Sport

Moment

Het lijkt alsof het leven steeds meer uit momenten bestaat: hoogte- en dieptepunten, met daartussenin mild stijgende of dalende lijnen. Zo willen we het graag zien. We willen extreme ervaringen, opwinding, adrenaline, rode konen. Niet van dat saaie en slappe, de beuk erin, van het ene topmoment naar het andere. We willen van ons eigen bestaan, hoe bescheiden ook, een spektakel maken.

Er zijn momenten die ons van anderen scheiden, die we geheel alleen beleven, en die particulier zijn. Er zijn ook momenten die ons binden, die mensen verenigen in één ervaring. Die ons dichter bij elkaar brengen.

Zoals het leven bijeen wordt gehouden door een verzameling momenten, zo wordt een volk verenigd door gedeelde, gelijktijdige ervaringen. Wanneer op het WK voetbal het Nederlands elftal tegen Duitsland speelt, kijken zes miljoen mensen naar de rechtstreekse uitzending op televisie. En ze zien allemaal hetzelfde. En allemaal leven ze mee.

Dan komt er iets extreems. Een doelpunt voor Oranje. Op zo’n moment gebeurt er iets met de mensen. Alle zes miljoen kijkers schreeuwen, juichen, springen op en vallen elkaar in de armen. Hoe belangrijker het doelpunt, hoe hoger de mensen springen. (Het is onduidelijk wat de impact is op de aarde, zo’n enorme dreun van 360 miljoen kilo.)

Sport kan die volksverenigende momenten produceren, piekervaringen voor een natie.

Dit weekend was er weer zo’n moment. Bij het schaatsen. Het was een enorm drama, een nu al legendarisch moment, dat over decennia nog steeds in de boeken staat. Het moment van Jan Bos.

De Nederlandse schaatssport heeft in het verleden vele Dramatische Momenten gekend. We herinneren ons de verkeerde wissel van Jan Bols. Op de afsluitende tien kilometer werd hij toegejuicht door duizenden uitzinnige landgenoten. En Bols vergat om op de kruising van de buitenbaan naar de binnenbaan te gaan en dook opnieuw de buitenbocht in. Hij werd gediskwalificeerd. Nederland huiverde.

Op de Olympische Spelen van 1972 in Sapporo was Ard Schenk in de vorm van zijn leven. Met zijn wollen schaatsmuts op, in zijn fladderende blauwe pak, stond hij aan de start van de 500 meter. Pang! Daar ging hij. Bam! Daar lag hij. Na twee meter was Schenk gevallen. Dat hij onmiddellijk opstond en verder schaatste en zelfs nog 43.80 wist te rijden, verzachtte de pijn niet die in het hele land werd gevoeld. En gedeeld. Wie naar de televisie keek, kon een fractie van een seconde lang de emotie van een hele natie voelen.

We vergeten nooit hoe Hilbert van der Duim viel omdat hij uitgleed over een flats vogelpoep. We vergeten evenmin hoe Hilbert van Der Duim na 4600 meter ophield met de vijf kilometer. Hij passeerde de streep en liet zich uitrijden, gezicht naar de grond. ‘Hilbert! Hilbert, je moet nog een rondje!’ riep commentator Leen Pfrommer. Legendarische momenten.

Zondag kwam er zo’n moment toen Jan Bos viel. Hij was in topvorm, had de eerste 1000 meter gewonnen en leek op weg naar zilver of goud. En toen viel hij. Niet eens in de bocht, nota bene, maar op het rechte eind. Jan Bos, bijgenaamd ‘de man die nooit valt’, viel.

Hij gleed door en belandde in de boarding. Na tien seconden begreep hij enigszins wat er was gebeurd. En alle mensen die naar de tv keken, begrepen het ook.

Je voelde de spanning zich opbouwen. Je houdt je adem in bij de start (niet vals!), je voelt je benen meeklauwen op de eerste honderd meter (en nu gaan schaatsen!), je hangt mee in de bocht, valt hem aan, die rotbocht (overeind blijven! ja, hij blijft overeind!) en je voelt de adrenaline stijgen in je lichaam. Je voelt dat hier iets Gebeurt. Bos schaatst zo mooi, zo verschrikkelijk mooi, met die hemelse slag van hem, die techniek waar niemand aan kan tippen, Jan Bos, de flyer, die geen enkele fysieke moeite lijkt te hebben met hard schaatsen, die over het ijs vliegt, zweeft, die bochten aanvalt en tegenstanders opvreet – je geniet, je krijgt tranen in je ogen van pure schoonheid, en van trots, en je voelt dat hij gaat winnen.

En dan valt hij. In één klap spuit alle adrenaline naar je hoofd. Je zit er vol mee, en je stroomt over. Je weet niet waar je het zoeken moet van ellende. Tranen.

En op hetzelfde moment, dat weet je, dat ervaar je, beleven drie miljoen mensen hetzelfde. Gedurende een fractie van een seconde voel je wat de hele mensheid voelt. Je voelt, heel even, de ontzetting van alle anderen, je ervaart hun schrik, die ook de jouwe is, precies dezelfde, en je voelt een moment lang de angst en het verdriet van alle mensen. Tegelijk. Op hetzelfde moment.

Kyou-Hyuk Lee werd wereldkampioen.