Hoofdcommentaar

Mohammed op marxistische grondslag

In Nederland kan de prentenkwestie, die in het vermaledijde Land van Ooit overigens relatief rustig verloopt, snel worden beslecht. Artikel 7 / lid 1 van de grondwet is eenduidig: «Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.» Net zo helder als artikel 6 / lid 1: «Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.» Het is jammer dat de grondwet, bij gebrek aan Constitutioneel Hof in Nederland, niet toetsbaar is. Maar er is sowieso geen sprake van botsende grondrechten of wat dan ook. Bidden mag én beledigen mag, zolang de rechter er achteraf geen negatief oordeel over velt.

Het feit dat alles mag, betekent overigens niet dat alles ook moet. Maar over esthetiek rept geen enkele wet. Goddank. Mooi en lelijk zijn slechts onderworpen aan smaak of strategische overwegingen. Is een harde grap, die door de geadresseerden persoonlijk wordt opgevat, zinvol of werkt die averechts? Is het een les dat spot over de ellebogen van gereformeerden of de dubbele tong van katholieken meer effect heeft gesorteerd als die in eigen kring werd bot gevierd? Dat soort vragen. Al dat soort wijsheid is nu echter een gepasseerd station.

Tot vorige week leek de cartooncommotie nog redelijk overzichtelijk. De diplomatieke demarches plus uitleg over en weer pasten met enige goede wil in het internationale verkeer. De aangekondigde boycot van Deense producten was nog te zien als een overspannen maar toch marktconform protest à la de french fries in de Verenigde Staten. Maar sinds doden in Afghanistan en Somalië, de beschieting van Deense militairen in Basra, de betogingen in Cotabato en elders, de flyers tegen Geert Wilders in Amsterdam en Den Haag, de website van de AEL en de brandstichtingen in Beiroet plus Damascus is ontspannen ironie on beduidend.

De clash of religions is op stoom. Iedereen kent de zwakke plekken van de ander, zoals de drugsdealer in Londen demonstreerde toen hij met een zelfmoordjack ter betoging verscheen.

Valt er dan niets meer toe te voegen? Ja, iets. Niet alleen gekwetste moslims hebben een probleem – met hun eigen zelfbeeld, dat wankelt als een buitenstaander zich een al dan niet geestige grap veroorlooft, en met de westerse rechtsorde –, ook de postindustriële en vrije wereld heeft een probleem. In de beroering over de beroering worden een paar aspecten over het hoofd gezien. De islamitische wederopleving, noem het een vorm van politiek ontwaken onder religieus banier, heeft ook een materialistische component. Trefwoord: olie.

Tijdens het slotakkoord van de Koude Oorlog en de wittebroodsweken van de nieuwe wereldorde cirkelde de prijs van een vat olie rond de twintig dollar. Militaire crises daar gelaten was dat, na inflatiecorrectie, sinds 1947 de gemiddelde prijs. Na defaults van 1998 in Azië en Rusland duikelde een vat olie zelfs onder de tien dollar. Enduring Freedom in Afghanistan (2001) en Iraqi Freedom (2003) hadden ook nog een dempend effect.

Maar daarna begon de galop. Redenen te over: de opkomst van China en India, het onvermogen om Irak te pacificeren, een stuk of wat orkanen, de bluf van president Hugo Chávez van Venezuela die ook elders in Latijns-Amerika niet onopgemerkt blijft en andere oorzaken die alleen voodoo-wetenschappers begrijpen. Een vat olie kost nu ruim 65 dollar. De laatste dollars van deze nieuwe prijsstijging deze week hebben met politiek te maken: met het besluit zondag van president Ahmadinejad van Iran om de atoominspecteurs van het IAEA buiten de deur te houden. De westerse oliemaatschappijen doen er hun voordeel mee. BP heeft over 2005 een recordwinst van bijna twintig miljard dollar geboekt, zij het net iets minder dan Koninklijke Olie/Shell. Hetzelfde geldt voor Rusland, dat zijn energiekaart genadeloos uitspeelt en nu lak heeft aan het formele bondgenootschap met de VS in de war on terror.

Olie en islamisme is echter óók een groeiende kracht. De regimes in de Arabische landen, die tijdens de Koude Oorlog dankzij VS of Sovjet-Unie in het zadel zaten, hebben in eigen land hun legitimiteit te grabbel gegooid. Het is geen toeval dat de radicaalste variant van het islamisme is geworteld in Saoedi-Arabië, een notoir antisemitisch koninkrijk waar de sjeiks hun oliewinsten liever niet investeren omdat ze de City en Wall Street veiliger vinden.

Het oliewapen werd eerder gebruikt (Jom Kippoeroorlog bijvoorbeeld), maar wel op een redelijk overzichtelijk speelbord. Dat bord bestaat nu niet meer. Er zijn geen openlijke of heimelijke spelregels meer. De dubbelzinnigheid binnen het Atlantische bondgenootschap spreekt boekdelen. Waar de Deense regering vasthield aan de lijn dat zij niet gaat over de inhoud van de media, ging de Britse minister van Buitenlandse Zaken schuiven: «Er is vrijheid van meningsuiting (…) maar ik geloof dat de herpublicatie van deze cartoons onnodig was, ongevoelig, respectloos en verkeerd.» Het State Department liet zich ver gelijkbaar uit: «Op deze manier aanzetten tot religieuze en etnische haat is onacceptabel.»

Het Westen weet dat het zich heeft laten uitspelen, al spreekt het er liever niet openlijk over. Nog voordat het geweld rond de cartoons losbarstte hield president Bush zijn jaarlijkse State of the Union: «We hebben een serieus probleem. Amerika is verslaafd aan olie, vaak geïmporteerd uit instabiele delen van de wereld.» Waarna hij programma’s aankondigde voor kolenverbranding, zonnepanelen, windmolens en kerncentrales. Tussen de regels door zei Bush, die eerder in de State of the Union hoog had opgegeven over de successen van zijn democratiseringsproject in de wereld, ook iets anders: namelijk dat hij niet meer uitsluit dat dit project zal sneven, dat zijn ideale wereldbeeld een nederlaag kan gaan lijden.

Als Europa nu iets wil voorstellen in de rest van de wereld moet het de Denen en Noren openlijker en steviger steunen dan tot nu toe. Want er is maar één rechtsstatelijke positie denkbaar. Wie onoverkomelijke bezwaren heeft tegen prenten of teksten brengt die onder woorden of wendt zich tot de rechter. Dat kost wel geld, geen mensenlevens.