Moeizaam huwelijk

‘Het moeizame huwelijk tussen wijn en kaas’, heet een van de hoofdstukken. Deze beeldspraak is volop uitgewerkt, het gaat over ‘partners’, een ‘relatie’ die onder bepaalde voorwaarden standhoudt, er wordt gesproken over ‘perfecte huwelijken’ die er eerder zijn tussen kaas en witte dan tussen kaas en rode wijn. Kazen kunnen vernietigend zijn voor de wijn: ‘Het staat wel spannend, zo'n druipende brie, maar het helpt elke wijn om zeep.’ Ik herinner me ineens wat we vannacht aten, bij het bier en later de wijn: bitterballen.

Het hele boekje blaast wijn leven in, het stijlrepertoire van de personificatie doordesemt dit loflied. De beschrijvingen van druiven doen denken aan menstyperingen uit de geschriften van Lombroso: de sauvignon-druif heeft ‘behoefte aan koelte’, hij 'voelt zich thuis’ bij de Loire en hij is niet zo'n 'charmeur’ als de chardonnay-druif, de merlot krijgt buiten de Bordeaux-regio een 'heel eigen identiteit’, hij is 'toegankelijker’ dan de cabernet. Wijn heeft een natuurlijke 'affini teit’ met hout maar hoeft daar niet altijd beter van te worden, het ene druivenras 'verdraagt zich’ overigens beter met hout dan het andere. 'De kunst van het wijndrinken.’ 'Wispelturige wijngoden.’ 'Het tijdperk van de mandfles is voorbij in Toscane.’ 'Wat is er toch zo bijzonder aan Beaujolais primeur?’ Ik kan niet goed ophouden deze hoofdstuktitels over te typen, het zijn mooie, rustige woorden, ze roepen een heel stille wereld op, er fluistert hier een groot verlangen naar utopie, er is iets mee dat onweerstaanbaar is. En tegelijkertijd wil ik er heel hard om lachen. 'Mooie wijn om te bewaren.’ 'Vurige winterwijnen uit de Rhône.’ 'Een vineuze immigrant.’ 'Het grote misverstand rond sherry.’ Waarom wil ik altijd parodieën op dit soort proza maken? Leuke grappen. Grappen over modeproza, kunstrecensentenproza, leuk doen over crickettaal, dinerproza. Leuk doen ten koste van anderen die niets anders doen dan een stijl inzetten om zich een houding te mogen geven, om een plaats in de ruimte van de taal in te nemen. Ook weer dit wijnboek, het zet een stijl in, altijd dezelfde stijl, dat wel, om te proberen te zeggen wat niet in woorden te zeggen is, het probeert een zintuiglijke ervaring in taal te vangen en kiest daarvoor de stijl van het menselijke onderscheid. Waarom maak ik direct een ongelooflijk flauwe grap over bitterballen? Wat wil ik wie inpeperen? Welke weerstand maakt zich van me meester wanneer ik dit proza lees? Waarom maakt de komiek altijd grappen over culturen waartoe hij niet behoort? Omdat hij weet dat hij gedreven wordt door rancune over andere culturen. Die niet tot hem horen, vroeger niet en in de toekomst ook niet, die hij niet kent, waarvan hij het genot niet kent en die hij dus wantrouwt. Hij weet dat zijn publiek op deze grappen zit te wachten omdat hij weet dat hij in niets van zijn publiek te onderscheiden is.