Film

Moment van hartstocht

Film: Hong Kong Film Pano rama in het Filmmuseum te Am sterdam

In een recent bericht neemt de South China Morning Post de komende filmzomer in Hongkong onder de loep. Rooskleurig lijkt het plaatje allerminst. Tussen nu en augustus komen er meer dan dertig films in roulatie, waarvan slechts zes plaatselijke producties zijn. Toch is er reden voor optimisme. Een bewijs hiervoor levert het programma Hong Kong Film Panorama, vanaf deze week in het Amsterdamse Filmmuseum. De selectie bestaat uit klassiekers van onder anderen Tsui Hark en Stanley Kwan en werk van de nieuwe generatie, bijvoorbeeld Beyond Our Ken (Ping Ho-cheung, 2004) en Love Battlefield (Pou-Soi Cheang, 2004). Deze beweging tussen heden en verleden il lus treert de ontwikkeling van de Hongkongse filmindustrie. Na een gouden tijd in de jaren zestig en zeventig ging het bergafwaarts in de jaren tachtig en negentig. Een keerpunt was 2003, het jaar van de eerste van de briljante Infernal Affairs-misdaadfilms. In 2003 kreeg de industrie wel nog een klap door de dood van twee filmsterren en idolen van de Cantopop, Leslie Cheung door zelfmoord en Anita Mui door kanker.
Hoe goed Cheung en Mui waren, is te zien in Stanley Kwans romantische tragedie Rouge (1987), een van de beste films in het Panorama-programma. Het verhaal draait om een courtisane (Mui) die in de jaren dertig een zelfmoordpact sluit met haar mooie geliefde (Cheung). Vijftig jaar later keer Mui terug uit het hiernamaals. Zij gaat op zoek naar Cheung. Als tragische romantische helden bewegen de idolen in een setting die druipt van de sensualiteit: dieprode kleuren en op ieder oppervlak felle bloemen motieven. Hiertegenover staat de banaliteit van het alledaagse waar Mui als geest in belandt. Het is een film van contrasten: intensiteit tegenover achteloosheid, de stads realiteit tegenover de droom van de opera, en het echte leven tegenover film als fictief medium. Zo is Rouge een pleidooi voor hartstocht en extremiteit.
Bij het zien van films als Rouge rijst de vraag: wat maakt deze werken zo bijzonder? Immers, een zekere onvolmaaktheid kenmerkt veel Hongkong-films. Ze hebben vaak een rammelende narratieve structuur en twijfelachtig acteerwerk. Toch hebben deze werken een creatieve energie die zeldzaam is in westerse films. Het beste voorbeeld hiervan is Wong Kar-wai, regisseur van 2046, die opnieuw te zien is in het Film museum. Zijn laatste werk blijft een overrompelende film met een sfeer van melancholie en verlies die bijna onhoudbaar mooi is. Wat betreft de aantrekkingskracht van films als deze stelt Leon Hunt twee verklaringen voor in zijn boek met de misleidend populistische titel Kung Fu Cult Masters (2003): de Aziatische obsessie van het Westen biedt ten eerste een gecontroleerde omgeving waarbinnen men kan worden blootgesteld aan linguïstische, raciale en culturele verschillen. Ten tweede kan het simpelweg «flirten met het exotische» zijn, eerder dan een echte poging tot intercultureel begrip.
Het is beide. Multicultureel en transcultureel is de Hongkongse cinema zeker. En dat de westerse kijker flirt met het exotische is onvermijdelijk. Deze films zíjn exotisch. Dat laat Beyond Our Ken zien. Twee jonge vrouwen raken bevriend als blijkt dat zij beiden een relatie hadden met dezelfde man. De «Ken» in de titel verwijst niet alleen naar de stoere vriend van Barbie, en derhalve ook naar de brandweerman en vriend in de film, maar ook naar de Engelse uitdrukking «beyond our ken», die zoiets betekent als «dat gaat het verstand te boven». Wat de meisjes niet kunnen begrijpen, is hoe hun mooie «Ken» zo gemeen kan zijn door verschillende vriendinnetjes op precies dezelfde manier het hof te maken. Samen snuffelend in het appartement van Ken ontdekken de meisjes dat zij elkaar veel leuker vinden dan de brandweerman. De film is vrolijk en herinnert een beetje aan het grote meesterwerk van de Hongkong-cinema van begin jaren negentig: Chungking Express van Wong Kar-wai. In beide films overheerst mierzoete popmuziek terwijl donkere thema’s onder de oppervlakte drijven. Regisseur Ping Ho-cheung voegt ook nog Mozart bij de bizarre mix van Cantopop en rock.
Het «exotische» aan Hongkong-films uit zich verder in de wijze waarop de kijker van de ene emotie naar de andere tuimelt, bijvoorbeeld in Love Battlefield. De eerste-hulpverpleger Yui (Eason Chan) raakt betrokken bij een bende misdadigers als hij zijn gestolen auto terugvindt. Zijn vriendin, Ching (Niki Chow), gaat op zoek naar hem. Tijdens haar speurtocht dringen momenten van geweld de vertelling binnen: een gewapende boef die in de achterbak van de Yui’s auto verschijnt, bloedend als een rund; of een hoofd dat op het asfalt van een snelweg wordt verpletterd. Centraal staat het contrast tussen het burgerlijke leven van Yui en Ching en de schaduwwereld van de misdadigers. De stelling is dat het leven, en dus ook de liefde, pas werkelijk betekenis krijgt tijdens essentiële momenten.
Dat is «Hongkong»: het leven teruggebracht tot het ene, extreme moment, het moment van hartstocht: de slanke pols van Maggie Cheung in Wong Kar-wai’s films of de weemoedige ogen van Tony Leung in Infernal Affairs. En, nog altijd onovertroffen, de rode lippen van Anita Mui in Rouge.
Te zien van 22 juni tot 20 juli
Infernal Affairs I, II en III zijn uit op dvd