Moederliefde

Moederliefde. Ooit synoniem met trouw, volharding en opofferingsgezindheid. Ach, hoe lang geleden is dat alweer. Inmiddels weten we beter. Hoeveel kinderen komen niet op latere leeftijd tot de ontdekking dat zij in feite voor moeder hebben gezorgd. Dat is in gezinnen zo. En dat is in het bedrijfsleven, waar relaties ook worden omschreven in termen van moeders en dochters, niet anders.

Ook daar blijkt maar al te vaak dat moeders die het wat minder gaat hun dochters zo stevig knuffelen dat die letterlijk in ademnood raken.
Het jongste voorbeeld is Fokker. In april vorig jaar kreeg de Duitse vliegtuigbouwer Dasa, onderdeel van Europa’s grootste industrie"le concern Daimler Benz, 51 procent van de aandelen Fokker in handen. Vanaf dat moment was Fokker een dochter van Dasa. In het onlangs uitgelekte interne rapport over de financiele toestand van voorheen onze nationale trots, wordt de relatie tussen moeder en dochter in kille cijfers beschreven. Fokker betrekt van Dasa de rompen die nodig zijn voor de produktie van de Fokker 100 en de Fokker 70. De prijs die Fokker daarvoor betaalt, ligt ver boven de wereldmarktprijs. Dat contract, een erfenis uit het verleden, werd, anders dan de familierelatie wellicht zou doen vermoeden, niet herzien. Het verlies dat Dasa de eigen dochter op die manier toebrengt bedraagt 803 miljoen gulden. Zou het concern Fokker de wereldmarktprijzen in rekening brengen, dan was in een klap zestig procent van de kostenreductie die nodig is om Fokker uit de rode cijfers te krijgen, binnen. Een aanzienlijk deel van de nu voorgestelde negentienhonderd ontslagen zou daarmee overbodig zijn. De reactie uit Beieren op deze cijfers: ‘Wat goed is voor Dasa is goed voor Fokker.’
Is deze gang van zaken uitzondering? Neen. Een voorbeeld uit het begin van de jaren tachtig. In 1981 sloot de Ford-vestiging in Amsterdam. Ruim elfhonderd werknemers stonden op straat. Reden: het bedrijf was niet langer rendabel. Onderzoek wees uit dat ook hier moederliefde een cruciale rol had gespeeld. Allereerst was in de winstgevende jaren praktisch elke cent winst naar Amerika overgemaakt. Vervolgens drong moeder haar Amsterdamse dochter, die hierdoor wat krap bij kas zat, een lening op van dertig miljoen tegen een rente van achttien procent, terwijl dochterlief bij de eigen bank voor veertien procent terecht kon. En ten slotte betaalde de Amsterdamse fabriek voor hetzelfde pakket onderdelen voor de door haar geproduceerde Ford Transit 1253 gulden meer dan het Engelse zusterbedrijf. Vermenigvuldigd met de jaarproduktie betekende dat een extra kostenpost van 11,9 miljoen. Conclusie: de sluiting van de Amsterdamse fabriek was niet het gevolg van een plotselinge ramp, maar het logische sluitstuk van een jarenlang gevoerd beleid.
Dasa-topman Schrempp liet maandagavond weten te kunnen garanderen dat Fokker een zelfscheppende vliegtuigbouwer blijft. 'Er komt een dag dat er een Fokker 130 zal zijn’, meldde hij opgewekt. O ja, en die contracten, daar zouden ze in Duitsland ook nog eens naar kijken.
Die moeders toch, altijd weten ze de moed erin te houden.