‘mooi als de zonde’

Is dat Internet toch nog ergens goed voor. Een vriendelijke e-mail wees mij op een website over religie en literatuur. Ik klikte en dubbelklikte me een weg ernaartoe. Een niet al te grote site met niet al te veel informatie. Onder andere een klaagstuk over de magere oogst aan relifictie het afgelopen jaar. Gelukkig, zo merkt de schrijver op, was daar nog De taal van de aarde door Boeli van Leeuwen.

Dank voor de tip. Ik had het boek over het hoofd gezien. Een heel mooi boek.
Boeli van Leeuwen is een schrijver in drie delen. Hij schreef toen hij heel jong was, begon als veertiger opnieuw, en pakte als zestiger de draad weer op. Tussendoor was hij hoge ambtenaar op Curaçao. Zijn boeken zijn melancholieke romans over lieden die ondanks het mooie weer aan het leven blijven wanhopen.
De taal van de aarde bevat literaire essays. Hardop denken bij een aanloeiende zon. Geen koele blik, geen scherpe analyse, maar een lome beweging van gedachte naar anekdote en terug.
Uit zijn romans had ik niet opgemaakt dat het geloof bij Boeli van Leeuwen heel diep zit. Hij leek een aardse existentialist. Zo een die de huiver voor het bestaan draaglijk maakt door ’s nachts tegen zijn vrouw aan te kruipen. Maar, zo vertelt hij in De taal van de aarde, het is niet zozeer het bestaan dat hem angst inboezemt, het is God. En na weer een dag theologisch tobben, zo bekent hij, ‘klim ik naast mijn vrouw op mijn plank om de kleine dood in te gaan’.
Dat staat in het stuk 'Wie zegt gij dat ik ben?’ Daarin komt de schrijver van Jezus tot God. Over Jezus ging zijn eerste roman. Die schreef hij toen hij pas getrouwd was - met een meisje van zeventien, 'mooi als de zonde’. In die roman wilde hij nog niets van God weten. Jezus was een linkse rakker, verraden door zijn eigen kameraden. Drieëndertig jaar later las hij Schillebeeckx. En toen werd Jezus God. Niet zo maar een rebel, maar een echte Verlosser. 'Als ik het woord Schillebeeckx, met ckx, nog één keer hoor’, kijft zijn vrouw, 'klim ik gillend in de mispelboom!’
Niet dat Van Leeuwen aan het getuigen en het belijden slaat. Nee, hij vertelt over anderen die getuigen. Verhalen over mensen die, gedreven door het geloof, goede werken verrichten voor de ongelukkigen op Curaçao. Van Leeuwen is het niet met hen eens. Hij vindt: getuigen is getuigen, de wereld verbeteren is iets anders. Hij maakt ruzie met hen. En krijgt daarvoor thuis op z'n kop van z'n vrouw.
Geloven is mooi, denk ik bij dit stuk, maar je moet er wel een vrouw bij hebben. En warm weer. Voor mooie trage gedachten over de afgronden van ons bestaan.
Ja, als dit religieuze literatuur is, dan heeft het genre recht van bestaan. Er is echter maar één Boeli van Leeuwen. En één Taal van de aarde.