Montignaccen op de titanic

‘De VVD gaat Montignaccen’, zo luidde de strijdkreet waarmee een groep dissidenten binnen de VVD enkele weken geleden tot een actieprogramma overging dat zich nog het best laat omschrijven in de marxistische terminologie van de vernietiging van het systeem van binnenuit. De ontevredenen, te vinden in kringen van sympathisanten van de ge‰xcommuniceerde coryfee‰n Robin Linschoten en Anne Lize van der Stoel, propageren een drastische electorale afslanking van de VVD, om op het geraamte een geheel nieuwe liberale volkspartij te bouwen, waarin in dezelfde vaart de restanten van D66 kunnen opgaan. De aanhangers van de Montignac-filosofie delen hun gedachten slechts in vertrouwelijke ontmoetingen. Maar juist in de schemer der anonimiteit waarin zij opereren ligt de dreiging.

De kritiek is dat de VVD hopeloos verouderd is. De vaststelling van de kandidatenlijst voor de kamerverkiezingen, twee maanden geleden in Papendal, bewees weer eens dat de VVD als het erop aankomt nog steeds vastgeklonken zit aan de allerconservatiefste stromingen binen de partij. Zo hebben alleenstaanden, migranten en leden van seksuele minderheden het nog even moeilijk als twee decennia geleden om in de partij naar boven te komen. Vandaar dat Linschoten op het beslissende moment de grond onder de voeten zag verdwijnen, vandaar ook dat Oussama Cherribi zich deze keer naar een nagenoeg onverkiesbare plek zag gedegradeerd. Het onverbloemd roze kamerlid Anne Lize van der Stoel lag ook slecht bij de conservatieve clan. Toen zij merkte dat een verkiesbare plek er niet in zat, hield ze de eer aan zichzelf. Maar haar achterban liet het er niet bij zitten.
Het leek allemaal luchtfietserij, maar nu de Titanic van de VVD inderdaad op een ijsschots is gelopen, zou de bovengeschetste opstand wel eens veel sneller kunnen plaatsvinden dan zelfs de meest revolutionair gestemde liberaal had kunnen denken. De grote deconfiture van de liberalen - bedoeld als een louteringsproces via parti‰le vernietiging - heeft nog tal van mogelijkheden in zich. Bolkestein is door zijn afbrokkelende machtspositie nu het instrument kwijt om zijn critici de mond te snoeren. Hij heeft het al moeilijk genoeg met zijn directe opponenten in de verkiezingsrace. Afgelopen zondag was het eerste lijsttrekkersdebat bij de NOS-Radio, en daar hield hij zich slechts moeizaam staande. Spreekstalmeester Henk van Hoorn in perscentrum Nieuwspoort zette gelijk in met de affaire-Van Baalen, zodat Bolkestein de eerste tien minuten van het twee uur durende treffen gelijk in een kansloze positie werd gemanoeuvreerd. Bolkestein nam het nog een beetje op voor Van Baalen, maar overtuigen deed het niet. Hij memoreerde een recente reis van Van Baalen met kamerlid Weisglas naar Israel. Daar was, aldus Bolkestein, ‘niets onoorbaars’ gebeurd, waarmee hij klaarblijkelijk bedoelde dat het ongelukkige kandidaat-kamerlid nergens in het Heilige Land het Horst Wessellied had aangeheven. Maar Bolkestein hield in zijn opmerkingen over het 'tragische en onvermijdelijke’ vertrek van Van Baalen te veel slagen om de arm. Hij liet te veel in het midden of Van Baalen nu wel of niet neonazistische jeugdliefdes had gekend. Van Baalen zelf ontkent dit zoals gezegd in alle toonaarden, en kwam deze week zelfs met een verklaring waarin hij zegt het slachtoffer te zijn geworden van de schizofrenie van een oude schoolmakker.
'Politiek gaat in essentie over beeldvorming’, aldus Bolkestein tijdens het debat. Met zijn bijdrage aan het Van Baalen-discours droeg hij zeker niet bij aan een beter imago voor de man in nood. Bolkestein zei dat hij het tragisch vond dat Van Baalen op grond van dingen in zijn verleden zijn politieke carriŠre in rook zag opgaan. Kok, opererend met de uitdrukking van een routinier-huurmoordenaar op het gelaat, sloeg gelijk genadeloos toe. Hij riep in herinnering dat juist Bolkestein een passie had voor het opsporen van staaltjes van 'onverwerkt verleden’ bij politieke tegenstanders. Dat viel onmogelijk te ontkennen, en Bolkestein deed er dan ook maar het zwijgen toen. Kok deed zijn best om niet al te triomfantelijk te kijken, maar zijn campagnemedewerkers in de zaal huiverden van genot.
Op Bolkestein persoonlijk heeft de affaire-Van Baalen naar het zich laat aanzien vooral een milder makend effect. Tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen flirtte hij nog heftig met uit New York overgewaaide jubelverhalen over zero tolerance. Nu distantieerde hij zich daar geheel van, zodat Jaap de Hoop Scheffer zich alleen mocht uitleven in een lofzang op deze law & order-filosofie, terwijl Kok en Borst hem aankeken alsof de Vieze Man in hun midden was beland. Ook moest Bolkestein niets hebben van het idee van De Hoop Scheffer om voortaan ook tienjarigen achter slot en grendel te doen als ze worden betrapt op drugsbezit. Kortom: Bolkestein probeerde iedere uitspraak te vermijden die zou kunnen worden geschaard bij het Pro Patria-gedachtengoed van zijn gewezen campagneleider. Alleen in zijn afkeurende opmerkingen over het 'verjubelen’ van overheidsgeld aan de ophoging van uitkering en minimumloon (een nieuw woord voor het wiegeliaanse 'potverteren’) schuilde nog iets van de oude Bolk. Voor de rest maakte hij vooral een getemde indruk.