Mondiale krachtmeting

In demonstraties op de Krim verschijnt het portret van Poetin met een snorretje en een haarlok; in de media vragen commentatoren zich af of de recente gebeurtenissen in Oekraïne en op de Krim de inleiding tot de volgende Koude Oorlog kunnen zijn. Nee. Die vergelijkingen zijn onhistorisch.

De toestand op de Krim valt niet te vergelijken met die in Sudetenland waar in 1938 het Duitse deel van de bevolking onder leiding van de nazi Konrad Henlein Heim ins Reich wilde waarna Hitler op de conferentie in München van Chamberlain en Daladier zijn zin kreeg. En de verhouding tussen Rusland en het Westen is volstrekt anders dan die van een jaar of zeventig geleden, toen op de conferentie van Jalta door Roosevelt, Stalin en Churchill de grondslag voor de verdeling van Europa werd gelegd. Daaruit zijn toen de twee machtsblokken ontstaan, dat van de communistische dictatuur en dat van het vrije Westen. De Koude Oorlog is een worsteling om de wereldmacht geweest die veertig jaar heeft geduurd. ‘Wij zullen jullie begraven’, zei Nikita Chroesjtjov in 1956. Zo’n opmerking zal Poetin niet voor zijn rekening nemen.

Het conflict wordt nu op twee fronten daadwerkelijk uitgevochten: in Kiev en andere Oekraïense steden en op de Krim. In de aanvankelijke chaos tekenen zich steeds duidelijker een paar lijnen af. Sinds de eerste demonstraties in Kiev zijn de plaatselijke partijen daar en op de Krim steeds minder geneigd tot een diplomatieke oplossing. En parallel daaraan wordt de actieve betrokkenheid van het Westen bij deze ontwikkeling groter. Het bezoek van de drie ministers van Buitenlandse Zaken uit de Benelux kunnen we verklaren als een onderneming die is ingegeven door louter bezorgdheid. Maar minister Timmermans verklaarde nadrukkelijk dat de territoriale integriteit van Oekraïne zijn ‘sterke steun’ heeft. Intussen patrouilleren Awacs en jachtvliegtuigen van de Navo boven de oostelijke grensgebieden van Polen en Roemenië. Je kunt een en ander niet als daden van agressie beschouwen, maar het zijn stappen die we een paar weken geleden nog niet voor mogelijk hadden gehouden. Minister Kerry heeft een uitnodiging van Poetin om over de crisis te praten afgeslagen.

In Europa en Amerika zijn eerzucht en strijdlust verloren gegaan

Dat lijken ferme beslissingen. Maar in werkelijkheid blijkt eruit dat ten aanzien van dit conflict onze politieke en strategische verbeeldingskracht niet toereikend is. De gang van zaken in Oekraïne en op de Krim doet meer en meer denken aan de manier waarop in 2008 Georgië als onafhankelijke staat ten onder is gegaan. De recente ervaring leert dat naar alle waarschijnlijkheid Moskou opnieuw een plan heeft dat zich nu van dag tot dag verder ontwikkelt. Misschien is het ingegeven door de geforceerde verdwijning van de Oekraïense president Janoekovitsj, heeft het zich daarna verder ontwikkeld door de geestdrift van de Russische Krim-bewoners voor de aansluiting bij Rusland en vooral door de relatief uiterst bescheiden tegenmaatregelen van het Westen. Hoe dat ook zij, Poetin volgt een strakke lijn en het Westen improviseert.

Wat zouden we hier anders moeten doen? Verder tot de rand van de oorlog gaan? Mobiliseren, grootscheepse militaire oefeningen houden? Op de achtergrond sluimert onze angst dat Moskou ‘de gaskraan dichtdraait’ en zeker een kwart van Europa leeft op Russisch gas. En dan heeft Poetin een geheim wapen. Dat is onze voortwoekerende crisis die al lang niet meer zuiver economisch is maar zich in het hele Westen aan de politiek heeft meegedeeld. Zowel in West-Europa als in Amerika zijn bij een zeer groot deel van het publiek de vaderlandslievende eerzucht en de strijdlust verloren gegaan. Een belangrijke oorzaak daarvan wordt gevormd door de twee vruchteloze oorlogen, in Afghanistan en Irak. Daarbij komt de permanente crisis in Noord-Afrika. En deze reeks van echecs moet worden verdragen door volken waarvan het grootste deel zich de afgelopen tien jaar in een proces van toenemende verarming bevindt.

Weet Poetin dit alles? Het valt te vermoeden dat hij bij zijn recente manoeuvres op het westelijke gebrek aan besluitvaardigheid en krijgshaftigheid speculeert. Mocht dat inderdaad zo zijn, dan zouden we de gebeurtenissen in Georgië en nu zijn reactie op de verdrijving van Janoekovitsj plus de gebeurtenissen op de Krim als niet meer dan een ouverture kunnen beschouwen. Een oefening in brinkmanship, de kunst om ‘tot de rand van de oorlog te gaan’, zoals de Amerikaanse minister Dulles het noemde. Dat was in de Koude Oorlog. Die is voorbij. Misschien is het tijd om eens te proberen ons voor te stellen hoe een nieuw soort mondiale krachtmeting eruit zou zien.