Moiwana wacht al dertig jaar op gerechtigheid

Paramaribo – André Ajintoena (50) legt zijn handen op het grafmonument van zijn neefje. ‘Stefano was het zoontje van mijn zus. Amper drie jaar oud.’

Toen het leger van Suriname op zaterdag 29 november 1986 het dorpje Moiwana binnenstormde, vielen er 39 doden, waaronder vijftien familieleden van Ajintoena. De burgeroorlog was enkele maanden bezig. Militaire eenheden onder bevel van legerleider Desi Bouterse voerden ‘zuiveringsacties’ uit in dorpen die ze verdachten van banden met het Junglecommando, de rebellenbeweging van Ronnie Brunswijk.

‘Het was rustig in het dorp. Tot er plots militairen binnenvielen die meteen het vuur openden. Precies om drie uur in de middag’, vertelt Ajintoena. ‘Ik hoorde dorpsgenoten de militairen smeken om niet te schieten. Het hielp niet. Ik had geluk, ik kon ontsnappen door samen met mijn moeder het bos in te vluchten. Dagenlang hebben we gewandeld, tot we in buurland Frans-Guyana waren.’

Ajintoena woont vandaag nog steeds in het Franse overzeese departement. ‘Achteraf beweerden de militairen dat ze het vuur hadden geopend omdat er rebellen in het dorp waren, en omdat wij eerst hadden geschoten. Pure leugens’, zegt hij boos. ‘Hadden die vermoorde baby’s misschien ook geweren? Neen, de militairen wilden wraak nemen, omdat we stamgenoten van Ronnie Brunswijk zijn.’

Het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens veroordeelde Suriname in juni 2005 om Moiwana. Het kreeg onder meer de opdracht de daders te berechten. Het lijdt weinig twijfel dat Bouterse – vandaag de dag president van de republiek – als hoofdverdachte zou worden aangewezen, net als van de Decembermoorden. Zo gaf hij in 1989 zelf toe het bevel te hebben gegeven voor de zuivering van Moiwana.

En net als de nabestaanden van de Decembermoorden wachten ook de overlevenden van Moiwana nog steeds op gerechtigheid. Terwijl om de Decembermoorden sinds 2007 tenminste een strafproces loopt – met op 30 januari een cruciale zitting, waarbij wordt bekendgemaakt of Bouterse verder wordt vervolgd – is exact dertig jaar na het ‘bloedbad van Moiwana’ zelfs het gerechtelijk vooronderzoek nog niet afgerond.

‘Degenen die dit hebben gedaan, moeten worden gestraft. Zonder rechtszaak kunnen we dit nooit volledig verwerken’, sprak Ajintoena vorige week tijdens de jaarlijkse herdenking in Moiwana. De directeur van het ministerie van Justitie, die bij de dienst aanwezig was, beloofde bij terugkeer in Paramaribo ‘de boodschap door te geven’.