‘Moja Polska!’ is een aanwinst voor de VPRO

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek kan bespreken. Vandaag: de VPRO-serie Moja Polska!

© VPRO

Moja Polska! heet de nieuwste reisserie van de VPRO en die is alleen al een aanwinst omdat we zo veel en uitgebreid over Rusland, Midden-Oosten, Afrika, India, China en Latijns-Amerika te weten zijn gekomen dankzij de Nederlandse omroep, VPRO voorop, en zo betrekkelijk weinig over Midden- en Oost-Europa. Al besteedden en besteden Tegenlicht, Metropolis en Nieuwsuur er incidenteel aandacht aan. Had, pakweg, Olaf Tempelman ooit maar een Roemenië-reeks gemaakt, zoals Brandt Corstius dat over Rusland deed. Maar nu is dan Polen aan de beurt, in vijf afleveringen. Gids is Dore van Duivenbode, Nederlandse journalist met Poolse moeder en met echte roots in het land. Zo erfde ze het vakantiehuis, door grootvader eigenhandig gebouwd. In haar jeugd was niet de Franse camping van haar leeftijdgenoten, maar dat mooie Poolse huisje de vaste vakantiebestemming. En, belangrijker nog, er zijn warme familiebanden met oom, tante en hun kinderen, generatiegenoten met wie de voertaal Pools is. (Ik bedoel, ik had een Duitse moeder, maar leerde die taal pas op de middelbare school en dan nog alleen schriftelijk. Ik spreek het even belazerd als de meeste Nederlanders, al is het bij jongere generaties nog erger sinds het een keuzevak is geworden. Oorzaak van mijn gebrek? It’s the war, stupid. Der Krieg, du Esel. Maar dat is een ander verhaal.)

De serie begint eventjes in Nederland, in een appelboomgaard waar Polen (wie anders?) het werk doen. Dore spreekt een jonge man, één van de kwart miljoen Polen hier, die hun stad, dorp, familie missen: ‘Wij zijn met hart en ziel in Polen, onze thuishaven’, zegt hij nadat hij zijn verre baby via de smartphone heeft gezien. ‘Zo is het ook voor mij’, zegt ze tegen ons. ‘Polen willen altijd terug.’ Dat is nogal een statement voor een in Nederland opgegroeide vrouw, die extra lading krijgt als even later blijkt dat ze óók in Polen is om het vakantiehuis te verkopen (afstand te groot, onderhoud niet te doen). In het besef dat ze daardoor veel minder vaak Oostwaarts zal trekken en de familie niet vaak meer zal zien. Ze moet erom huilen tijdens de maaltijd bij ooms gezin. Tante troost haar door te zeggen dat ze vaak aan haar zullen denken en dat ze altijd welkom is in hun huis. Die uitnodiging is even oprecht als de tranen, maar weegt niet op tegen verdriet over veel meer dan een huis: een jeugd, blije vakanties, een moeder, familie, een tijdperk zijn voorbij. En misschien speelt ook wel mee (maar nu hang ik wel erg de psycholoog uit) dat wat voor haar ooit het warme, gastvrije, onschuldige Polen leek, hooguit slachtoffer van nazi’s en Kremlin, dat al lang niet meer is. Wat tijdens het maken van de serie alleen maar duidelijker wordt. Overigens verliet moeder haar land al voor de val van de Muur omdat ze het er te benauwd vond, waarna Dore’s oma haar dochter en later haar kleinkind miste, en haar moeder toch ook Polen: de eeuwige tol voor migratie.

