Mondriaan (1)

Bob van der Goen, een advocaatje, maakt waar: ‘een leeuw heeft soms een vloo’ (Hendrik de Vries).
Amsterdam, SIEP VAN DEN BERG, kunstschilder

Mondriaan (2)
Als je nieuwe boek uitkomt moet je aan de weg timmeren. Dat zal de uitgever van Bob van der Goen hebben gezegd en zijn auteur heeft daaraan enthousiast gevolg gegeven. Onder de kop ‘Nooit meer Boogie Woogie’ beweert deze strijder tegen de Nederlandse doodseskaders in De Groene van 9 september meer onzin per vierkante decimeter over Mondriaan, het futurisme en moderne kunst in het algemeen dan ik ooit bij elkaar heb gezien. Wat moet René Zwaap hebben gelachen tijdens dit interview. Ik wil alleen de gecompliceerde onzin aanstippen. Ordinaire fouten zal de Groene-lezer zelf al hebben gesignaleerd.
Punt één. Het futurisme is in Duitsland nooit een dominante stroming geweest. Het kan dan ook nooit 'een haar hebben gescheeld dat het tot officiële staatskunst werd verheven als Hitler er niet een stokje voor had gestoken’. Hitler stak stokjes voor alle 'ontaarde kunst’ en toen hij dat deed, trokken nieuwe stromingen als surrealisme en functionalisme veel meer aandacht dan het futurisme, zoals lang daarvoor dada dat al deed.
Punt twee. Ook in Italië heeft het futurisme het nooit tot officiële staatskunst gebracht. Al snel gaf Mussolini de voorkeur aan de pompeuze kitsch waarvan dictators nu eenmaal houden.
Maar, zal Van der Goen tegenwerpen, de belangrijkste figuur van het futurisme bleef de oprichter Marinetti en die sympathiseerde wel degelijk met Mussolini en diens fascistische bewind. Punt drie. Wie het eerste politieke programma van de Italiaanse fascisten leest, kan daarin weinig slechts vinden. Het verschilt niet zo veel van het programma van andere ex-socialisten uit die tijd. Toch accepteerden de tweede-generatiefuturisten dit programma niet: Mussolini en de zijnen weigerden hun anticlericale en antimonarchistische punten over te nemen. Dat Marinetti in 1924 stelt dat er toch een 'futuristisch miniprogramma’ is gerealiseerd, zoals Van der Goen aanhaalt, heeft puur met zijn persoonlijke politieke en opportunistische ambities te maken.
Punt vier. De vrouwvijandige leuzen uit het eerste manifest van 1909 liet Marinetti al spoedig vallen en in 1912 steunde hij enthousiast het manifest van de futuristische vrouw.
Punt vijf. Mondriaan en Van Doesburg zagen niets in het Italiaanse noch in het Duitse fascisme, hun politieke opvattingen waren eerder verwant aan het socialisme, maar de ontwikkelingen in de Sovjetunie wezen zij uiteindelijk af. Wel heeft Van Doesburg zich in 1930 bekeerd tot de moederkerk. Dat zal Van der Goen een zorg zijn, maar ik daag hem uit te bewijzen dat de inderdaad warrige onzin van Mathieu Schoenmakers gevaarlijker, zo men wil fouter is dan die van de culturele en politieke representanten van het katholieke of protestantse volksdeel. Wat vonden Nolens en Colijn van de rol van de vrouw, bijvoorbeeld?
Punt zes. Over de relatie tussen hygiëne en fascisme slaat Van der Goen werkelijk door. Dat de Parijse atelierwoning van Laurens van Kuik erg onfris was - daarop slaat Van Doesburgs opmerking over de stank van een apekool waarschijnlijk - constateerden ook de neuzen van andere bezoekers. En dat Mondriaan van een opgeruimd atelier hield, betekent nog niet dat hij aan een pathologische smetvrees leed. Laat staan aan een fascistische à la Hitler. Toen Marinetti in 1909 de hygiëne van de oorlog bezong, was Mussolini nog een brave socialist en wilde Hitler kunstschilder worden.
Kortom, wat Van der Goen 'stomverbaasd’ maakte, dat de erven Holtzman juist hém na de verschijning van zijn schotschrift Nooit meer Mondriaan de copyright-rechten van oom Piet lieten bewaken, is heel verklaarbaar. Een idioot op het gebied van beeldende kunst, maar een goede advocaat, moeten ze hebben gedacht. Ik ben benieuwd of die laatste observatie wel zo verstandig was.
Amsterdam, AUGUST HANS DEN BOEF
Mondriaan (3)
Boogie-woogie is een van mijn favoriete muzieksoorten; je kunt er heerlijk op dansen, je voelt je er vrolijk van en de muzikanten die het kunnen spelen klinken als geniale mensen, één met de muziek.
Als directeur van een carrosseriefabriek probeer ik ervoor te zorgen dat we met elkaar ook boogie-woogiën. Met elkaar swingend de problemen te lijf.
