Welke klassiekers? door Solange Leibovici

Monomaan, autistisch, doorgedraaid

Voor de eerste honderd pagina’s van de Reis wil ik een uitzondering maken. Daar valt nog doorheen te komen. Maar Dood op krediet, dat monstrum, die wanstaltige, kleverige woordenbrij vol dwangneurotische herhalingen, rancuneus getetter, platvloerse woordspelingen, en die afmattende … en !!! — hoe kan iemand serieus menen dat we hier met een grote roman te maken hebben? Voor Céline’s poëtica, dat wat hij zijn petite musique noemde, ben ik nooit gevoelig geweest. Misschien omdat ik, in tegenstelling tot vele bewonderaars van Frankrijks meest geroemde jodenhater, zijn andere romans heb gelezen, minder bekend maar in Parijs nog altijd verkrijgbaar bij de eerste de beste tweedehandsboekenverkoper langs de Seine. Deze romans, Bagatelles pour un massacre, L’école des cadavres en Les beaux draps, kregen de naam «antisemitische pamfletten», waarmee zij aan gene zijde van de andere romans konden worden gelegd. Maar Céline heeft nooit afstand genomen van de «pamfletten», die onlosmakelijk deel uitmaken van zijn oeuvre. Geschreven in dezelfde stijl, met dezelfde thema’s, dezelfde woordenvloed en taalgrappen. Het enige verschil is dat Céline’s delirium zich daarin op de joden concentreert. Juist die boekjes maken een zuiver literaire of esthetische lezing van Céline verdacht.

Céline wordt beschouwd als de vertegenwoordiger bij uitstek van de twintigste-eeuwse roman, de allergrootste omdat hij in een gewelddadig tijdperk met zijn verbale geweld de zuiverste incarnatie van de literatuur zou zijn geweest. Hij zou de roman opnieuw hebben uitgevonden en de verschrikkingen van zijn eeuw een spiegel voorhouden. Céline is zo’n beetje heilig verklaard als martelaar van de literatuur. Maar zijn spel met woorden verhult niet dat het hier juist gaat om een impasse in de literatuur, om een schrijver die gevangen zit in zijn racistische hallucinaties en zich overschreeuwt. Céline blijft herhalen dat hij de waarheid spreekt, hij heeft het allemaal gezien en beleefd, hij maakt een hoop lawaai en denkt daarmee een lijn te hebben getrokken tussen hemzelf, de lezer, de gebeurtenissen en de literatuur. Hij lijkt tot de lezer te spreken, maar zijn stem is volledig door zichzelf in beslag genomen, monomaan, autistisch. Céline kent de dialoog niet, hij bezet de ruimte van de tekst als een doorgedraaide terrorist. En wat de «verschrikkingen van de eeuw» betreft: Céline heeft er vooral zelf aan meegewerkt.

Literatuurwetenschappers hebben veel onzin over hem beweerd. Voor Julia Kristeva zou Céline zijn eigen ideologie transcenderen in zijn romans. Omdat zijn literaire werk volledig in het «abjecte» is geworteld, is Céline voor Kristeva de zuiveringsapostel en de brenger van catharsis. De enige zuivering die Céline predikte, was die van het Franse volk, dat in verval was geraakt door de ideologische besmetting en cultuurvernietigende ziektekiemen van de joden. Kristeva kenmerkt Céline’s stijl als een «apocalyptisch visioen». Voor hem is de Apocalyps echter niet Auschwitz of Hiroshima, maar Sigmaringen, het Duitse kasteel waar hij na zijn lafhartige vlucht met andere collaborateurs zijn intrek had genomen. Zie D’un château l’autre. Céline’s afkeer van buitenlanders is voor Kristeva slechts een «fictioneel thema». Misschien moeten we het Lager in het werk van Primo Levi ook als een fictioneel thema beschouwen. In het geval van Céline is «abject» niet meer dan een goedaardig eufemisme.

In 1938 schrijft Céline ironisch: «Wat hebben we te verliezen bij een Frans-Duitse alliantie? De joden. Dat is een ramp waar we wel overheen zullen komen. We troosten ons wel.» In 1957 klaagt hij in een interview: «die uit Buchenwald, iedereen zat ze op te wachten om ze te omhelzen, om ze een zoen te geven, maar die uit Sigmaringen werden door iedereen achtervolgd om ze een kopje kleiner te maken». In 1960 schrijft hij een Duitse oud-kolonel over het stichten van een «historisch» centrum in Bonn waar bewijzen dat de gaskamers nooit hebben bestaan zouden worden tentoongesteld. Nooit heeft hij de strijd tegen de «vernegering van het blanke ras» en het «joodse complot» opgegeven. Lees de pamfletten. Céline zal nooit meer dezelfde zijn.