FILM

Monsters voor een prikkie

Monsters

Op Imagine, het Amsterdam Fantastic Film Festival gaan twee werken in première die op de uiterste punten van het continuüm staan van wat zou passen binnen dit genre: aan de ene kant het gewelddadige, ongecontroleerde, maar bij vlagen erg leuke Hobo with a Shotgun, met Rutger Hauer in zijn beste rol in vele jaren, en aan de andere kant Monsters, een ingetogen, kunstzinnige sciencefictionfilm van een onbekende Engelsman met vrijwel geen special effects die zowel een scherpe allegorie over de Amerikaanse grenspolitiek is als een beklemmende vertelling over angst en liefde.

Om meteen in de nachtmerrieachtige wereld van Monsters terecht te komen zijn slechts een paar woorden aan het begin nodig met de strekking dat buitenaards leven, enkele jaren geleden door Nasa ontdekt, inmiddels op de aarde is beland, in Mexico, waar sindsdien een voor de mens dodelijke ‘geïnfecteerde zone’ bestaat. Zonder tierelantijntjes introduceert de debuterende regisseur Gareth Edwards de hoofdpersonages. Fotograaf Andrew (Scoot McNairy) wordt door zijn werkgever ingehuurd om diens dochter, Samantha (Whitney Able), vanuit Mexico terug naar de Verenigde Staten te begeleiden. Probleem: om dit te doen moeten ze door de geïnfecteerde zone heen reizen tot bij de Amerikaanse grens, waar inmiddels een reusachtige muur is neergezet om te voorkomen dat de wezens de grens oversteken.

Door dit laatste is de politieke allegorie duidelijk: net als in Neill Blomkamps Zuid-Afrika-allegorie District 9 symboliseren de wezens in Monsters de ‘ongewenste vreemdelingen’ die buiten de eigen grenzen van de beschaving moeten worden gehouden. Zo zorgvuldig als Blomkamp zijn grote, kakkerlakachtige monsters in beeld brengt, zo houdt Edwards zijn aliens op de achtergrond, bijna onzichtbaar. Om budgettaire redenen: Monsters werd voor een prikkie gemaakt. Edwards ging in Mexico op reis met een camera, twee acteurs, borden met erop teksten als ‘Aliens’ of ‘Infected Zone’, en niet veel meer. Alle andere acteurs zijn echte Mexicanen die de crew onderweg tegenkwam.

Deze minimalistische stijl is effectief: de angst is dreigend op de achtergrond aanwezig terwijl de hoofdpersonages alle ruimte krijgen om hun karakters uit te diepen. Tijdens een reis per bootje naar de Amerikaanse grens ontdekken Samantha en Andrew, die veel weg hebben van Bogart en Hepburn in The African Queen, langzaam dat ze iets voor elkaar zijn gaan voelen. In de context van het constante gevaar wordt de prille liefde al gauw van levensbelang.

Waar de thematische ontwikkeling in Monsters subtiel onder de oppervlakte aanwezig is, worden allegorie en metafoor in Hobo with a Shotgun van Jason Eisener in glorieuze, oververzadigde, nep-Technicolor-kleuren bruusk en reactionair op het scherm gesmeten. Dat moet ook wel; dat zijn nu eenmaal de regels in dit soort grindhouse-films (zie ook Robert Rodriguez’ schitterende, recente Machete).

Rutger Hauer speelt in Hobo de rol van een grommende en mompelende zwerver die op een stadje stuit waar een mediamagnaat met harde hand regeert. Iedereen leeft in angst voor de zoons van de tycoon, engerds die beiden op Tom Cruise lijken. Als Hobo een prostituee met een hart van goud ontmoet, probeert hij haar te beschermen en neemt het met harde hand (en dus ook met riot gun) op tegen de criminelen.

Het is een feest om naar Hauer te kijken. In zijn lange carrière waren zijn B-films doorgaans interessanter dan zijn meer reguliere rollen. Zo ook in Hobo, waarin hij tenminste één magistrale scène neerzet: in een ziekenhuis levert hij ten overstaan van een kamer vol pasgeboren baby’s een toespraak over de zinloosheid van het leven. Om versteld van te staan, een speech die de geniale tragiek van zijn prevelende stervenswoorden als de cyborg Roy Batty in Blade Runner (1982) evenaart. Weetje: Hauer is betrokken bij een project van Dario Argento, getiteld Dracula 3D. Meer B-werk, zelfs na al die jaren. Hulde.


Imagine: Amsterdam Fantastic Film Festival, 13-23 april, Filmtheater Kriterion te Amsterdam