Mooi als een tango

HERTA MÜLLER
ATEMSCHAUKEL
Hanser, 299 blz., € 19,90 (in het voorjaar van 2010 verschijnt deze roman in vertaling bij De Geus)

Herta Müller, Atemschaukel. € 24,30

Medium downloadedfile

Soms vertoont de geschiedenis blinde vlekken, blijven gebeurtenissen in duister gehuld, omdat machthebbers het licht van de waarheid niet verdragen. Vooral in dictaturen worden onaangename feiten onderdrukt.
In het communistische Roemenië gold dat voor de deportatie begin 1945 van ongeveer tachtigduizend Duits sprekende mannen en vrouwen naar werkkampen in de Russische steppe. Vijf jaar lang verrichtten ze daar onder erbarmelijke omstandigheden dwangarbeid.
Over het lot van deze mensen werd ten tijde van de communistische dictatuur gezwegen, omdat Boekarest niet herinnerd wilde worden aan het oorlogsverleden. Roemenië kreeg in 1940 een fascistisch bewind dat Hitler ondersteunde toen hij in 1941 de Sovjet-Unie aanviel. Het verslagen Roemeense leger capituleerde in 1944 voor de Russen en verklaarde nazi-Duitsland de oorlog.
De Duitse minderheden in de Roemeense landsdelen Siebenbürgen (Transsylvanië) en de Banaat (afstammelingen van Duitsers die zich hier eeuwen geleden vestigden) werden collectief schuldig bevonden aan het leed dat de Sovjet-Unie in de oorlog was aangedaan. Een Russische generaal gelastte in januari 1945 de deportatie van alle mannen en vrouwen tussen de zeventien en 45 jaar naar werkkampen, waar ze werden gedwongen te werken aan de ‘wederopbouw’ van de Sovjet-Unie.
Herta Müller, onlangs onderscheiden met de Nobelprijs voor literatuur, heeft in haar indrukwekkende roman Atemschaukel deze duistere episode aan de vergetelheid ontrukt. De schrijfster, die nu al ruim twintig jaar in Duitsland woont en werkt, werd in 1953 in een dorp in de Banaat geboren en hoorde als kind hoe er heimelijk werd gesproken over die afschuwelijke werkkampen, waar iedereen permanent werd gekweld door honger, uitputting en luizen. Ook haar moeder behoorde tot de gedeporteerden.
Een erg belangrijke bron was voor haar de Duitse dichter Oskar Pastior, die in 1927 in Hermannstadt (het huidige Sibiu) werd geboren en als achttienjarige werd gedeporteerd. Het voornemen het boek samen met hem te schrijven moest enkele jaren geleden worden opgegeven. In het najaar van 2006 stierf Pastior. Een jaar later besloot ze het boek alleen te schrijven. De roman verscheen enkele maanden geleden.
Müller zelf was dus nooit in een van de kampen, en toch geeft haar roman een zeer indringend beeld van wat er in die kampen is gebeurd. Ze bedient zich daarbij van een ik-verteller, Leopold Auberg uit Hermannstadt, die zeventien jaar was toen hij met andere mannen en vrouwen werd afgevoerd in een trein die bestond uit veewagens. Na vijf jaar keerde hij zwaar getraumatiseerd terug en ook zestig jaar later is hij niet losgekomen van deportatie en werkkamp.
‘Sinds ik terug ben uit het kamp is de slapeloze nacht een koffer uit zwarte huid. En deze koffer is mijn voorhoofd. Ik weet alleen sedert zestig jaren niet of ik niet kan slapen omdat ik mij aan de voorwerpen wil herinneren, of dat het omgekeerd is. Dat ik me met hen bezighoud, omdat ik sowieso niet slapen kan.’
Leopold, zo bewijst de roman, herinnert zich alles zeer goed, en wordt door deze herinneringen achtervolgd. Hij vertelt uitvoerig over zichzelf en over lotgenoten; over de eeuwige honger, het zware werk, de vermoeidheid, de voortdurende plaag van luizen en vlooien. Soms werd de ellende even verdrongen. In het kamp werd ook muziek gemaakt, gedanst en de liefde bedreven.
Het bijzondere van deze roman is vooral de wijze waarop dit alles wordt beschreven. De concrete ellende verdwijnt niet uit het zicht, maar wordt verpakt in een poëtische, beeldende taal. Een recensente sprak over Müllers ‘poëtisch expressionisme’. De schrijfster zelf sprak over de noodzaak een ‘taal voor het onzegbare te vinden’. En daarin is ze uitmuntend geslaagd.
Ze schept daarbij nieuwe woorden. Atemschaukel is zo’n woord. Het is niet alleen de titel van het boek, maar komt ook verschillende keren in de roman voor, en betekent in feite het op- en neergaan van de adem. Maar het woord heeft ook iets onheilspellends, beangstigends.
Een ander veelvuldig voorkomend woord is Hungerengel. De honger wordt een wezen, een engel, steeds dreigend aanwezig, met wie een gevecht op leven en dood wordt geleverd. Dit leidt tot zinnen als deze: ‘De hongerengel zet mijn wangen op zijn kin. Hij laat mijn adem op- en neergaan. De Atemschaukel is een delirium en wat voor een.’ Daarbij draait alles om één punt: eten. ‘Reeds zie ik de wit gedekte tafels in de lucht, en het steengruis knarst onder mijn voeten. En de zon schijnt helder midden door mijn pijnappelklier. De hongerengel kijkt op zijn weegschaal en zegt: je bent me nog altijd niet licht genoeg, waarom ben je zo vasthoudend.’
Anderen wonnen de strijd tegen de honger niet. In wat Müller de Hautundknochenzeit (veloverbeentijd) noemt, sloeg de dood toe. In maart van het vierde jaar waren er al 330 doden. ‘Als doodsoorzaak werd bij iedereen wat anders aangegeven, maar honger speelde altijd een rol.’
Leo Auberg maakt het ondraaglijke draaglijk door de ellende naar een ander, verlokkend niveau te tillen. ‘Wanneer men zijn doodsangst wil bedwingen, maar niet aan hem kan ontkomen, transformeer hem dan naar iets verleidelijks. Ook in de ijzige kou, wanneer men zich niet mag bewegen, fantaseer dan dat het afschuwelijke mild is.’
Auberg doet dat herhaaldelijk. Het hanteren van de schop bij het ontladen van een vrachtwagen vol kolen wordt een soort dans: ‘Het is even mooi als een tango.’ Als de opzichter vraagt hoe hem het vuile en gevaarlijke werk in een cokesfabriek bevalt, zegt hij: ‘Elke ploegendienst een kunstwerk.’ Hij verzint ‘vluchtwoorden’ om mentaal te ontkomen aan de giftige stoffen en gassen die lichaam en kleding aanvreten.
‘Vluchtwoorden’ veranderen de barre werkelijkheid niet, maar ze helpen te overleven. Ze waren ‘noodzakelijk en een marteling, omdat ik hen geloofde, ofschoon ik wist, waarom ik ze nodig had’. En dit geldt in een bepaald opzicht ook voor de poëtische, beeldende taal van Müller. Ze verandert de werkelijkheid niet. Juist door deze taal is het verhaal over de kampen en de dwangarbeid een stuk geschiedenis geworden om nooit te vergeten.