Moet dat zo mooi?

Armando, De straat en het struikgewas. De Bezige Bij 1992. 264 blz., 314,90. Verkrijgbaar bij Modern Antiquariaat Van Gennep.
Armando schrijft in De straat en het struikgewas over de dingen van vroeger. Er was een oorlog en er was een kamp in de bossen. Een geheim in een alledaagse wereld. Je kreeg de vijand, prikkeldraad, de gevangenen kreeg je, en woorden als gefusilleerd. Armando vriest de spreektaal in en dan wordt het monumentaal, dus literatuur op een nieuwe manier. Tenminste: zo was dat in de tijd dat Armando ermee begon. Er kwam een prachtig boek over De Nieuwe Stijl, ook ramsj. Men spreekt nog over de Vijftigers, de Maximalen bouwden daarop verder, maar Generatie Nix bemoeit zich niet met De Nieuwe Stijl, trouwens Nix is ook al weer weg. Er werd met De Nieuwe Stijl iets geïntroduceerd wat geen vervolg kreeg. De literatuur in Nederland is nog steeds ernstig verliteratuurd. Daartegen zou ik willen protesteren.

Armando is beroemd, maar zijn boek ligt bij de ramsj. De vierde druk uit 1992 van een boek uit 1988 redde het niet meer. Zijn we dat gedoe over de oorlog zat? Ik ben het zeker zat. Er moet wel een heel goede reden zijn, wil ik nog wat over de oorlog lezen. Een boek van Armando is een goede reden. Als ik Armando lees, denk ik steeds: jeetje, zo te kunnen schrijven. En zoals je aan dit stukje merkt: Armando schrijft besmettelijk. Al kan ik het natuurlijk nooit zo goed, want zo schrijven als Armando, dat kun je maar beter aan Armando overlaten. Ook Armando moet het niet te veel doen. Zoals met Herenleed. Dat ging te lang door.
Armando schrijft zo mooi. Bijvoorbeeld over de grens tussen België en Frankrijk in De straat en het struikgewas. (De titel van het boek is prachtig, maar de titels van de hoofdstukken zijn ook onvoorstelbaar. Zoals: ‘Ter plekke’. En: 'Geheimzinnigheden’.) In blokjes uiteenvallend tracht Armando in dit boek om iets heen te schrijven of een geschiedenis te vertellen. Niet dat hij dit wil, hij doet het tegen heug en meug. Hij valt over de details. Hij blijft haken. Zelf schrijft hij daarover: 'Ineens is iets kunst. Ineens zijn de stoutmoedige gedachten en daden van een troosteloos mens in het domein van de kunst terechtgekomen. Dat is, ik weet het uit ervaring, een streng en wrang domein, met eigen wetten en gevechten. Je kunt daar beter niet terechtkomen, want je wilt ook wel weer es terug en dat lukt je lang niet altijd. Mij is het nooit meer gelukt.’
Mooi. Maar soms denk ik: Moet dat zo mooi? Kan dat niet wat minder? Kennelijk niet. Dat moet je accepteren.