geboren en getogen in de noordoostelijke deelstaat Assam. ‘Bij ons eet iedereen koeienvlees, ook veel hindoes’, vertelt vriend S. ‘We behandelen koeien met het grootste respect en slachten alleen de oude dieren.’ Hij nodigt me uit voor zijn beef annex protest party. Ik besluit niet te gaan. Niemand weet wat de gevolgen zijn als de autoriteiten je kunnen beschuldigen van anti-koe-activiteiten

Haalt het eigenlijk iets uit, zulk protest? ‘Niet genoeg’, zegt collega R. ‘Dit stopt alleen als Modi besluit dat de politie het de kop in moet drukken. En dat zie ik hem niet doen zonder dwingende politieke of economische redenen.’ Het zou hem niet verbazen als uiteindelijk de economie doorslaggevend zal zijn. Je kunt alleen een succesvolle melkveehouderij uitoefenen als je koeien die geen melk meer geven kunt verkopen om van de opbrengst weer jong melkvee aan te schaffen. ‘Die dieren verkoop je aan moslims. Iedereen weet dat die ze slachten om het vlees in hun gemeenschap te verkopen’, zegt R. Slachtverbod of niet, als de melkveeboeren gedwongen worden om hun onproductieve dieren te blijven verzorgen, gaan ze failliet.

Als we erop beginnen te letten valt het ons op dat veel zwerfvee bestaat uit stieren en ouwe gammele koetjes met verlepte uiers. Was dat eerder ook zo? Logisch dat boeren hun overtollige beesten op straat dumpen nu niemand ze meer voor de slacht durft te kopen.

Tot mijn verbazing pleit de bejaarde Ramesh Kumar, een devoot gau bakht (koeienaanbidder) voor onmiddellijk politie-ingrijpen tegen de gau rakshaks. We bezoeken de grootste koeienopvang van Delhi, een gau shala, aan de zuidelijke rand van de stad. Kumar heeft een klein deel daarvan onder zijn hoede, samen met zijn vrouw. Vijftien koeien, de meeste net zo bejaard als het stel dat hen liefdevol verzorgt, staan onder een afdak van golfplaat. ‘We kunnen het niet meer aan’, verzucht Kumar. ‘Er worden hier steeds meer zwerfkoeien afgeleverd. We hebben niet genoeg geld om ze allemaal te voeden. De overheid moet een einde maken aan die bendes.’

In juli 2017 draait het Hooggerechtshof een nationaal verbod terug dat de regering in maart had uitgevaardigd op de verkoop van oud en onproductief vee voor de slacht. Voor de verkoop van runderen, inclusief buffels, zou voortaan uitgebreid papierwerk nodig zijn dat aantoont dat de dieren na verkoop niet geslacht zullen worden. Het verbod dreigde de bloeiende leerindustrie, en vooral de boomende export van buffelvlees – India is de grootste producent ter wereld – de das om te doen. In één maand tijd bleek de buffelvleesproductie met ruim elf procent te zijn gekelderd – een strop van miljoenen dollars. Dus grepen de hoge rechters in.

Maar in de melkveehouderij loopt het alsnog spaak. De gewelddadige bendes die het platteland afstruinen op zoek naar moslims die koeien vervoeren, verlammen de sector. Onlangs, begin juli van dit jaar, luidden melkveeboeren de noodklok. Als dit zo doorgaat ‘dreigt een melkcrisis’, zegt Ajay Vir Jakhar, de voorzitter van de machtige Punjab Farmers Commission in de Financial Times. ‘Dan wordt India binnen tien jaar een netto-importeur van melk.’

Volgend jaar zit de termijn van Modi erop en zullen parlementsverkiezingen gehouden moeten worden. Het is volgens collega R. wel duidelijk welk dier daarin de hoofdrol zal spelen: Moeder Koe. Twee keer – in augustus 2016 en juni 2017 – sprak Modi zich uit tegen het geweld. Maar hij keerde zich niet tegen het idee dat de koe beschermd moest worden, en hij deed weinig om duidelijk te maken dat moslims dezelfde rechten hebben als hindoes. Volgens collega R. leek het er vooral op dat hij de dalits-stemmers, van wie de meesten hindoe zijn, niet van zich wilde vervreemden. ‘Het opstoken van het vuurtje over de koe maakt hindoes fanatiek. Het haalt stemmen weg bij de seculiere partijen, en zorgt ervoor dat mensen op een hindoepartij als de bjp willen stemmen. Waarom zou Modi dat de kop in drukken als hij er de verkiezingen mee kan winnen?’