H.J.A. Hofland

Moedige denkers

Gekakel aan de rand van de afgrond is de kop boven het essay van Arnout Brouwers, redacteur buitenland van de Volkskrant, waarin hij uitlegt dat president Bush en de zijnen in de oorlog tegen het «catastrofaal terrorisme uit islamitische hoek» op de enige goede weg zijn, en dat wij in Europa en Michael Moore moeten ophouden hen daarbij met onze blabberkritiek voor de voeten te lopen. Wat is drie jaar na 11 september de balans van deze oorlog in Nederland? vraagt hij zich af, om vervolgens te antwoorden: «Geestelijke luiheid, politieke blik vernauwing en intellectuele aderverkalking.» Hij eindigt met een wens: «Realiseert een land dat na twee gevechtsdoden wankelt op zijn benen, ten volle wat het nog te wachten staat? Daarover zou ik wel eens een column willen lezen.»

Over wat ons nog te wachten staat, laat Brouwers zich niet uit. Bom in de vertrekhal van Schiphol, vliegtuig op de Tweede Kamer, waterleiding vergiftigd; je hebt na 9/11 en «Beslan» weinig fantasie nodig om je voor te stellen wat terroristen kunnen uitvoeren. Zo’n rea lity-tv-achtige column bedoelt Brouwers natuurlijk niet. Zijn essay gaat over de vastberadenheid waarmee de regering-Bush het terrorisme bestrijdt en de bangheid, naïviteit en het wantrouwen waarmee zoveel Europeanen deze strategie benaderen. Met zijn collega’s Arie Elshout, ook in de Volkskrant, Leon de Winter in Elsevier en Geert Wilders in de Tweede Kamer hoort hij tot de voorhoede van de bushisten in Nederland.

Het internationaal bushisme schrijft zichzelf een groot, profetisch en moedig denken toe. In de eerste tien jaar na de Koude Oorlog hebben de overwinnaars van het Westen zich van de internationale politiek afgekeerd. Ze stonden toe dat de wereld in een chaos veranderde, ze waren zich er niet van bewust dat nieuwe doodsvijanden plannen beraamden om ons in een wereldoorlog te betrekken, om ons volgens een nieuwe strategie met nieuwe wapens te vernietigen. Met de aanval van 11 september werd het Westen voor de nieuwe werkelijkheid gesteld. Het feest is voorbij, constateerde The Economist. Maar wat nu?

Drie jaar geleden schreef ik in NRC Handelsblad een artikel waaruit ik het slot citeer: «De aanslagen in Amerika hebben het Westen geraakt, in zijn ziel. Het Westen is ook geraakt in zijn naïeve zelfvertrouwen, goedgelovigheid. En het ziet plotseling zijn nonchalance en zijn gebrek aan zelfkritiek. Nu heeft het de energie van de vergelding. Hoe zullen wij, maar vooral de Amerikanen, en dan weer vooral de Amerikanen van Bush die gebruiken? Een strijd van jaren met een zo heterogene coalitie is een hachelijke onderneming. Het grootste risico na de aanslag is dat de regering van president Bush – never mind the collateral damage – te vroeg, te hard op de verkeerde plaats slaat. Dan spat de coalitie uit elkaar nog voor ze goed en wel in werking is getreden. Het allerslechtste wat men zich kan voorstellen is dan een gemondialiseerde intifada. In deze dagen worden de machtsverhoudingen op de wereldkaart opnieuw getekend. De wereld blijft alleen bewoonbaar als Europa en Amerika niet van elkaar verwijderd raken.»

De eerste fase van het westelijk antwoord was de oorlog in Afghanistan, door de Amerikanen met instemming van de bondgenoten gevoerd. Het volk werd van de Taliban bevrijd, maar Osama bin Laden werd niet gevangen. Toen concentreerde Washington zich op Irak. In het voorspel splitste het bondgenootschap zich. De Amerikanen van Mars lieten zich niet door de Europeanen van Venus weerhouden om Saddam Hoessein te ontwapenen en het volk van de dictator te bevrijden. Daarna moest het land worden herbouwd tot democratisch voorbeeld voor het Midden-Oosten. De kritiek, niet alleen van de venusiaanse Europeanen maar ook van mensen als generaal Wesley Clark (die de Kosovaren heeft bevrijd) en de Israëlische strateeg Van Creveld, werd als laf en dom terzijde geschoven.

Voor de oorlog begon hadden de bushisten de Verenigde Naties (niet gezien als oppermachtige wereldorganisatie maar als permanente interna tionale onderhandelingsmachine) onbruikbaar gemaakt. Tegelijkertijd werd op grond van leugens en misleidingen een propagandacampagne gevoerd waaruit Saddam als wereldvijand nummer één te voorschijn kwam. De opmars naar Bagdad werd voornamelijk gehinderd door een zandstorm. De standbeelden vielen, Paul Bremer III verscheen om het bevrijde land op orde te brengen. Daarna groeide door een veelheid van factoren de chaos die nu synoniem is voor Irak. Dat is de toestand waartegen de geestelijke luiaards met hun politieke blik vernauwing en geestelijke aderverkalking, de blabberaars van de chattering classes nu al meer dan twee jaar vergeefs hebben gewaarschuwd. Niet omdat ze bange pacifisten zijn, of geheime vrienden van Osama bin Laden, wat de bushisten graag geloven en propageren, maar omdat ze het er niet mee eens zijn dat «hun» soldaten op manifest verkeerd advies zich onder wanbeheer moeten laten doodschieten.

Als er al een «intifada» in het Westen zou zijn – wat ik een overdreven voorstelling vind – dan is die door de bushisten in Irak krachtig bevorderd. Denk daar eens over na, in uw geestelijke ijver, met het panorama van uw politieke blik.