Moeten burgemeesters altijd stoer optreden?

Vele burgemeesters gingen hem al voor, zoals die van Voerendaal, van Helmond, van Waalre en van Hoogeveen. Nu is het de beurt aan de burgemeester van Haarlem, Jos Wienen. Nu is hij het die wordt bedreigd door criminelen. Zo ernstig dat hij moet vrezen voor zijn leven en heeft moeten onderduiken. Al duikt hij liever op, zoals Wienen afgelopen weekeinde zei tegenover Haarlemmers die hun steun aan hem kwamen betuigen en tot hun verrassing ook hun burgemeester op het bordes van het stadhuis zagen verschijnen. Wel met constant om zich heen kijkende, bewapende beveiligingsmensen in zijn nabijheid.

Hoe komt het dat burgemeesters steeds vaker persoonlijk worden bedreigd? Een van de oorzaken is de drugscriminaliteit die de afgelopen jaren flink is gegroeid. Het drugsafval dat de laatste weken zelfs in woonwijken opduikt, is daar ook een teken van. Die criminaliteit ondermijnt op allerlei manieren het gezag van de overheid.

Bijvoorbeeld doordat met het drugsgeld een pand wordt gekocht dat dan vervolgens aan meer mensen wordt verhuurd dan de drugscrimineel opgeeft aan de Belastingdienst aan huurinkomsten. Of doordat een sociale huurwoning voor het grootste deel wordt gebruikt als wietplantage. Het gezin met kinderen dat het huis formeel huurt woont er onder belabberde omstandigheden, maar het gezag kan niet ingrijpen om het gezin daaruit weg te halen. Mensen die keurig belasting betalen of op een wachtlijst staan voor een huurwoning verliezen daardoor hun vertrouwen in de regels.

In deze wedloop zullen criminelen altijd meedogen­lozer zijn dan ambtsdragers

Dat de burgemeester steeds vaker in beeld komt bij het bestrijden van deze criminaliteit komt doordat bovenstaande gevolgen steeds vaker met het bestuursrecht worden bestreden, en de oorzaak, de drugscriminaliteit zelf, veel moeilijker is aan te pakken met het strafrecht. Het gevolg: huisuitzettingen, het sluiten van panden, het stopzetten van uitkeringen, allemaal om de criminelen dwars te zitten. De burgemeester is de persoon die daartoe uiteindelijk vaak formeel besluit. Zo wordt de burgemeester de voornaamste criminaliteitsbestrijder. En dat dan ook nog eens in een tijd dat het persoonlijke optreden van ambtsdragers er steeds meer toe doet en ze daar, ook door de media, meer en meer op worden beoordeeld.

Het heeft de burgemeesters in gevaar gebracht. Want ook criminelen deinzen er niet voor terug beslissingen van ambtsdragers als persoonlijk optreden op te vatten en hen daarvoor persoonlijk te straffen. Als een burgemeester hun ondermijnende activiteiten op zijn beurt probeert te ondermijnen, weten de criminelen hen te vinden.

Het is een wedloop geworden, waarin criminelen altijd harder en meedogenlozer zullen optreden dan ambtsdragers. Een wedloop ook, die niet verloren mag worden door de ambtsdragers, want zoals de minister van Binnenlandse Zaken afgelopen zaterdag in Haarlem zei: ‘Wie aan onze burgemeester komt, komt aan ons.’

De minister zal moeten kijken of de aanpak via het bestuursrecht de wedloop aanwakkert en daardoor zijn doel mogelijk voorbij schiet en dan in overleg moeten treden met de minister van Justitie over de zwaardere aanpak van de drugscriminaliteit via het strafrecht. Burgemeesters zelf zullen zich moeten afvragen hoe ze naar buiten treden met besluiten over bijvoorbeeld het sluiten van een pand: moet dat altijd ‘stoer’ of kan dat ook in stilte?