Problemen genoeg. We hebben nog heel wat op te knappen aan de spuiterij, er moeten nieuwe machines bij de plaatwerkerij, door tegenvallers zijn er veel mensen uitgevallen waar we de schade van moeten dragen. Om concurrerend te blijven in onze moeilijke branche houden we, in overleg met elkaar, de salarissen laag.
Zo overleven we en maken we zelfs een gezonde winst. Winst waar we belasting van betalen zodat er wegen zijn, een politieapparaat, sociale verzorging, een nationale bank, een sterke munt, een goed Europees en mondiaal beleid et cetera.
Het aankopen van een schilderij voor tachtig miljoen gulden waarop qua vakmanschap voor de 'gewone’ man, waar de economie voor een essentieel deel op draait, lastig zicht is te krijgen, geeft nationaal zowel als internationaal aan dat Nederland qua visie, evenals Azië, Amerika et cetera rijp is geworden voor de crisis die zich nu manifesteert.
Naar mijn idee is er doorgedraafd en dient dit vanuit de regering officieel te worden erkend. Een overbuurvrouw van mij reageerde heel mooi: 'Tachtig miljoen gulden? Dat zie je er niet van af.’
Utrecht, JAN POMPE
Mondriaan (4)
Het is verbijsterend, al die zure reacties te lezen en te horen van de 'Reve- en D66-heren en -dames’, waarin zij hun blindheid beamen voor de mooie en voorbeeldige Mondriaan die in ons land is gearriveerd. Hun gejammer over het niet tevoren in werking gestelde volksgericht en het te veel gespendeerde gemeenschapsgeld, gaat volledig voorbij aan de waarde van de picturale zeggingskracht van dit schilderij.
Zoals Mondriaan dank verschuldigd is aan de revolutionaire wijze waarop Monet de natuur op zijn doeken herrangschikte, zo hebben op hun beurt Jackson Pollock en Willem de Kooning profijt gehad van de manier waarop Mondriaan de ruimte als het ware openbrak en van nieuwe weidse vergezichten voorzag. Elke huidige schilder baseert zich, als hij opnieuw het licht en de kleuren in een abstract veld wil verdelen, op de verworvenheden van zijn voorgangers.
Ik ben zeer blij en dankbaar dat dit schilderij tot ons nationale kunstbezit behoort. Daardoor kan eenieder het gaan aanschouwen in het Haags Gemeentemuseum, maar bovenal elke jonge schilder die nog in de ban is van het stille nevel-, zee- en tegenlicht en dat wil vangen in de sporen van olieverf.
Tilburg, MARC MULDERS, beeldend kunstenaar
Mondriaan (5)
Wat is in godsnaam de relevantie van de anti-Mondriaan-obsessie van Van der Goen vier jaar na publicatie van zijn anti-Mondriaan-boekje en 54 jaar na de dood van Mondriaan. Van der Goens obsessie is recht evenredig met de onaantastbaarheid van Mondriaans belang voor de twintigste-eeuwse kunst. Dat Van der Goen niets van kunst begrijpt, blijkt wel uit het feit dat hij Mondriaans theorieën aangrijpt om Mondriaans werk te bestrijden. Mondriaans theorieën zijn inderdaad wartaal, maar zij doen aan zijn grootheid als schilder niets af.
Den Haag, HANS VAN WESTEN
Mondriaan (6)
Het mag een hele geruststelling zijn dat er in deze verloederde tijd nog 'wijze’ lieden rondwaren die precies weten welke artistieke opvattingen verwerpelijk, stompzinnig en rigide zijn. Toch zou ik er op willen wijzen dat niets menselijke hersenen deerlijker doet verschrompelen dan het weigeren toe te laten van andere dan algemeen geaccepteerde schoonheidsbegrippen! Overigens, het rigide staren in stoffige korenvelden kan leiden tot het produceren van meesterwerken!
Nu zullen er beslist Groene-lezers zijn die de kunstzinnige voorlichting van Bob van der Goen serieus nemen en het zelfs volstrekt met hem eens zijn. Maar dat hoeft toch niet te betekenen dat de wat meer artistiek begaafden zich moeten laten beledigen door brallerige mannetjes van het type Bob van der Goen? Ik heb op het moment uitsluitend een groot verlangen naar gelijkgestemden, wat stilte en de nieuwste cd van Marcel Worms!
Sellingen, WIM GERTH
Mondriaan (7)
Wie schetst mijn verbazing dat vier jaar na het verschijnen, in 1994, het boekje Nooit meer Mondriaan van Bob van der Goen stof oplevert voor twee pagina’s van De Groene Amsterdammer. Ik kocht het boekje in 1994, kort voordat ik de Mondriaan-tentoonstelling zou gaan bezoeken. De tentoonstelling sprak me geweldig aan, zowel de ontwikkeling in het werk als de manier waarop de werken tentoongesteld waren.
Werk van Mondriaan uit zijn Amerikaanse periode ontbrak echter. Daardoor was de tentoonstelling niet af. Nu is daar dan Victory Boogie Woogie. Ik ga het zeker bekijken. Grappig eigenlijk dat zo'n 'calvinistische oorwurm’ zich zo door de boogie-woogie heeft laten inspireren.
Deventer, W.J. VAN VLIST-WESSELDIJK