De brievenbezorger in de film

Monument voor de postbode

De directeur van TNT zou een pakket moeten krijgen met al die prachtige films over de brengers van goede en van slechte tijding.

Medium 01204912

HET IS DECEMBER en we sturen elkaar kaarten. Binnenkort zullen we in tv-spots de zingende postbode wel weer zien die blij is dat hij al die kaarten bij ons in de bus mag stoppen, waarbij hij zich moeiteloos acrobatisch tapdansend langs onze huizen beweegt met zijn postkar. Maar net zoals Kerstmis een fantasie is over warme huiselijkheid die als bij toverslag ontstaat zodra we de kerstkaarten aan een rood lint plakken en de kerstverlichting ontsteken, zo is de vrolijke postbode ook een product uit de verbeeldingsindustrie. Want hij (of zij) heeft op dit moment weinig aanleiding om vrolijk over straat te lopen dansen. Hij staakt. Deze week zelfs drie dagen. Net zo lang tot het machtige raderwerk stil komt te liggen. De aanleiding is een conflict met de baas. Die heeft van de intensieve veehouderij afgekeken hoe je het maximum uit je stal met opgehokt vee kunt halen als je de vierkante centimeters bewegingsvrijheid zo efficiënt mogelijk benut. Ford had hem al alles geleerd over arbeidsverdeling, waardoor het sorteren, bundelen, verdelen en langsbrengen van de post over een scala aan medewerkers met bijbehorende competenties en dito (steeds lagere) salarisschalen kan worden verspreid.

Eerlijk is eerlijk, het komt ook door onszelf, al die onrust onder de postbodes: wij e-mailen te vaak en prutsen hoogstpersoonlijke kerst- en nieuwjaarsboodschappen in elkaar waarna deze huisvlijt met een vingerveeg bcc aan ons hele Facebook-bestand wordt verstuurd. Dat we ter compensatie ook steeds vaker online een scala aan nutteloze spullen bestellen, die als kartonnen pakjes thuis kunnen worden afgeleverd, helpt daarbij niet ter verlichting van het lot van de postbode. Want sinds de privatisering van de post zit de pakketdienst in een ander bedrijf. Zo dreigt de postbode langzamerhand overbodig te worden. Dat daarmee ook een cultuurgoed verdwijnt, lijkt nog nauwelijks door te dringen. Dat merken we snel genoeg: als ze er niet meer zijn. Laten we daarom, nu het nog kan, een monument oprichten voor de postbode, die alleen al in de film onsterfelijk werd.
In de film zie je zelden mensen werken, écht werken. Het meest komen beroepen voor waarin mensen tijdens hun werk alléén kunnen opereren zodat alles wat ze doen een rol kan spelen in het filmverhaal. Goede filmberoepen zijn daarom detective, cowboy, advocaat of journalist. De postbode vervult in deze reeks een uitzonderlijke rol. Of beter: heeft die vervuld, want ook hier is de klad in gekomen. Anders dan zijn voorloper, de uit de western bekende postkoets, die berichten en pakketten bezorgde die je op een centraal punt kon komen ophalen, werkt de postbode alléén. De postbode is de man (vrouwen zie je in deze rol nooit) die op het postkantoor brieven en pakjes sorteert om ze vervolgens huis aan huis langs te komen brengen. Zo leer je je pappenheimers wel kennen. Voordat de telefoon gemeengoed werd, had de postbode een privilege met de proporties van een figuur uit het Griekse drama: hij was de boodschapper van de goede en de slechte berichten uit het persoonlijk leven. Hij bezorgde de liefdesbrief én het overlijdenstelegram. Zo verbond hij mensen, en daardoor verhalen, op een fiets, zichtbaar voor iedereen. De postbode bevindt zich in een drempelgebied tussen mensen, huizen, dorpen en steden in. De dorpen tussen de velden, bomen, bergen en de zee vormen het decor voor de kleine mensenverhalen waarvoor zijn brieven en pakjes de basis leggen. Zoals de langstrekkende lege woestijn- en berglandschappen vanuit de trein het decor vormden voor de grote gevechten tussen goed en kwaad in de westerns, zo zorgde het gefilmde landschap vanaf de fiets ervoor dat de grote verhalen ook in klein verband, op dorpsniveau, konden worden verteld.
De postbode is een product van de achttiende- en negentiende-eeuwse vooruitgang, de verstedelijking en de kolonisatie van Azië, Afrika en Zuid-Amerika met de daaraan verbonden stromen van overheidsdienaren die in die verre buitenlanden met hun familie per brief contact hielden. Boten en treinen stortten zakken vol post over de hele wereld uit. We hebben er de romans-in-brieven aan te danken van vele, voornamelijk vrouwelijke, schrijvers. Al die post moest persoonlijk worden afgeleverd. Dat maakte van de postbode een held, op wie smartelijk werd gewacht. Zeker in afgelegen streken was hij soms de enige regelmatige bezoeker. Dat heeft hem ook tot de ideale ‘koppelaar’ gemaakt, de verleider, de vertrouweling, de intimus, de postbode die 'twee keer belt’ omdat hij zo een sein geeft dat belangrijke post is bezorgd.

