Mondriaan (2) islam

Mondriaan (2) In De Groene van 4 mei geeft Huub Beurskens te kennen, mijn boek De nieuwe salon gelezen te hebben. Hij schrijft: ‘De grote figuratieven van de twintigste eeuw (Picasso, Morandi, Beckmann, Bacon onder anderen) zijn allang, tussen alle abstracte en conceptuele kunst in, als zodanig erkend, en de ontdekkingen die Kraaijpoel aan dat rijtje wil toevoegen, zijn bijna stuk voor stuk van zo'n derderangsheid en schraalheid dat zijn hele boek geen enkele aanspraak op eigengereid gezag kan maken.’ Mijn rijtje toevoegingen bevat namen als Vuillard, Balthus, Modigliani, Soutine, Chirico, Casorati, Schiele, Stanley Spencer, Gwen John, Lucian Freud, Manzu, Horst Janssen, Werner Tubke. Die zijn helemaal niet door mij ontdekt. Hun namen zijn internationaal bekend, en alleen door het achterlijke beleid van de musea (nauwelijks overzichtsexposities) krijgt het Nederlandse publiek de indruk dat ze niet bij de twintigste eeuw horen.

Voorts suggereert Beurskens dat ik suggereer dat de figuratieve schilders onderdrukt zijn door de abstractie en naar schuilkelders en onderduikadressen zijn verdreven. Daar heb ik met geen woord over gerept. Al die kunstenaars waren, voor zover ik weet, onbelemmerd aan het werk. Alleen Otto Dix is onderdrukt geweest, niet door de abstractie, maar door Hitler.
Dan de kwestie van de ontwikkeling in de kunst. Na Malevitsj, betoogde ik, is er in de abstractie geen nog radicalere stap mogelijk. Maar ontwikkeling bestond wel, bijvoorbeeld in de Griekse of de zeventiende-eeuwse traditie. Deze stelling vindt Beurskens vreemd, zelfs dom. Hij denkt dat ik vasthoud aan het modernistische vernieuwingsdenken. Mis. De ontwikkeling in de oudere kunst is geen vernieuwing in avantgardistische zin. ‘Het ontdekken van nieuwe dingen’, schreef ik, 'heeft in de klassieke kunst de vorm van een uitbreiding van de traditie. In de avant-garde is het een ontkenning van het voorgaande.’ Verder schreef ik: 'Het begrip ontwikkeling houdt geen waardebepaling in. Beweging is niet verdienstelijker dan stilstand.’ Kortom, precies het omgekeerde van wat Beurskens denkt dat ik zeg. Het komt allemaal door het zogenoemde creatieve lezen. Ik ben het soort schrijver dat letterlijk opschrijft wat hij bedoelt. Je hoeft alleen maar te lezen wat er staat. Amsterdam, D. KRAAIJPOEL
Islam Hoe groot is de tegenstelling tussen de opmerking van Arthur van Amerongen in het artikel 'De brave huisvaders van Hamas’ dat moslims ook maar gewone mensen zijn en de uitlatingen van de Nederlandse arabist Brugman in dezelfde Groene (25 mei). Zijn uitspraken doen vermoeden dat Brugman niet meer in staat is om onderscheid te maken tussen islamisten en gematigde moslims - hij is bang geworden voor de moslims in Nederland.
Verder is het opmerkelijk dat Van Amerongen schrijft dat DFLP-leider Nayef Hawatmeh moeite heeft met de eventuele bereidheid van Hamas om met Israel te onderhandelen. Hawatmeh is een voorstander van bilaterale besprekingen tussen de 'echte vertegenwoordigers’ van het Palestijnse volk en Israel. Indien een meerderheid van de Palestijnen zich uitspreekt voor het Gaza-Jericho-akkoord, accepteert ook Hawatmeh deze overeenkomst. Tot slot wil ik er op wijzen dat de werkelijke militaire kracht van Hamas juist het in koelen bloede vermoorden van weerloze slachtoffers is. Zaandam, JURGEN MAAS