Francine Oomen, Hoe overleef ik, regie Pascalle Bonnier © De Familie

‘Dit gaat een moeilijke brief zijn – om te lezen, om te schrijven.’ Een vrouw van rond de zestig leest, na een zucht, die zinnen voor vanaf haar laptop. De opmaat voor een documentaire die over haar is gemaakt en die een evaluatie van haar leven lijkt. Ze legt verantwoording af en vraagt die. Haar naam: Francine Oomen, auteur met een enorm oeuvre dat ze zelf illustreert. Talloze kinderboeken, maar haar grootste bekendheid dankt ze aan de Hoe overleef ik-reeks voor pubers. Hoe overleef ik de brugklas (2000) werd gevolgd door onder veel meer het overleven van de eerste zoen, een gebroken hart, mijn ouders (en zij mij?), mijn vriendje (en hij mij?), tot en met Hoe overleef ik met/zonder gescheiden ouders? Op de meeste terreinen blijkt ze ervaringsdeskundige, maar ik wed dat in dat laatste boek een aantal zaken ontbreekt dat haarzelf diepgaand gevormd heeft en dat ze al geruime tijd aan het verwerken is in een nieuw boek. Voor volwassenen.

Ze kan uit eigen kinderervaring meepraten over gescheiden ouders. De moeilijke brief is bovendien gericht aan de man van een stel dat haar, toen ze na de scheiding met moeder en stiefvader naar het verre noorden was verhuisd, liefdevol opving. Ze mocht er vaak logeren. Dertien was ze. ‘Een Lolita.’ Liefde en zelfs aandacht hoefde ze in haar eigen halfnieuwe gezin niet te verwachten. Een moeilijke jeugd die haar doet verzuchten dat ze toen heel graag haar eigen, later geschreven boeken zou hebben gelezen – om te overleven. Om zichzelf en haar geschiedenis en huidige situatie te begrijpen moet ze het spoor terug volgen. Ze zoekt verklaringen voor het feit dat ze slecht was in vriendschappen, problemen had en heeft met intimiteit. Want over ‘Hoe overleef ik deze eigen scheiding/breuk?’ zou ze als meervoudig ervaringsdeskundige meerdere boeken kunnen schrijven. De vervuilde bron zoekt ze bij de moeder ‘die niet in staat was moeder te zijn’.

Maar tegelijk is er het besef dat daar verklaringen voor zijn die ze destijds niet kon weten. Wat er toen voor zorgde dat ze in retrospectief ‘een onmogelijk kind’ werd in haar woede jegens moeder. Terwijl vaders aandeel (ze was zijn oogappel) buiten schot bleef. Bovendien verdween hij uit haar dagelijks leven, wat een plek op een voetstuk langer garandeert. Hoe dan ook: de kiem voor de ondergrondse pijn ligt in ‘Hoe overleef ik het verschrikkelijke dat een meisje/kind nooit mag overkomen?’ Terwijl het zowel haar moeder als haarzelf overkwam.

‘God schiep de man’, las ik ooit bij Hélène Nolthenius, ‘en de duivel hing er een lul aan’. Middeleeuws gezegde of door haarzelf bedacht? Onbelangrijk. Die brief is een afrekening. Hopelijk ook een vorm van bevrijding. Maar de schade werkt lang en diep door, soms generaties. ‘Hoe overleef ik de breuk met mijn dochter?’ komt ook nog aan de orde. Erg veel intimiteiten dus. Ze wilde het echt zelf, bij vol bewustzijn. En de regisseur doet ook camera en geluid: eenpersoonscrew én vertrouwenspersoon.

Pascalle Bonnier, Hoe overleef ik, NTR, Het uur van de wolf, woensdag 13 oktober, 23.05 uur