Mond houden

HET MOET lastig zijn, om je mond te houden terwijl iedereen over je praat. Om niets te mogen zeggen terwijl er van alles gepubliceerd wordt, iedereen een mening heeft maar jij - kenner, integer mens, betrokkene - uit hoofde van je functie geacht wordt te zwijgen. Tandenknarsend onderga je het. Tot het moment daar is.

In een interview in NRC Handelsblad geeft Nout Wellink, op de dag na zijn vertrek bij De Nederlandsche Bank, een trap na. Naar minister De Jager, met name. Van reflectie op zijn eigen rol - bij de invoering van de euro, het drama Icesave en het failliet van DSB - is weinig sprake. Het boek waarop het interview is gebaseerd heet Wellink aan het woord. Het moest op de dag na zijn vertrek worden gepubliceerd, schrijft auteur Roel Janssen.

Een paar dagen later geeft ook raadsheer Tom Schalken een interview aan NRC Handelsblad. Ook op de dag van zijn vertrek, in dit geval zijn zelfgekozen ontslag. En ook Schalken heeft kritiek. Op de manier waarop hij door de rechtbank behandeld is, hoe hij voor de leeuwen is gebungeld, voer voor ‘showadvocaat Moszkowicz’. Hé, en ook van Schalken komt er een boekje uit. Hij heeft het trouwens wel zelf geschreven.

De reacties, met name op de uitlatingen van Schalken, zijn scherp. De president van de rechtbank noemt het direct 'onaanvaardbaar’, Moszkowicz noemt het 'onder de gordel’. Er vallen grote woorden over het aanzien van de rechtbank. Schalken had de vuile was niet buiten mogen hangen.

Wat is gangbaar, en wat is wenselijk? Voor politici is het relatief makkelijk. Tijdens hun, het woord zegt het al, openbare leven hebben ze zich over van alles en nog wat breed kunnen uitlaten. Bij hun vertrek geven ze een beleefd afscheidsinterview bij Pauw en Witteman zodat ze daarna 'hun opvolger niet meer voor de voeten lopen’. Bos, Halsema, Balkenende, Marijnissen - ze houden zich er, terecht, prima aan.

Ook in het bedrijfsleven is het niet gewoon direct na vertrek een boekje open te doen. Uit carrièreoverwegingen (staat niet goed op je cv: uit de school klappende manager met wrok), maar ook omdat de non-disclosure clausule in het arbeidscontract een barrière zou kunnen zijn.

Tom Schalken heeft gewacht totdat het proces voorbij was, tot hij zelf vertrokken was en heeft toen zijn zegje gedaan. Klagerig misschien, wellicht heeft hij te veel zichzelf als slachtoffer geëtaleerd, maar waarom niet? Ook de grote woorden van de rechtbankpresident doen kleinzerig aan, de rechtspraak is niet gebaat bij een bastion waar nooit iemand iets over mag zeggen.

Kritiek op je oud-werkgever is misschien niet chic. Maar een ander moment is er niet, voor ambtenaren die in het midden van een mediastorm zijn beland. Gun ze dat moment om uiteindelijk hun kant van de zaak te belichten.