Moge het tony blair niet al te goed gaan

De Britse burgers hanteerden de electorale karwats zo kwaadaardig dat de toegebrachte wonden mogelijk nooit zullen helen. De Conservatieve Partij van John Major werd in de gemeente- en districtraadsverkiezingen bijna vermorzeld. Maar het (journalistieke) folteren door zout in de wonden te wrijven duurde maar een dag. De driedaagse feestroes in Engeland rond Victory- in-Europe met Vera Lynn en de Spitfires en de luchtacrobaten en de doedelzakken en de koningin-moeder (94) in oogverblindend geel en de vijftig staatshoofden - die herleving van geschiedenis na vijftig jaar maakte heel even van de verkiezingen van twee dagen eerder geschiedenis.

Wanneer echter na deze wonderlijke week de roes is verschrompeld, zal de verschrikkelijke werkelijkheid de conservatieve horizon weer totaal verduisteren. Want het was de grootste verkiezingsnederlaag aller tijden in Engeland. Het is de eerste keer in de historie dat de conservatieven in geen enkele raad een absolute meerderheid hebben. En indien deze verplettering zou doorzetten in parlementsverkiezingen (op zijn laatst over goed twee jaar), dan zou Labour een absolute parlementaire meerderheid krijgen van 250 zetels.
Geen psycholoog in Engeland twijfelt nog aan de oorzaken van de conservatieve ondergang. Natuurlijk: het volk is ontevreden over gebroken fiscale beloften, over de gezondheidszorg, over de werkloosheid, over de economie, over de gedragingen van Tory-ministers en -parlementariers. Maar zonder Labours nieuwe leider, zonder Tony Blair, zou de moker niet zo hard zijn neergekomen. Niet alleen is Blair een socialist die net zo goed een conservatief voorman zou kunnen zijn. Hij stuurt ook nog zijn kinderen naar een dure prive-school, hij maakt geen gebruik van de National Health Service, hij is particulier verzekerd. Hij heeft de macht van de vakbonden gekortwiekt, hij heeft de beruchte paragraaf vier van de Labourgrondwet laten wijzigen (geen nationalisering meer van de produktiemiddelen), hij is bezig met een razendsnelle liberalisering van Labour. Anders gezegd: Labour is op weg een grote centrum-linkse partij te worden, die aanvaardbaar is voor veel liberaal-conservatieven.
Bij dit al bedreigt Engeland een groot gevaar. Met een fractie van meer dan 425 man en een absolute meerderheid over andere partijen van ruim 250, zal Blair nog meer absolute macht krijgen dan Thatcher ooit bezat. Blair zou kunnen regeren als een absoluut heerser, ook binnen zijn partij. Alle oppositie zal vervagen.
En dat dan met minder dan vijftig procent van alle uitgebrachte stemmen. Dank zij het aftandse first- past-the-post-districtenstelsel. Een stelsel zonder tweede ronde. Wie in een district, ongeacht het aantal politieke partijen, een eenvoudige meerderheid behaalt, krijgt de zetel. De legitimering van dit districtenstelsel is dat het ‘krachtige regeringen’ oplevert en geen slappe coalities. We weten nu: te krachtige regeringen.
Ergo: laten we hopen, ook in het belang van de rest van Europa, dat het met Tony Blair de komende twee jaar een tikje minder goed gaat. Want democratie zonder redelijke oppositie is geen democratie.