IN DE MEEST interessante film over een postbode, The Postman Always Rings Twice, hoeft hij zelfs niet eens meer persoonlijk op te treden om zijn symbolische aanwezigheid als een donkere wolk over het filmverhaal te laten hangen. De film is gebaseerd op de gelijknamige detective van James Cain over een overspelige en moordzuchtige echtgenote, en er is geen postbode in te bekennen - noch in de Amerikaanse verfilmingen uit 1946 (met Lana Turner en John Garfield) en 1981 (met Jack Nicholson en Jessica Lange), noch in de Italiaanse versie, Ossessione van Visconti, uit 1943. Toch is hij alom aanwezig: als aankondiger van de dood.
De bekendste speelfilm over een postbode is veel lichtvoetiger, althans op het eerste gezicht. Jour de fête van Jacques Tati (1949) werd, net als Mon oncle en Les vacances de Monsieur Hulot, een cinefiele cultfilm door zijn verzet tegen de vooruitgang en het amerikanisme. Postbode François speelt de hoofdrol in deze komedie over het jaarlijkse feest in een Frans dorp. Met zijn grote, onhandige lijf brengt hij op de fiets de post rond, onder het motto: een goed bericht mag altijd te laat komen. Zijn gestuntel leidt tot hilarische taferelen, vooral omdat hij tijdens zijn rondes regelmatig een café bezoekt, wat ongetwijfeld aansluit bij het destijds bestaande vooroordeel over postbodes die overal een warm onthaal krijgen.
Tijdens het dorpsfeest ziet hij in een filmtent een documentaire over de nieuwste technieken bij de Amerikaanse posterijen, waar gebruik wordt gemaakt van automatische sorteerders en vliegtuigen. Vanaf dat moment brengt hij de post 'op z'n Amerikaans’ rond: drie keer zo snel. Haastige spoed is zelden goed. Wanneer hij in een sloot rijdt met zijn fiets doet hij het weer kalmer aan: hij laat zijn post bezorgen door een kind en gaat zelf meehelpen met hooien. Tati laat zo al in zijn eerste film zien hoe zijn diepte in de oppervlakte gezocht moet worden.
Net als onze postbodes nu wordt postbode François opgejaagd door ideeën over efficiency en kostenbesparing die geen rekening houden met de maatschappelijke noodzaak om het vakmanschap en de sociale betekenis te respecteren die in elk beroep aanwezig is. Postbode François houdt, terwijl hij zijn ronde doet, een oogje in het zeil en helpt overal een handje mee. Hij registreert wie welke post krijgt en welk effect dat heeft op de bewoners van zijn dorp. En post kan nog zo belangrijk zijn, als het hooi moet worden binnengehaald, gaat dat voor. Hij zou goed passen in de hedendaagse Slow-beweging, die naast Slow Food en Slow Work ook wel wat Slow Information zou kunnen gebruiken.

De maatschappelijke betekenis van de postbesteller krijgt zelfs een poëtische lading in Il Postino (Michael Redford, 1994). De postbode in deze film, een arme visserszoon, bedient maar één adres: het tijdelijke huis van de dichter Pablo Neruda, die - zo wil de fantasie - op Salina, een eiland voor de kust van Sicilië, politiek asiel heeft gezocht. In het contact met de wereldberoemde dichter, die hij dagelijks brieven brengt van verliefde vrouwen, begint hij zelf geïnteresseerd te raken in poëzie. Het helpt hem bij de verovering van de mooie Beatrice, zeker als Neruda hem raad geeft. De postbode als potentiële dichter, geïnspireerd door zijn fietstochten door de natuur, het contact met de beroemde dichter die zoveel post krijgt, en een diep gevoel voor rechtvaardigheid waardoor hij communistische sympathieën ontwikkelt, moet de schrik zijn voor elke TNT-manager. Postbodes zijn immers functies, radertjes in een systeem?
Het meest recente monument voor de postbode is, hoe kan het anders met zo'n Tati-erfenis, weer door Fransen opgericht. Bienvenue chez les ch'tis (Dany Boon, 2008), het onverwachte publiekssucces over het verschil tussen Fransen uit het noorden en het zuiden, vindt in de postbode de juiste figuur om tegenstellingen te overbruggen. In de kleine Noord-Franse gemeenschap waar de Zuid-Franse postkantoordirecteur tot zijn verdriet naar is overgeplaatst blijkt de persoonlijke aandacht bij het rondbrengen van de post en het bezoek aan het postkantoor van belang voor het in stand houden van die gemeenschap. En niet alleen omdat er wel eens een glaasje bij gedronken wordt. Bij La Poste ontmoet iedereen elkaar en is iedereen gelijk: afzender en geadresseerde, de barbaar uit het noorden en de levensgenieter uit het zuiden, ieder met hun eigen onverstaanbare accent, maar altijd met dezelfde Franse cultuur als basis. Capriolen op de fiets vormen ook hier, net als bij Tati, de voor elke Fransman herkenbare schakel tussen de gebeurtenissen.
De TNT-directeur die de reorganisaties bij de posterijen doorvoerde stapt zelf op en gaat zich richten op goede doelen. Hij zou een filmpakket moeten krijgen met alle films die hier de revue passeerden. Dat kan hem doen inzien dat het in stand houden van zinvol werk ook een goed doel kan zijn. Niet voor aandeelhouders - maar wel voor alle afzenders en geadresseerden.


zie www.groenemuziekwinkel.nl voor de besproken films