Popmuziek: Lana Del Rey

Mooi als ze huilt

Met haar teksten positioneert singer-songwriter Lana Del Rey zich lijnrecht tegenover de emancipatietrend onder popartiesten als Beyoncé en Rihanna, vaak tot ergernis van feministen.

Los Angeles, 26 januari 2020, Lana Del Rey bij de Grammy Awards © Rich Fury/Getty Images for The Recording Academy

Het is 1964 als Jack Jones een Grammy wint voor ‘Wives and Lovers’. ‘Hey little girl’, zingt hij op het liedje van Burt Bacharach en Hal David, ‘comb your hair, fix your makeup/ Soon he will open the door/ Don’t think because there’s a ring on your finger/ You needn’t try anymore’.

Het is 2011 als een nobody haar nummer ‘Video Games’ uploadt naar YouTube. In de bijbehorende, zelf in elkaar geknutselde clip wordt nostalgisch archiefmateriaal afgewisseld met beelden van de zangeres, die statig en pruilend in haar webcam kijkt, als een femme fatale en kindvrouw ineen. De artiest heet Lana Del Rey. Ze zingt: ‘Swinging in the backyard/ Pull up in your fast car/ Whistling my name/ Open up a beer/ And you say, “Get over here/ And play a video game”’.

In 1964 zong Jones: ‘Better wear something pretty’. In 2011 zingt Del Rey: ‘I’m in his favourite sundress.’ En dan, in lange uithalen: ‘It’s you, it’s you, it’s all for you/ Everything I do’.

De tegenstelling is er vanaf het begin: Lana Del Rey is afhankelijk en autonoom, old Hollywood en Instagram, bad ass en klein meisje. In ‘Video Games’ lijkt ze met haar gebeeldhouwde gezicht en lege blik op een tot leven gekomen fantasie aan wie nog steeds iets onwerkelijks kleeft. ‘Heaven is a place on earth with you’, herkauwt ze de hit uit de jaren tachtig met een stem waarin zowel verveling als melodrama weerklinkt en waarachter je zowel ironie als ernst kunt vermoeden. Er is iets aan deze vrouw dat brand new voelt, en tegelijkertijd is het alsof ze er altijd al was, van haar gezicht tot haar stembuigingen, van haar teksten tot de manier waarop haar melodieën vanuit de diepte omhoog kronkelen: ‘I heard you like the bad girls, honey/ Is that true?’

Enkele weken nadat het online komt is ‘Video Games’ al miljoenen keren bekeken, en nog voor het verschijnen van haar album is Del Rey te gast bij Saturday Night Live. Het optreden loopt uit op een fiasco. In plaats van de ongenaakbare diva uit haar clip blijkt Del Rey een onervaren performer: slecht op haar gemak en slecht bij stem. Na de hype zijn er nu de speculaties. Del Rey zou gesponsord zijn door haar rijke vader; ze zou ruim vóór de hype al een platencontract hebben gehad; de do it yourself-charme van haar eerste clips zou gefaket zijn. Waar het om draait is de vraag: is Del Rey authentiek? Heeft ze haar persona zelf gecreëerd of is hij haar aangemeten? Maar volgens Del Rey zelf maakt ze helemaal geen gebruik van een persona. In 2011 vraagt muziektijdschrift The Quietus haar of ze zich anders voelt wanneer ze ‘in character’ is. Del Rey, die werd geboren als Lizzy Grant, antwoordt: ‘“Lana” en “Lizzy” zijn een en dezelfde. Ik zou wel willen dat ik kon vluchten in een of ander alter ego, zodat ik me prettiger zou voelen op het podium, maar Lana voelt hetzelfde als Lizzy.’

Terwijl de discussie over Del Reys authenticiteit voortwoekert, komt haar album Born to Die binnen op de tweede plaats in de Amerikaanse hitlijst. Wie Lana Del Rey ook is, ze is hoe dan ook een fenomeen.

