Economie

Monomaan

Vergeet die achttien miljard. En heus niet alleen omdat de politieke kaste net doet alsof het om een roestvrijstalen feit gaat terwijl iedere krantenlezer weet dat het om boterzachte projecties van het CPB gaat. Nee, omdat de echte uitdaging waar Nederland voor staat een veel grotere is. Terwijl China vrijwel iedere week records breekt - de tweede economie ter wereld, de grootste exporteur, de grootste automarkt, de grootste markt voor mechanische horloges en, deze week, de grootste markt voor beursgangen en fusies en overnames - hapert in Nederland de hervormingsmachine die burgers moet voorbereiden op een nieuwe geopolitieke orde waarin onze verworvenheden niet langer vanzelfsprekend zijn.
De miljoenennota van vorige week was daar een mooi staaltje van. Er wordt flink gesneden in kinderopvang, daarmee een beleidstrend ombuigend die nog dateert van Paars 1 en was bedoeld om de schandalig lage arbeidsdeelname van moeders te vergroten. Van christen-democraten die weinig anders over vrouwen en gezin denken dan radicale moslims kun je niet anders verwachten. Maar als atheïst is het toch even slikken. Pijnlijker waren de taartdiagrammen die inkomsten en uitgaven van de staat verbeeldden. Maar liefst 62 miljard euro zingt rond in het ministerie van Sociale Zaken, het uitkeringenministerie, terwijl het ministerie van Onderwijs het met de helft moet doen. Oftewel, tien procent van ons jaarlijks product wordt verdeeld onder mensen die er niet aan hebben bijgedragen, terwijl onze scholen, crèches en universiteiten slechts vijf procent ontvangen; ver onder het Europese gemiddelde.
Willen wij de Chinese uitdaging het hoofd bieden, dan moet dat andersom: zestig miljard euro voor onderwijs en dertig miljard voor uitkeringen. Wat wij nodig hebben zijn gratis crèches met pedagogisch geschoold personeel om iedereen een gelijke startpositie te geven; brede goed geoutilleerde basisscholen gehuisvest in gebouwen die de nieuwgebouwde kantoren waarop in Amsterdam de deelraden zichzelf trakteren naar de kroon steken, met keukens voor warm eten tussen de middag, speel- en spellokalen die iedereen de kans geven kennis te maken met kunst, cultuur en sport, en schooltijden die aansluiten bij de werktijden van papa en mama in plaats van andersom; een brede, niet-selectieve middelbare school die alle leerlingen in gelijke mate inwijdt in de geheimen van de alfa-, gamma- en bètawetenschappen; en universiteiten die veel meer van elkaar verschillen in kwaliteit en kostprijs en van studenten volledige inzet en veel hogere eigen bijdragen vragen. Oftewel, geen compensatie achteraf maar preventie, geen nazorg maar voorzorg, geen uitkeringen maar diensten, geen uitkomstgelijkheid maar kansengelijkheid, en geen zestig miljard euro voor Sociale Zaken maar voor Onderwijs. Dan kan Nederland de hele wereld aan.
Met een aantal invloedrijke WRR-rapporten werden eind jaren negentig de geesten rijp gemaakt voor deze agenda. Paars 1 en 2 dankten er hun motto aan: ‘Werk, werk, werk’. Met 9/11 en de moord op Fortuyn kwam de klad erin. Drie kabinetten-Balkenende waren vooral bezig met hoofddoekjes, vrijheid van meningsuiting en meer van dat soort ongein. Enige beweging was er met de poging van de PvdA (ere wie ere toekomt) om onder Balkenende 4 de vergoeding voor kinderopvang te verhogen en de beleidsverantwoordelijkheid te verschuiven van Sociale Zaken naar Onderwijs. Het water dat de PvdA bij de wijn moest doen was dat ook 'gastouderopvang’ subsidiabel werd, met alle misbruik en budgetoverschrijdingen van dien. Daar plukken ouders nu de wrange vruchten van. En toen viel het kabinet.
Gaat Bruin 1 er een nieuwe zet aan geven? Ik vrees van niet. De laatste weken waren een voorproefje van wat de komende jaren gaan brengen: veel gezucht en gesteun over wat Wilders allemaal heeft gezegd, gaat zeggen, wil zeggen, zal zeggen. En ook al is de behoudzucht van Wilders een verkiezingsstunt gebleken, VVD en CDA zijn blind voor de ruimte die dat biedt. Monomaan wegwerken van die vermaledijde achttien miljard euro is al wat hen bindt.
Gelukkig heeft de Nederlandse beleidsmachine twee cilinders: die van parlement en kabinet, en die van SER en sociale partners. Werkgevers en werknemers waren er eind jaren negentig als de kippen bij om de hervormingsagenda te omarmen. En dat herhaalden zij in 2006 tijdens een manifestatie in het SER-gebouw. Nu de parlementaire cilinder is stilgevallen zijn de sociale partners onze laatste hoop op wijs beleid. Gaan zij die belofte inlossen? De tekenen zijn niet gunstig. Gemakzuchtige tevredenheid bij de werkgevers over verlaging van de vennootschapsbelasting. Goedkope ophef bij het FNV over de kinderopvang waar zij zich nooit om heeft bekommerd. En een pensioenakkoord dat de eigen achterban spaart en de rekening bij ongeorganiseerden legt. Nederland gaat zware tijden tegemoet.