Economie

Mokkende vakbond

Agnes Jongerius is boos. Afgelopen maandag spuwde de FNV-voorzitter in de Volkskrant haar gal over het huidige kabinet. ‘We zouden het met Balkenende IV toch anders gaan doen? Samen werken, samen leven?’ sneerde ze. Jongerius merkt er niets van. Het overleg in de SER verloopt uiterst moeizaam. Minister van Sociale Zaken Piet Hein Donner last zomaar het Voorjaarsoverleg af. En PvdA-leider Wouter Bos is nauwelijks meer bereikbaar.

Als klap op de vuurpijl mocht Jongerius tijdens het recente jaarcongres van de werkgeversorganisatie VNO-NCW niet op het podium plaatsnemen. De vier barkrukken waren bestemd voor werkgeversvoorman Wientjes, premier Balkenende, SER-voorzitter Rinnooy Kan en Shell-topman Van der Veer. De voorzitter van de grootste vakbond van Nederland was niet welkom. ‘Van de plannen om samen de grote problemen aan te pakken komt zo niets terecht’, mokte Jongerius in de Volkskrant.

De interviewer vergat overigens te vragen of werkgeversvoorzitter Wientjes bij FNV-feestjes wél welkom is op het podium. In elk geval niet in 2005, toen de vakbond met een groot congres het eeuwfeest vierde. Boze leden voerden toen zelfs actie om de komst van premier Balkenende te voorkomen. Maar dat zijn natuurlijk details. Belangrijker is de vraag of Jongerius’ uitval naar het kabinet terecht is.

Hij is in elk geval begrijpelijk. Met de PvdA in de regering en de SP als grootste oppositiepartij zou het tijdperk van de linkse reconstructie aangebroken moeten zijn. De hervormingen van arbeidsmarkt en sociale zekerheid van de eerste drie kabinetten-Balkenende konden nu worden teruggedraaid.

Maar de PvdA piekert er niet over. Hoogstens worden wat scherpe randjes van de hervormingen gevijld. Maar verder neemt men het sociale beleid van de CDA-VVD-kabinetten stilzwijgend over. De SP zou – in de gedroomde wereld van Jongerius – vanuit de oppositiebankjes de PvdA hierover met veel verbaal geweld moeten aanvallen. Maar die partij is na de snelle groei van de afgelopen jaren druk met de partijorganisatie en het tot zwijgen brengen van interne oppositie. De SP-fractie houdt zich ondertussen onledig met het fabriceren van filmpjes over strippende bejaarden. En partijleider Marijnissen heeft ontdekt dat zijn concurrenten niet op links, maar op rechts zitten. Volgens peilingen voelen zijn kiezers zich ook thuis bij Wilders en Verdonk, dus daar richt hij nu zijn pijlen op. Wouter Bos blijft buiten schot.

Logisch dat Jongerius hier een katterig gevoel aan overhoudt. Het tijdperk van links is al voorbij voor het goed en wel begonnen is. Maar dat heeft de FNV-voorzitter ook aan zichzelf te danken. Met haar opstelling tijdens het debat over het ontslagrecht van vorig jaar heeft ze haar hand schromelijk overspeeld. Geen millimeter wilde de vakbond bewegen. Ieder voorstel werd bij voorbaat afgewezen. Het ontslagrecht moest en zou precies zo blijven als het was. De werkgevers konden het dak op, en minister Donner ook.

Los van de vraag of versoepeling van het ontslagrecht in het algemeen belang is (ik denk persoonlijk dat er zeer goede redenen zijn om dat wel te verwachten), zorgde deze opstelling van de vakbonden ervoor dat het Nederlandse polderoverleg volstrekt vastliep. De SER is een oorlogszone geworden waar werknemers en werkgevers elkaar geen enkele overwinning meer gunnen. Het zal jaren duren voordat de verhoudingen weer normaal zijn. Dat Jongerius nu klaagt dat ze niet op het werkgeverscongres wordt uitgenodigd, is daarom nogal brutaal. Eerst giet ze azijn in de vruchtenbowl, en dan klaagt ze dat het feestje niet op gang komt.

Brutaal, maar wel logisch. Het bokkige gedrag van de FNV is een symptoom van de tanende macht van de vakbond. Volgens cijfers van het Amsterdam Institute for Advanced Labour Studies is de organisatiegraad van Nederlandse werknemers in de afgelopen decennia snel gedaald, van 35 procent in 1980 tot krap 22 procent nu. Dat is minder dan het Europese gemiddelde. De Zweedse econoom Lars Calmfors stelde eind jaren tachtig al dat vakbonden met relatief weinig leden zich recalcitranter gedragen dan vakbonden met veel leden. Zij hebben minder oog voor het algemene belang, en doen vooral aan belangenbehartiging van de leden.

Het ontslagrechtdebat laat zien dat Jongerius zich in die nieuwe rol voor de FNV prima thuis voelt. Nu moet ze zich alleen nog realiseren dat bij de nieuwe compromisloze vakbond ook een andere plek in de polder hoort.