TRUUS MATTI, MISTER ORANGE

Mondriaan at sinaasappels

Truus Matti, Mister Orange, € 14,95

‘Alles begint met verbeelding’, dat is de grondgedachte van Truus Matti, die enkele jaren geleden overtuigend debuteerde met het fantasierijke kinderboek Vertrektijd. Toen Matti door het Haags Gemeentemuseum werd gevraagd een boek over Piet Mondriaan (1872-1944) te schrijven koos zij daarom - aansluitend bij haar vertrekpunt - bewust voor het verdraaien van de historische werkelijkheid. Zij wilde geen educatieve uiteenzetting over het leven en werk van de beroemde schilder, maar (kunst)geschiedenis vanaf de zijlijn: een verzonnen verhaal over wat kunst vermag en de kracht van Victory Boogie Woogie.
Daartoe blies zij succesvol leven in Linus Muller (twaalf, dertien jaar) - de heerlijk dromerige hoofdpersoon in Mister Orange en een van de vijf zoons van zomaar een groenteboer ergens in New York - die tijdens de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog geheel toevallig met de vanuit Europa gevluchte kunstschilder in aanraking komt.
Wanneer Linus’ oudste broer Albert, zoals veel Amerikaanse jongemannen, in 1943 naar Europa vertrekt om te strijden aan het front neemt Linus behalve de schoenen ook de bestelronde van zijn oudere broer Simon over, die op zijn beurt weer Alberts schoenen en postkamerbaantje bij de krant krijgt. Op zijn eerste loopronde met de groente- en fruitkar moet Linus een kist sinaasappels leveren bij een nieuwe klant. Omdat Simon heeft verzuimd de naam van de klant te noteren doopt Linus hem in gedachten 'mister Orange’. Aangekomen bij nummer 15, 59th Street, wordt hij in het trappenhuis verwelkomd door vrolijke schettermuziek (boogie woogie), waarna boven aan de trap een hoofd om de hoek van een deur verschijnt: een zachte stem en donkere ogen achter een zware bril op een scherpe neus, vragen Linus 'de kist vol gezondheid’ in de hal naast de keuken te zetten. Als Linus, nadat hij zich van zijn taak heeft gekweten, van de trap valt en zich bezeert nodigt Mondriaan 'de sinaasappeljongen’ binnen om te bekomen van de schrik.
Het schijnt dat Mondriaan veel sinaasappels at, ook al hield hij niet van de kleur en de vorm ervan. Een goed en oorspronkelijk idee dus van Matti om de lezer aan de hand van een loopjongen, die om de week een nieuwe sinaasappelkist bij de schilder aflevert, Mondriaans lege, lichte wereld van zonnig geel en helder rood en blauw te laten betreden en hem zo terloops kennis te laten maken met Mondriaans gedachtegoed.
Dat het verhaal geen spannende plot kent en Matti zich soms door enkele overbodige personages laat afleiden is haar vergeven. Behalve dat Matti Mondriaan wonderwel tot leven brengt en zijn rechthoeken in heldere kleuren laat spreken en 'dansen’ en 'schitteren als muziek’, terwijl zij heel vernuftig zijn naam - want Linus vindt deze te ingewikkeld om te onthouden - niet één keer noemt, schetst zij tussen de bezoeken door een geweldig beeld van New York in de Tweede Wereldoorlog, die voortdurend voelbaar dreigend op de achtergrond aanwezig is.
Ondanks die dreiging laat Matti New York swingen en zingen. Je kunt de drukte horen. Je ziet het verkeer razen. Alles beweegt. Alles verandert. New York is ritme. New York is ruimte. New York is licht: 'de stad van de toekomt’, volgens Mondriaan, en 'van de hoop’.
Mooi en ronduit filmisch is het beeld van Linus die, zigzaggend tussen de vele voetgangers en tegenliggers vermijdend, door de rechte straten rent, over de plassen scheert en over de stoepranden zweeft, op zijn oude schoenen, die eerst te ruim zitten, maar als de oorlog zijn einde nadert precies passen en zo zijn kleine stap richting volwassenheid fraai maar onnadrukkelijk symboliseren.
Matti’s meest originele vondst is de manier waarop zij Superman - die, opvallend gehuld in de kleuren van Mondriaan, in 1938 het daglicht zag en in de oorlog razend populair was onder Amerikaanse soldaten en jongens - als Linus’ geweten een belangrijke rol toedicht en door het verhaal 'laat vliegen’. Te pas en te onpas duikt hij op en toont zich Linus’ gedroomde onoverwinnelijke superheld die, zoals in de stripverhalen, succesvol tegen de nazi’s vecht en dus de beschermengel van Linus’ broer Albert is. Totdat Linus onbedoeld wordt geconfronteerd met een brief van Albert waarin staat hoe een kennis uit de buurt is gesneuveld. Dan is de oorlog niet langer een spannende stripboekfantasie, maar een bijna tastbare werkelijkheid die angstaanjagend dichtbij komt.
Hij ducht, samen met zijn ouders die Matti ondanks hun bijrol knap tussen hoop en vrees portretteert, de komst van de postbode en het mogelijke lot van zijn broer. Nachtmerries volgen waarin Superman letterlijk verandert in een held 'op sokken’ die niet langer kan voorkomen dat de oorlog 'de kleuren van de toekomst’ wegschildert. 'Fantaseren dat is je verstoppen’, zegt Linus daarom tegen Mondriaan. 'Met alleen verf op een doek kun je geen oorlog winnen.’
Was Mondriaan naïef wat betreft zijn onverzettelijk geloof in een betere wereld en dat wat verbeeldingskracht vermag? Misschien. Maar, gelukkig voor Linus, niet volgens Matti. Voor haar geldt dat niet alleen alles met verbeelding begint, maar ook eindigt: het is maart 1945. New York bruist. En Linus danst. Hij is op weg naar een nieuwe en vrije, harmonieuze en kleurrijke toekomst: Victory Boogie Woogie. En als je goed kijkt zie je Superman meevliegen en met Linus het Museum of Modern Art binnenglippen. Want onze vrijheid is zo groot als onze fantasie en vice versa.

TRUUS MATTI
MISTER ORANGE
Leopold, 150 blz., € 12,95 (10+)