Film: ‘Mank’

Mogols van de verbeelding

Gary Oldman als Herman Mankiewicz, Arliss Howard als Louis B. Mayer en Tom Pelphrey als Joe Mankiewicz in de film Mank © Netflix

David Finchers film over scenarist Herman Mankiewicz, auteur van Citizen Kane, speelt zich af in Hollywood tijdens de Grote Depressie. Mensen hebben geen geld; bioscopen blijven met moeite overeind. En toch is de zucht naar movies groter dan ooit. In een met sigarettenrook gevulde ruimte in Hollywood, waar mannen in pak verhalen verzinnen die onze collectieve verbeelding tot op de dag van vandaag bepalen, roept Mankiewicz – ‘Mank’ – uit: ‘Projecteer de films dan gewoon op straat!’

Zoals het een hofnar betaamt, maakt Mank een grap die geen grap is. Hierin schuilt tragiek: hij ziet de gruwelijke werkelijkheid, maar hij is machteloos. In Mank zijn we in een tijd waarin de politiek van links meer nodig is dan ooit, maar tegelijkertijd is er geen ruimte voor een beleid van compassie. Iets zeggen over ‘minimumloon’ of ‘regulering’ of ‘collectieve zorg’ is meteen ‘socialisme’ en dus politieke zelfmoord. De mogols van de verbeelding, studiobazen Jack Warner, Darryl Zanuck en Louis B. Mayer, hebben veel macht. Maar op hun beurt hangen ze aan de touwtjes van het grote geld, voorop dat van mediamagnaat William Randolph Hearst, in de gedaante van Charles Foster Kane, hoofdpersoon van Citizen Kane.

Deze wereld brengt Fincher in beeld met zwart-witfotografie in high dynamic range, compleet met een logo weergegeven in de titelsequentie, zoals vroeger met ‘Technicolor’ gebeurde. Praktisch: de hdr-techniek geeft donkere en lichte delen van het beeld extra helder weer, ook op schermen die veel mensen thuis hebben. Bij mij zag ik Mank op zo’n scherm, het was verbluffend prachtig. Fincher creëert een nostalgische blik, een huldeblijk aan de klassieke stijl van Hollywood, aan de romantiek van filmsterren die het niveau van de werkelijkheid overstijgt. Maar heel slim echoot Mank hiermee ook de expressionistische vormgeving van Citizen Kane. We kijken in beide gevallen naar een horrorfilm.

Dat blijkt vooral in een hoofdverhaallijn over de Californische gouverneursverkiezing van 1934 waarin de linkse auteur en politicus Upton Sinclair het opneemt tegen Frank Merriam, Republikeins kandidaat en favoriet van de studiobazen. Mank ontdekt dat de studio’s korte films maken ter ondersteuning van Merriam. Ze gebruiken acteurs die straatarme mensen spelen die de Republikeinen ondersteunen; ze zetten in scène hoe zwervers massaal per trein naar de vleespotten van Los Angeles vluchten. Een collega van Mank die de filmpjes regisseerde, krijgt last van zijn geweten. Hoe kon hij, een kunstenaar, zo diep zinken dat hij nepnieuws produceerde? De man schiet zich door het hoofd.Mank, schitterend gespeeld door de Engelse acteur Gary Oldman, verwoordt de crisis: mensen die erin geloven dat een aap zo groot als een wolkenkrabber bestaat, of dat Mary Pickford, als America’s Sweetheart een van de eerste filmsterren, een ‘maagd van veertig jaar oud is’, zijn dezelfde mensen die de nep-nieuwsfilmpjes van de studio’s voor zoete koek aannemen. Iedereen, dus. Hiermee komt zijn ‘voorstel’ in een nieuw daglicht om films dan maar op straat te projecteren. Zo wijd verspreid ís de invloed van de verbeelding, en wij kunnen daar iets aan doen.


Nu te zien op Netflix