Opheffer

Mohammed B. Is PROVO

Wilders was vroeger vast een provo. Net als ik. Ik heb toen trouwens ook mijn haar geblondeerd – en ik lakte mijn nagels, dus mij zul je niet horen over Wilders.

Wanneer ik achteraf terugkijk op de provotijd, dan moet ik constateren dat we oerconservatief, op het fascistoïde af waren.

Een heerlijke tijd.

We waren links dus fanatiek. We wilden terug naar de natuur – geweld was een optie; misschien niet lichamelijk geweld, maar het vernietigen van bezit was gerechtvaardigd. Een ruit meer of minder in een bankgebouw deed er niet toe; mijn en dijn werd gerelateerd aan klassenverhoudingen; een rookbom is misschien wel een mooi symbool voor de mate waarin we verzet wilden plegen. We speelden er revolutie mee.

Het verschil met echte revolutionairen was en is dat we toen ook al volgevreten waren en behoorden tot de betere klassen. De Marshallhulp had de armoe niet weggevaagd, maar wel tot iets sociaal onaanvaardbaars gedegradeerd.

Mijn ouders waren gewond door de oorlog, het verlies van Indië en een vorm van discriminatie – maar niet door de armoede.

Mijn ouders en ik vonden elkaar in de strijd tegen de armoede.

Zij waren sociaal-democraten aan de zeer rechtse kant. Ze dronken de woorden van Jacques de Kadt.

Een softie.

Wij provo’s waren pas hip.

Zoals iedere jonge fascistische beweging eigenlijk hip is.

Mussolini was destijds hip. Hitler was hip. Je wilde erbij horen. Het SS-uniform was net zo populair als het «Witte Spijkerpak» twintig jaar later. Ik had een wit spijkerpak. Daarvoor trouwens was het «existentialistisch zwart» erg in de mode geweest. Ik had ook «zwart» gedragen.

Het geloof in democratie was conservatief – net als nu.

Ik lees dat de kleindochter van Mussolini, Allessandra Mussolini (ze speelde mee in Una giornata particolare als dochter van Sophia Loren, die trouwens ook gelieerd was aan Mussolini), nog steeds het gedachtegoed van haar grootvader verdedigt – en ik zag onlangs in Italië hoe dat gedachtegoed nog springlevend is. Bijna overal in Noord-Italië kun je de cd met fascistische liederen krijgen en in bijna elk antiquariaat vind je nog de roman van Musso lini, want Mussolini was een Futurist, een intellectueel, een moderne denker, een provo van zijn tijd.

Het Futurisme… iedere oudere Italiaanse antiquaar lijkt het de mooiste tijd in de Italiaanse cultuur te vinden.

Ik hoor dat op de Amsterdamse Hoge Scholen van Onderwijs en aan de Universiteiten van Nederland het gedachtegoed van Mohammed B. steeds meer aan ruimte wint.

Die mohammedaanse jongeren zijn de provo’s van nu.

Fascisme is trouwens ook iets voor jongeren. Het is stoer, schoon en slim.

Als ik me niet heel sterk vergis, kijken sommige autochtone jongetjes al met jaloezie naar die Mohammed B’tjes. Die hebben een eigen dracht, een eigen levensovertuiging die ze onderscheidt van hun ouders en van iedereen die de pest aan ze heeft, en natuurlijk is het populair, want wat ze denken is oerconservatief en fascistoïde.

En vergis u niet. Die Mohammed B’tjes hebben ook meisjes. Veel meisjes. Veelwijverij schijnt te mogen – en waarom ook niet? Je kunt met twee, drie, vier meisjes verloofd zijn en mee willen trouwen…

De Grote Osama heeft wel vijftig vrouwen…

Mooi toch?

Wij hadden het blad Provo; zij hebben internet.

Mijn vader las twee artikelen in Provo en legde het verveeld terzijde; ik lees wat boodschappen op Marokko.nl en hou het ook voor gezien. Te slecht van stijl en inhoud.

Het Eigen Volk Eerst van conservatief Nederland verschilt in niets van het Eigen Volk Eerst van al-Qaeda («Moge de vlag van de Taweed wapperen op het dak van het Binnenhof!»).

Wij, provo’s, wilden ook Eigen Volk Eerst. Ons volk bestond uit goede communisten.

Mohammed B. is RAF, het is Provo, het is Baader Meinhoff, het is de SA, de SS, de CPN – noem al die groepjes maar op.

En daarom kun je precies voorspellen wat er gaat gebeuren.

Er komen meer aanslagen, ontvoeringen, meer doden.

De overheid gaat hardere maatregelen eisen, hardere maatregelen nemen – en de sympathie voor die kleine groepen zal steeds meer toenemen. Ze hebben namelijk altijd een punt. Soms twee, maar minimaal één. Ze hebben altijd de vinger op de zwakke plek weten te leggen, en ze bieden altijd een oplossing. Meestal is die oplossing onmogelijk (dood aan het kapitalisme, minder belastingen, minder ambtenaren, weg met het Westen), maar dat doet er niet toe.

Wat de overheid meestal doet is: de vrijheid van meningsuiting inperken (zoals Donner nu doet). Berufsverbote afkondigen. Zoals men nu wil dat er gebeurt.

Op het moment dat ik dit schrijf, zit Mohammed B. in het Pieter Baan Centrum. Hij wil niks zeggen, hij werkt niet mee. Gelijk heeft hij – hij is provo.

Femke Halsema zegt dat de politici niet de angst moeten aanwakkeren. Maar het is een angstige tijd. Als ik er nu aan terugdenk: hoe bang moeten mijn ouders wel niet zijn geweest met zo’n klein fascistje in huis…

O ja, de vraag is steeds: wat kunnen we er tegen doen? Niets.

Het kost een paar lijken – en als je gewoon de wet blijft toepassen, gaat het vanzelf over, tot de volgende fascisten komen.