Armando is beroemd, maar zijn boek ligt bij de ramsj. De vierde druk uit 1992 van een boek uit 1988 redde het niet meer. Zijn we dat gedoe over de oorlog zat? Ik ben het zeker zat. Er moet wel een heel goede reden zijn, wil ik nog wat over de oorlog lezen. Een boek van Armando is een goede reden. Als ik Armando lees, denk ik steeds: jeetje, zo te kunnen schrijven. En zoals je aan dit stukje merkt: Armando schrijft besmettelijk. Al kan ik het natuurlijk nooit zo goed, want zo schrijven als Armando, dat kun je maar beter aan Armando overlaten. Ook Armando moet het niet te veel doen. Zoals met Herenleed. Dat ging te lang door.
Armando schrijft zo mooi. Bijvoorbeeld over de grens tussen België en Frankrijk in De straat en het struikgewas. (De titel van het boek is prachtig, maar de titels van de hoofdstukken zijn ook onvoorstelbaar. Zoals: ‘Ter plekke’. En: ‘Geheimzinnigheden’.) In blokjes uiteenvallend tracht Armando in dit boek om iets heen te schrijven of een geschiedenis te vertellen. Niet dat hij dit wil, hij doet het tegen heug en meug. Hij valt over de details. Hij blijft haken. Zelf schrijft hij daarover: ‘Ineens is iets kunst. Ineens zijn de stoutmoedige gedachten en daden van een troosteloos mens in het domein van de kunst terechtgekomen. Dat is, ik weet het uit ervaring, een streng en wrang domein, met eigen wetten en gevechten. Je kunt daar beter niet terechtkomen, want je wilt ook wel weer es terug en dat lukt je lang niet altijd. Mij is het nooit meer gelukt.’
Mooi. Maar soms denk ik: Moet dat zo mooi? Kan dat niet wat minder? Kennelijk niet. Dat moet je accepteren.