Lana Del Rey in de YouTube-clip ‘Video Games’, 2011 © Lana Del Rey - twitter

Elizabeth Grant wordt in 1985 geboren in New York City en ze groeit op in het slaperige plaatsje Lake Placid in upstate New York. Op haar vijftiende wordt Lizzy onhandelbaar. Haar ouders sturen haar naar een kostschool in Connecticut, waar ze naar eigen zeggen maar één vriend heeft, een jonge docent genaamd Gene, die haar Walt Whitman en Lolita te lezen geeft. In een tussenjaar, waarin ze bij haar oom en tante op Long Island woont, leert Lizzy gitaar spelen en begint ze liedjes te schrijven. Vanaf haar achttiende treedt ze op in kroegen en clubs in Brooklyn, terwijl ze intussen filosofie studeert aan Fordham University in The Bronx. In deze periode drinkt ze veel. Een van de redenen dat ze al vroeg besluit om er helemaal mee te stoppen, zo vertelt ze later in een interview, is dat ze de auto van haar ouders kwijtraakt. ‘Je bedoelt dat je hem in de prak reed?’ vraagt de interviewer. ‘Nee’, zegt Del Rey, ‘ik was vergeten waar ik hem had geparkeerd.’

Wat Del Rey ons laat zien zijn stereotypes van slachtoffers, bedacht en bekeken door mannen

Zo loopt de route van Lizzy naar Lana enerzijds via het soort verhalen waaruit mythes worden geboren, anderzijds langs het alledaagse en banale. Op dezelfde manier was wat het internet aanzag voor een omgekeerde verdwijntruc – poef! en daar was Lana Del Rey – in feite het resultaat van een jarenlang zoeken naar en perfectioneren van een sound en esthetiek. Vóór Born to Die waren er een EP (Kill Kill, 2008) en een titelloos album (2010) waarop de singer-songwriter haar nostalgische popgeluid met hiphop-invloeden onder diverse namen uitprobeerde, terwijl ze intussen van een slordig geblondeerde girl next door veranderde in een roodharige vamp met pruillippen en iets vaag verbouwds in haar gezicht. Is Lana Del Rey gecultiveerd? Ja. Maakt dat haar minder authentiek? Nee.

Born to Die is een hit en Lana Del Rey is een ster. Gestaag begint de singer-songwriter te bouwen aan haar oeuvre. Waar Born to Die nog strak staat van de bravoure, daar is op het vervolg Ultraviolence (2014) het tempo omlaag geschroefd. In alle rust laat Del Rey haar galmende stem opgaan in een wall of sound van huilende gitaren, bedwelmende strijkersarrangementen en beats als hartslagen. Honeymoon (2015) is zelfs nog kaler, ijler en trager, maar op Lust for Life (2017), haar minste album, is ze terug bij de ietwat geforceerde popsound van Born to Die. En dan is er, in 2019, de instant-klassieker Norman Fucking Rockwell!, een evenwichtig album vol puntige liedjes met een hoofdrol voor de piano waarop bewijsdrang heeft plaatsgemaakt voor zelfvertrouwen.

Op elk album zingt Del Rey weer over min of meer hetzelfde: toxic relaties en bad boyfriends. Anders dan bij zangeressen als Beyoncé en Rihanna, die zichzelf uitdrukkelijk presenteren als sterk en autonoom, gaan Del Reys teksten over verlangen, afhankelijkheid, liefdesverdriet, passiviteit. Toch doet de singer-songwriter meer dan zich onttrekken aan de emancipatietrend; ze speelt een interessant spel met overdrijving en emotie. Als ze zingt dat ze van je houdt ‘till the end of time’ of dat ze met bloed op je muren schrijft, als een ‘24/7 Sylvia Plath’, dan meent ze dat en ze meent het niet. Het is een uitvergroting die precies uitdrukt wat ze voelt. Tegen The Quietus verwoordt ze het zo: ‘Soms voelt liefde als een kwestie van leven of dood.’