Oom is een sterk personage. Niet alleen een hartelijke man, maar door zijn en dé geschiedenis een ideale representant. Bouwkundige die naar Nederland trok waar hij in tuinbouw en bouwvak veel meer verdiende dan als ingenieur in Polen. Een Hollandse tuinder bij wie hij werkte vroeg ooit tijdens de schaft aan zijn Poolse personeel wat hun achtergrond was: bouwkundige dus, arts, jurist. ‘Dan heb ik de hoogst opgeleide tomatenplukkers van heel Berkel’, was ’s mans stralende conclusie. Oom werkte twaalf uur per dag, het liefst zeven dagen per week en bezit daardoor nu een bloeiend tuincentrum in zijn stad van herkomst. Teruggaan was altijd zijn doel en is het voor de meeste Polen nog steeds. Hij heeft Poolse werknemers, maar sinds 2017 ook tien Oekraïners en drie Nepalezen. Mondiaal schuivende arbeidsmarkten. Hij heeft respect voor hen, zeker voor de Nepalezen, omdat hij weet welke prijs ze betalen voor de zuur verdiende zloty’s.

Waar ligt ooms nering? In Óswiecim. Aufs Deutsch: Auschwitz. Daar komt Dore’s familie vandaan. Oom ontdekte pas de Duitse afkomst van zijn eerste bedrijfsgebouw toen hij zijn zaak begon. De gloednieuwe Pools-communistische fabrieken waarin vanaf 1945 het verleden vergeten en de toekomst gebouwd werd, bleken toch net ietsje ouder: nazi-fabrieken. Dat Óswiecim een toeristische trekpleister voor gans de wereld is geworden, dankzij Auschwitz, is voor veel bewoners nauwelijks te verteren, al wordt er behoorlijk verdiend. Zoals de bejaarde Sofia, bekende van de familie het formuleert: ‘Ik neem het de geschiedenis kwalijk dat dit hier is gebeurd’. Sofia is trouwens een van de weinigen die niet alleen maar zwijgt en verdringt. Zij laat Dore het gebouw zien waar mensenhaar opgeslagen werd en waar ze als kinderen naar binnen gluurden. Het onbehagen van Dore’s moeder werd mede veroorzaakt doordat niemand over dat verleden sprak, nieuwsgierig was naar de waarheid. Terwijl ze ontdekte dat haar vroegere kleuterschool een kampgebouw was geweest en de vakantiehuisjes in de bergen waar ze ’s zomers heen gingen voor SS’ers waren gebouwd. Zoals een nicht van Dore zegt: ‘We hebben het alleen over de oorlog, als jullie (de Hollanders dus) er zijn.’

De kracht van deze persoonlijke aanpak is dat alleen al zo een laatste opmerking in interviews door buitenlandse journalisten nooit gemaakt zou worden. En dat particuliere geschiedenis de Grote regelmatig raak illustreert. Wat ik enigszins mis in dit Auschwitz-deel is overstijgende informatie over het Poolse antisemitisme, voorafgaand aan, tijdens en na de nazi-bezetting. Dat door de huidige PiS-regering bij wet tot verboden onderwerp is gemaakt, wat in feite ontkenning betekent. Mij zou het niet verbazen als in het extreem orthodox-katholieke deel van de bevolking, dat groeiend is, de religieuze wortels van het antisemitisme herleven, als ze al ooit weg zijn geweest. Denk Orbán en Soros. Maar vragen daarnaar zou misschien toch te moeilijk zijn binnen familieverhoudingen, ook als bij hen (hoop en vermoed ik) geen sprake van antisemitisme zou zijn of geweest zijn. Te pijnlijk allemaal. En ja, wie vraagt er dan naar: iemand uit een land waar het hoogste percentage van de joodse bevolkingsgroep in West-Europa is vermoord. Waarover decennia is gezwegen. Ach, het is zo complex.

