Vertalen

Moet het om de vijftig jaar over?

In Kunststof juichte Wouter van Oorschot over de nieuwe complete vertaling van Tsjechovs verhalen die zijn uitgeverij heeft uitgebracht. Tsjechov was geweldig! Zeker, maar waar waren de vertalers, die toch de aanleiding tot de vreugde vormden?
Ze werden niet genoemd, ook niet door hun uitgever, de ondankbare hond. Ik dacht dat iedereen er nu wel van doordrongen was dat vertalers vertolkers zijn zonder wie een bepaalde prestatie niet eens bestaat, net als zangers of acteurs. Goed of slecht gedaan, dat is een tweede. De naam van de vertolker noemen is wel het minste.
Ik neem aan dat Van Oorschot zijn vertalers goed vindt. Hij gaf namelijk nogal hoog op van de noodzaak van deze uitgave in het Nederlands. Wel zei hij iets wat zijn verzwegen compliment bij voorbaat temperde.
Hij zei: na vijftig jaar is een vertaling gedateerd en moet het over. Zo werd de prestatie teruggebracht tot de noodzaak van de onderneming.
Altijd die vijftig jaar. Ik hoor dat heel vaak, wat misschien betekent dat het gewoon waar is, maar misschien ook dat men elkaar klakkeloos napraat.
Er werd een voorbeeld gegeven. Een boek, zei Van Oorschot, waarin de woorden ‘sapristi’ of 'sapperloot’ staan, kan niet meer. Of de voorbeelden historisch waren of alleen bij wijze van spreken weet ik niet.
Ik geloof er hoe dan ook niets van. De enige vertaling van Don Quichot die ik ooit in een Duitse boekwinkel, in Kleve was dat, zag liggen, was van de hand van Ludwig von Tieck, een achttiende-eeuwer. Die was kennelijk nog steeds bruikbaar en genietbaar. Ik weet niet wat 'sapristi’ of 'sapperloot’ in het Duits is, maar die woorden stonden er vast in, en in ieder geval stonden ze op z'n Spaans in het oorspronkelijke Spaans, want het zijn echte Sancho Panza-woorden, al heb ik ze geloof ik zelf niet gebruikt toen ik het boek in het Nederlands vertaalde.
Zijn ook schrijvers gedateerd wanneer ze oude of oubollige woorden gebruiken, neem Cervantes? En hoe zou je hem dan op het nu toesnijden? Die ridders van hem zijn denk ik oké. Die lijken met de belangstelling voor de Middeleeuwen weer hot, maar al die in onbruik geraakte voorwerpen en gewoonten in dat boek, moet daarvan niet een gedeelte bij het vuil? Nee, en wel hierom: goede literatuur, jongens, meisjes, is meer dan een heldere boodschap of verhaallijn of een doorgeefluik van herkenbare taal.
We hebben bij ons een recent voorbeeld van wat ik maar lees-purisme noem. Het Nederlands van de Max Havelaar is aangepakt en ik las dat de bespreekster in NRC Handelsblad, uitgever van het boek, er veel lovende woorden voor over had. Sommige dingen hadden voor haar bij het oude mogen blijven, maar andere waren met succes up to date gemaakt en er waren ook terecht stukken uitgestoten (zei ze).
Daar ga je al: de een wil dit, de ander dat. Daar ben je het gelukkig zelden over eens en een boek staat boordevol woorden. Je kunt in een oud kinderboek het woord 'stoof’ weghalen, maar er blijft altijd, in welke versie ook, heel veel duister voor de lezer, ook voor de volwassen lezer, al was het maar omdat je niet de associaties van een auteur hebt. Daarom lees je hem juist, omdat je uit je eigen hoofd wilt treden en nieuwsgierig bent naar het andere.
Het mag, daar niet van. Als de auteursrechten zijn verlopen mag alles met een boek, voor kinderen of voor toneel bewerken, op z'n kop zetten, verstrippen, annoteren, en dat kan veel moois opleveren, maar hertalen? Gun de lezer toch zijn eigen lezing. Dan snapt hij maar eens iets niet, dan ergert hij zich maar eens, dan leert hij eens iets, of beseft hij dat tijden verschillen. Hertalen hoort bij een schoolse en fantasieloze leesinstelling, bij zaken als onnodige drempelverlaging en verkeerde democratie.
Laten we ter vergelijking de zang nemen. Wie kunnen er daar niet meer? Jussi Björling? Callas? Kathleen Ferrier? Hun opnamen zijn allemaal de vijftig gepasseerd. Ach nee, die houden stand, al zullen er gelukkig steeds nieuwe vertolkers van hun repertoire komen.
Het is waar dat een Spanjaard of Rus nooit 'sapperloot’ zal hebben gezegd. Kan de lezer geloven dat het in zekere zin om een tijdloos boek gaat, waarin de wereld van de schrijver en de zijne wonderwel bijeenkomen, daar gaat het om. Dat geldt voor vertalingen én voor oorspronkelijk werk, zoals dat van Multatuli. Die zou schik hebben gehad in de opfrissing, las ik. O ja?
Overigens twijfel ik er niet aan dat die nieuwe vertalers van Tsjechov het beter hebben gedaan dan hun voorgangers. Er wordt tegenwoordig om te beginnen zorgvuldiger vertaald, maar zo'n oordeel vel je per keer. Laat ik de namen noemen: Aai Prins, Anne Stoffel en Tom Eekman. De naam van de hertaler is Gijsbert van Es.