Podgorica – Er zit een zekere logica in de gedachte dat hoe verder een genocide in het verleden ligt, hoe meer weerklank de ontkenners ervan krijgen. Zeker weten dat Turken, bijvoorbeeld, geen genocide pleegden jegens de Armenen (1915-1917) komt vaker voor dan de bewering dat de massamoord op de joden nooit heeft plaatsgevonden (1940-1945).

Maar deze logica heeft buiten de Montenegrijnse minister van Justitie, Minderheids- en Mensenrechten gerekend, Vladimir Leposavic. Die heeft beroering veroorzaakt door zich openlijk af te vragen of het wel waar is dat het Bosnisch-Servische leger in de zomer van 1995 meer dan achtduizend mannen en jongens heeft vermoord en zo’n veertigduizend vrouwen, kinderen en ouderen heeft verjaagd. Leposavic wacht ‘op sluitend bewijs’.

In iets afgezwakte vorm herhaalde hij zijn woorden vorige week tijdens een parlementair debat. De vertegenwoordigers van de EU en Amerika in de kleine EU-kandidaat-lidstaat reageerden fel. De minister, met een strak kapsel, zwart haar waarin enkele grijze lokken boven een rechthoekig brilmontuur, ontkende daarna iets te hebben ontkend. ‘Ik sta er open voor te erkennen dat een genocide heeft plaatsgevonden, maar pas als dit onomstotelijk is bewezen.’

Het argument voor zijn twijfel is typisch voor de regio. Het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in Den Haag was niet gerechtigd de slachtingen in Srebrenica te kwalificeren als genocidaal, meent Leposavic, omdat hetzelfde tribunaal volgens hem bewijs heeft vernietigd voor de handel in organen van Servische burgers in Kosovo. De gedachte: als jullie niet aan mijn waarheid willen, wil ik niet aan die van jullie. Waarheid is macht en dus uitkomst van onderhandeling.

In Nederland zijn de moordpartijen in Srebrenica bekend vanwege de aanwezigheid van Nederlandse soldaten. In Montenegro is de slachting bekend omdat de daders en slachtoffers nog maar enkele jaren eerder landgenoten waren, Joegoslaven. Srebrenica ligt op 75 kilometer van de huidige grens. Bij de laatste verkiezingen in Montenegro zijn partijen in de regering gekomen die liever nooit uit de federatie met Servië waren weggelopen, zoals Montenegro in 2006 heeft gedaan, na een referendum waarin een minimale meerderheid koos voor onafhankelijkheid.

De uitspraken van Leposavic komen twee maanden nadat buurland Servië de verkoop van T-shirts heeft verboden die de Srebrenica-slachting bejubelden. Op de shirts stonden de woorden ‘Noz, Zica’. Die vormen het eerste deel van de onder Servische voetbalfans populaire (en in het hele land bekende) slogan ‘Noz, Zica, Srebrenica’. In het Nederlands: ‘Mes, draad, Srebrenica’.