Mollig en loom

Anders dan Eva, die altijd discreet is uitgebeeld, vertoont de wulpse Marie-Lou van Constant Permeke zich ongegeneerd.

HET VIEL ME op dat er in het fraaie, volle beeld Marie-Lou van Constant Permeke twee expressies met elkaar verenigd zijn: die van haar lichaam en die van haar gelaat. De naam zal wel die van het model zijn. Ze staat kunstig te poseren: van de kunstenaar moest ze met haar armen haar hoofd opzij duwen waardoor het lijf zich ging strekken en het bovenlichaam iets naar voren kwam en haar borsten zich iets meer spanden. Om toch stevig op de grond te staan zijn haar benen licht gespreid. Zo staat ze, ruim meer dan levensgroot, voor onze blik te pronken - op de verleidelijke manier waarop in de kunst naakte vrouwen al eeuwenlang zijn neergezet. Daar waren ook vaste onderwerpen voor gevonden. Allereerst natuurlijk Eva in het Paradijs (met haar Adam), maar ook de mooie Drie Gratiën en verder de mise-en-scène van het Oordeel van Paris waarin de naakte Juno, Minerva en Venus hem, meestal in een bloeiende tuin, hun begeerlijke schoonheid tonen. In beide scènes staan de drie vrouwen zo opgesteld dat je er een van voren, een van achteren en een van opzij ziet, zodat alle bevallige silhouetten van het vrouwelijk lichaam tegelijkertijd te genieten zijn. De naaktheid van Eva werd altijd discreet uitgebeeld, vaak met een lichte pudeur in haar houding - heel anders dan de wulpse Marie-Lou die zich ongegeneerd vertoont. In haar lenige houding zien we ook nog schilderijen doorwerken van baadsters die op den duur de klassieke naakten vervingen. Voor Cézanne of Renoir was, in hun wereldse cultuur, het Oordeel van Paris een potsierlijk onderwerp geworden. Zij en later ook Matisse en vele anderen lieten vrouwen, even naakt als altijd, zich aan zee verpozen.
Uit die inspiratie komt ook het beeld van Permeke voort. Toen hij het in 1938 maakte was, ten opzichte van de correcte natuurlijkheid, ook de vormgeving zelf losser geworden. Het beeld komt dertig jaar na de Demoiselles d'Avignon van Picasso - ook een schilderij van baadsters dat het incunabel werd van vrije, moderne vorm. Het gebaar waarmee Marie-Lou aan haar hoofd trekt vinden we net zo terug bij de middelste vrouw in Picasso’s meesterwerk (kijk maar na). Maar de Vlaming Permeke was een kunstenaar met een ander temperament. Hij was vooral de maker van zware, donkere schilderijen. Veel grote tekeningen van levensgrote figuren zijn gemaakt met zacht krijt en houtskool, op bruin papier - met dat trage handschrift heeft hij daar de buigzame vorm ontwikkeld die we ook in de sculptuur zien. De versie hier is van brons maar oorspronkelijk is het beeld gemaakt in wat kunststeen heet: een soort plooibare pasta, zoiets als gips maar dan een mengsel van steengruis. Met dat spul kon Permeke het beeld de vorm geven die het heeft: vol en mollig en met een zacht glooiende contour. Er is iets onzegbaar looms in de gestalte. Maar haar ovale gelaat is wat plat gebleven. Ogen en neus zijn er in gekerfd en de mond is open - alsof ze smartelijk schreeuwt, met een expressie die eerder ongewoon is bij Permeke. Want de weelderige schoonheid van Marie-Lou wordt verstoord en wordt dubbelzinnig. De beroemdste schreeuwende vrouwen in de geschiedenis van de kunst zijn de moeders in Guernica van Picasso. Dat werd in 1937 in Parijs geëxposeerd en ik vraag me af of Permeke er kennis van had.
In de tentoonstelling met Marie-Lou zag ik, wat hoekigheid betreft, zowat haar tegendeel: een recent werk van Georg Herold, Blühendes Leben. Van de laconieke vorm werd ik enorm opgewekt. Blader in een boek over het naakt, van de vroegste Eva of Venus tot en met het Vlaamse model van Permeke, en je ziet waarmee de kunstenaar te kampen heeft. Hoe krijg je de vrouw in een fraaie, bevallige, verleidelijke houding? We zijn ook weer 75 jaar voorbij Guernica - een schilderij dat ook uitmunt in scherpe, abrupte bewegingen. Die hebben jongere kunstenaars aan het denken gezet. In plaats van te werken met kneedbaar materiaal en dat mooi te boetseren (als Permeke) is Herold met eenvoudige ruwhouten latten begonnen. Het geraamte van deze hilarische sculptuur is met zulke latten in elkaar gespijkerd. De hoekige vorm van de figuur, ooit primitief genoemd, is een gevolg van die manier van maken. Toen werd ze overtrokken met linnen en roze geschilderd: de nieuwste brutale versie van het bevallige naakt. Het is trouwens ook een vrijmoedige vormgeving na Bruce Nauman. Dat is een verhaal apart.

PS Beide beelden staan de komende maanden tentoongesteld in de expositie ArtZuid in Amsterdam. De Permeke staat in het plantsoen Apollolaan/Minervalaan. De Herold staat daar vlakbij, in de hal van het Hilton Hotel. Zie ook Georg Herold: Sunny Side Up, Berlin: Contemporary Fine Arts, 2011