De twee-eenheid Pools nationalisme-katholicisme komt verder wel uitgebreid aan bod in de twee eerste afleveringen die ik kon zien. Dat regisseur Britta Hosman (die eerder haar eigen familiegeschiedenis onderzocht in Het Duitsland van mijn moeder) na eerdere Polen-bezoeken niet wist dat het land zó katholiek was en de kerk zó’n invloed heeft, verbaasde mij wel een beetje (terwijl ik er toch nooit kwam maar las en tv en films keek), maar na het zien van de serie zal iedereen dat bevestigd zien of te weten komen. In de tweede aflevering worden ze uitgenodigd in de grote familiekring van de trotse PiS-burgemeester van Jezowe in Oost-Polen. Een feestmaal vanwege Allerheiligen. Er wordt gedronken. Er wordt viool en gitaar gespeeld en gezongen. Volksmuziek. Brutale Dore brengt het gesprek op de politiek. De steun voor PiS lijkt algemeen bij grootouders, burgemeester en vrouw en hun volwassen kinderen. De gastheer is tevreden. Tot een jonge vrouw zegt dat sommige jongeren, waaronder zijzelf, een anti-systeempartij stemmen. En haar man dat bevestigt. Het zal toch niet, denk je even: een generatiekloof tussen de mensen van Kaczynski en de kritische jeugd die liberalisme en Europa omhelst? Maar godlof, nee: bij PiS zitten te veel mensen die niet het algemeen belang voor ogen hebben, zegt de jonge man, en die te weinig de katholieke waarden als leidraad nemen. Een beetje ongemakkelijk is het wel even aan tafel, maar de verschillen zijn die tussen conservatief katholiek en ultra-katholiek, waarbij de jeugd ter meest rechtse zijde staat. Wen er maar aan, in Midden- en Oost- en soms in West-Europa.

En natuurlijk komt ter sprake dat Europa en voor de jongeren zelfs Warschau hen vooral niets moeten voorschrijven. Vluchtelingen? Ze hebben al Oekraïners. Syriërs? Daar sturen we hulp heen. Geen behoefte aan moslims die niet aan God geloven. En, zegt burgemeester gevat: ‘Als je ze hierheen haalt noemen die je “ongelovige hond”.’ Elders vervaagt het christelijk fundament van de westerse beschaving, bij hen niet. Elders wordt het een smeltkroes en op welke waarden is die gebaseerd? Opa: ‘Wat is dat voor jonge man die zijn land ontvlucht in plaats van het te verdedigen?’ Los van deze scène: we zien volop jongeren met vlaggen, leuzen, liederen, uniformen die volop bereid zijn voor Polen te sneuvelen. En die uiteraard ook fel tegen abortus zijn. Niet alles is even sterk in Moja Polska! Ik miste ook de vraag aan deze Eurosceptici of ze eigenlijk wel weten wat de EU, die zich niet met hen mag bemoeien, Polen materieel heeft opgeleverd. Maar de moeite van het kijken waard is het zeker.

Rest een ethisch probleempje. Dore vindt bij het leegruimen van haar huis papieren en foto’s waaruit ze concludeert dat opa waarschijnlijk een verhouding met genoemde Sofia heeft gehad. Dus zoekt ze haar weer op, en ja. Het is een verbluffend gesprek door de openhartigheid van de oude vrouw, die het geen liefde noemt maar begeerte, een fysieke behoefte als honger. Of hij goed in bed was? ‘Nou en of. Ik hoop voor jou dat je net zo hartstochtelijk bent als je opa’. Dore geeft niet thuis. Van mij hoeft ze niet, maar toch heeft het ook iets oneerlijks: de journalist haalt en geeft niet terug. ‘Mist U hem?’ ‘Nee.’ ‘Denkt U aan hem?’ ‘Nee, omdat ik me schaam. Het was sterker dan ik: ik ben gelovig. En hij was getrouwd met kinderen, ik ook’. Het ging inderdaad tegen alles in. Het is adembenemend vind ik, doordat de schaamte haar niets doet verzwijgen. En omdat het een voorbeeld is van hoe ethiek, moraal en God het afleggen tegen Eros. Dus zit het er misschien terecht in. Maar ik voel me ongemakkelijk omdat ik niet goed begrijp waar Sofia dit aan verdiend heeft. Ik heb geen recht op haar geheim, al lijkt openheid op de televisie het allerhoogst gebod. Dore legt het ook nog even aan oom en zijn familie voor, waarbij al sprake is van ‘de affaires van opa’. Oom wil er niets van weten. En dat snap ik. Doe nou die camera maar uit.


Dore van Duivenbode (presentatie); Britta Hosman (regie), Moja Polska!, vijf delen, VPRO, zondags vanaf 31 maart, NPO 2, 20.15 uur