Opera: ‘Die Zauberflöte’

Monster

Papagena (Lilian Farahani) en Papageno (Thomas Oliemans) in Die Zauberflöte © Michel Schnater / DNO

Er is veel discussie over Mozarts laatste opera Die Zauberflöte, uit zijn stervensjaar 1791, die curieuze combinatie van kindersprookje, vrijmetselaarsrituelen, menselijk drama en platte humor. Regisseur Lotte de Beer startte dit voorjaar in De Balie een debat over de racistische en seksistische elementen in de tekst van librettist en operaproducent Emanuel Schikaneder en vroeg theatermakers om alternatieven, die vervolgens in het Compagnietheater te zien waren.

Holland Opera maakte in de Werkspoorkathedraal in Utrecht een geslaagde combinatie van een verkorte Zauberflöte aangevuld met fragmenten uit Mozarts allerlaatste werk, het onvoltooide Requiem. De koorzangen gaven diepte aan de gevoelens van de hoofdpersonen. Met name de Koningin van de Nacht (de weergaloze sopraan Morgane Heyse) kreeg daardoor reliëf.

In Salzburg klonk deze zomer na Die Zauberflöte luid boegeroep. De Canadese regisseur Lydia Steiner koos radicaal voor het kindersprookje, verteld door een opa (acteur Klaus Maria Brandauer) aan drie kleinzoons die verderop in zijn eigen sprookje optreden als de drie knapen. De foto’s zien er spectaculair uit. Maar de kritieken hadden het vooral over niet gehaalde hoge en lage noten: ‘Hadden ze het geld niet beter aan andere zangers kunnen uitgeven? Bij opera gaat het toch vooral om de zangstemmen…’

Heel anders is het in Amsterdam, waar de door de Engelsman Simon McBurney geregisseerde voorstelling van Die Zauberflöte uit 2012 ook bij herhaling succes heeft. Die werd voorafgegaan door een nog succesvollere voorpremière, exclusief voor zestienhonderd dolenthousiaste jongeren, die reageerden als bij een popconcert. Om de seksistische teksten werd vooral gegniffeld. Nu heeft McBurney goed nagedacht over het rare ratjetoe waaruit de opera bestaat en, zonder de tekst geweld aan te doen, creatieve oplossingen gevonden. De ‘moor’ Monostatos is bijvoorbeeld aanvankelijk een keurige witte meneer, die in de loop van de opera in een wellustig monster verandert. Er is maar één woord veranderd in zijn tekst. Er staat eigenlijk dat hij wel weet dat een zwarte man ‘hässlich ist’, van dat ‘zwarte man’ (‘Schwarzer’) is hier ‘monster’ gemaakt.

Daarmee is niet alleen elke racistische connotatie verdwenen, maar doordat het uitdrukkelijk om zijn mannelijk gedrag gaat, vallen ook de vele anti-vrouwelijke uitspraken op hun plaats. Ook als de in grauwe pakken gestoken koorleden zingen dat vrouwen nergens iets van begrijpen. Deze zeldzaam creatieve, originele voorstelling start vanuit de leegte die met eenvoudige middelen wordt ingevuld, zoals de acteurs van Complicite met gevouwen witte A4’tjes klapwiekende vogels suggereren. De Koningin van de Nacht (Nina Minasyan) is hier een stokoude dame in een rolstoel. Haar drie dames treden aanvankelijk op in martiale camouflagepakken en worden steeds sexyer.

De Italiaanse dirigent Antonello Manacorda doet dezelfde opera tegelijk in Brussel en in Amsterdam, hij haalt in ieder geval met veel bravoure het allerbeste uit het Nederlands Kamerorkest, het koor en alle solisten. Al zou er iets in sommige al te populaire wijsjes en plechtige koorzangen mogen worden geschrapt.


Die Zauberflöte, t/m 29 september in Nationale Opera & Ballet, operaballet.nl