Mongolische herders leveren hun paarden in

Ulaanbaatar – Sommige burgers geven geld, andere juwelen, weer andere paarden. Alle giften zijn welkom om de diepe crisis die Mongolië heeft getroffen te verlichten. Nog maar kort geleden leek de grens in Mongolië de hemel te zijn. Geen land groeide zo hard (17 procent in 2011), vooral dankzij de Chinese vraag naar steenkool, koper, goud, ijzererts en kasjmier. Maar toen de vraag even hard inzakte als de grondstofprijzen kwam de hemel naar beneden. De geleende miljarden waren verdwenen. Weggesjoemeld door corrupte politici. In maart moet aan China en het imf 580 miljoen dollar worden terugbetaald. Dat geld is er niet. De mensen geven wat ze kunnen om de nood te verlichten, tot zelfs het kostbaarste wat een herder heeft: zijn paard.

Die financiële ramp staat niet op zichzelf. De barre winter houdt verschrikkelijk huis onder het vee. De zud is het ergste wat een Mongolische herder kan overkomen. Het is een combinatie van felle kou en intense sneeuwval. De sneeuwlaag bevriest, waardoor het vee niet meer bij het steppegras kan en sterft. Overal liggen kadavers en overal houden aasgieren een feestmaal. Duizenden andere dieren, voornamelijk schapen en kasjmiergeiten, zijn bezweken aan een kwaadaardig virus, waardoor ook de voedselvoorziening en de export van kasjmier zijn aangetast. Voor herders die hun vee verliezen is er op de steppe geen toekomst meer. Ze trekken naar de hoofdstad Ulaanbaatar. De laatste herderssamenleving van de wereld is ten dode opgeschreven. Mongolië, ruim vier keer zo groot als Duitsland, wordt steeds leger, behalve Ulaanbaatar. Hier woont inmiddels bijna de helft van de 3,1 miljoen Mongoliërs. Nieuwkomers zetten er hun ger op. De gemeente voorziet in stroom, maar niet in water, riolering, straten of scholen. De vervuiling in Ulaanbaatar heeft Chinese proporties bereikt.

Normaal gaat negentig procent van de Mongolische export naar China. Hoe kwetsbaar dat het land maakt, is pas weer gebleken na een bezoek van de dalai lama aan Mongolië, met zijn overwegend Tibetaans-boeddhistische bevolking. China’s straf bleef niet uit. Het sloot zijn grenzen voor import uit Mongolië en annuleerde een geplande bespreking over Chinese investeringen. Tevergeefs probeerde China’s rivaal India in het gat te springen. Mongolië ging door de knieën en beloofde de dalai lama nooit meer te zullen uitnodigen. Reactie van de Chinese minister van Buitenlandse Zaken: ‘China hoopt dat Mongolië zijn lesje heeft geleerd.’