Annet Mooij, De strijd om de Februaristaking

Monument

Annet Mooij

De strijd om de Februaristaking

Balans, 174 blz., e 17,50

In haar vorig jaar verschenen boek Na het kamp beschrijft Jolande Withuis hoe overlevenden van de Duitse concentratiekampen na de oorlog tegenover elkaar kwamen te staan. Dat deze onthutsende, beschamende geschiedenis niet op zichzelf stond, blijkt uit het boek van Annet Mooij, over de wijze waarop de herinnering aan de Februaristaking na de oorlog inzet werd van een onverkwikkelijke politieke strijd.

Aanvankelijk leek het zo mooi. Bij de eerste herdenking, in 1946 waren meer dan vijftigduizend mensen aanwezig, onder wie koningin Wilhelmina. Burgemeester Feike de Boer maakte bekend dat het hare majesteit had behaagd het devies «Heldhaftig, Vastberaden, Barmhartig» toe te voegen aan het wapen van de stad Amsterdam. De staking was immers een unieke verzetsdaad geweest. Nergens waren burgers op een vergelijkbare wijze in opstand gekomen tegen de vervolging van hun joodse stadsgenoten. Aan deze eendracht kwam echter al snel een einde.

De communisten, die de staking hadden georganiseerd, monopoliseerden de herdenking en waanden zich moreel superieur. Het door sociaal-democraten gedomineerde gemeentebestuur probeerde de communisten buiten te sluiten. Na het partijconflict van 1958 werd initiatiefnemer van de staking Piet Nak door zijn voormalige kameraden uitgejouwd en verketterd. In de jaren zeventig en tachtig vormde de herdenking telkens aanleiding om te demonstreren tegen zaken als het bezuinigingsbeleid en de Navo-politiek.

Vaak wordt deze strijd verklaard met een verwijzing naar de Koude Oorlog, toen communisten werden gezien als vijfde colonne van een totalitaire mogendheid die een even groot gevaar was voor de vrijheid als het nationaal-socialisme. Niet zelden wordt die Koude Oorlog gezien als een misverstand. De communisten zouden ten onrechte in de beklaagdenbank zijn gezet, terwijl zij op hun beurt veel te verkrampt hebben gereageerd op iedereen die kritiek leverde. Evenals uit het boek van Withuis wordt uit dit boek duidelijk dat het wel degelijk ging om fundamentele tegenstellingen, die dateerden van vóór 1945.

Ronduit wrang is het om te lezen dat de joodse overlevenden zich al kort na de oorlog niet meer thuis voelden bij de herdenking. Niet alleen overschaduwde de politieke strijd datgene waar de staking destijds om was gegaan, ook de borstklopperij over de «unieke» Februaristaking moet uiterst pijnlijk zijn geweest. Na de uitbarsting van solidariteit in februari 1941 was de jodenvervolging immers nergens zo’n «succes» geweest als in Nederland.