Er is nog iets wat je over Del Reys overdrijvingen kunt zeggen: ze zingt niet zomaar over grote emoties, maar specifiek over de gevoelens die horen bij meisjeskitsch. Ze zingt over het dwepen, het lijden en de verveling die we associëren met tienermeisjes; ze belichaamt het lustobject dat met een male gaze wordt bekeken. Als ze zingt: ‘I’m pretty when I cry’, dan verheerlijkt en ironiseert ze haar eigen slachtofferschap. Problematisch wordt dat in de teksten waarin Del Rey niet het slachtoffer is van liefdesverdriet maar van huiselijk geweld. In de clip bij ‘Blue Jeans’ verdwijnt de zangeres niet alleen onder water als Ophelia, dat icoon onder meisjesslachtoffers, maar wordt ze ook suggestief bij de keel gegrepen door een getatoeëerde mannenhand. Op ‘Ultraviolence’ zingt ze: ‘He hit me and it felt like a kiss (…) I can hear sirens/ I can hear violins (…) Give me all of that ultraviolence’. Op weer een ander nummer zingt ze over dat andere beroemde meisjesslachtoffer, Lolita.

Terwijl feministen Del Reys dubieuze verheerlijking van gewelddadige relaties terecht blijven bekritiseren, houdt de singer-songwriter zelf koppig vol dat het niet haar intentie is om gewelddadige relaties af te beelden als ‘glamorous’, maar dat zijzelf nu eenmaal ‘a glamorous person’ is die over dit onderwerp zingt. Dat het effect hetzelfde is, dringt niet tot haar door. En toch. Toch is wat Del Rey doet interessanter en complexer dan simpelweg seks verbinden aan slachtofferschap. Wat ze ons laat zien – Ophelia, Lolita, de huisvrouw over wie Jack Jones ooit zong, in een hedendaagse variant – zijn stereotypes van slachtoffers, bedacht en bekeken door mannen. Del Rey eigent zich die stereotypes toe en onderzoekt ze van binnenuit, om ze op de mannenblik te heroveren en ze op die manier te emanciperen. Zoals rapartiesten als Cardi B en Nicki Minaj zeggenschap opeisen over het cliché van de geseksualiseerde (zwarte) vrouw door zichzelf te seksualiseren, zo doet Del Rey iets soortgelijks door zich het lijden van meisjes eigen te maken.

Het is dan ook wrang dat Del Rey zich vorig jaar expliciet distantieerde van vrouwelijke popartiesten die hun eigen seksualiteit bezingen, onder wie Cardi B, Nicki Minaj en Beyoncé. In een controversieel Instagram-bericht schreef ze het zat te zijn dat haar teksten bekritiseerd worden terwijl er vrouwen zijn die zingen over ‘sexy zijn, geen kleren dragen, fucking, vreemdgaan’. Het bericht mondde daarmee uit in een sneer naar vrouwelijke artiesten van kleur. In haar teksten speelt Del Rey een interessant spel met stereotypes, maar in haar statement vliegt ze uit de bocht wanneer ze zichzelf omschrijft als ‘delicate’ en haar collega’s van kleur typeert als grofgebekt. Dat is niet zomaar een onschuldige tegenstelling maar een uitspraak in een lange lijn van racistische denkbeelden waarin de witte vrouw fragiel en hulpeloos is, en de zwarte vrouw onbeschaamd en onafhankelijk.

Del Rey is in haar carrière altijd uitgesproken liberal geweest, tot een publieke ruzie met Trump aan toe, maar haar romantisch-nostalgische inborst doet haar vaak neigen naar conservatieve denkbeelden. Op de single die ze eind 2020 uitbracht zingt de vrouw die recent nog raadselachtig opmerkte ‘not not a feminist’ te zijn: ‘Let me love you like a woman/ Let me be who I’m meant to be’. Weg is de tongue-in-cheekness van Norman Fucking Rockwell! of de suggestie van ironie die haar teksten altijd heeft gekenmerkt. Zou de verwaarloosde vriendin uit ‘Video Games’ dan definitief getransformeerd zijn tot de behaagzieke huisvrouw over wie Jack Jones zong? Het maakt eigenlijk des te nieuwsgieriger naar Del Reys nieuwe album, dat zelfs wanneer het oerconservatief blijkt te zijn nog de moeite waard is, al was het maar omdat het deel uitmaakt van een prikkelend oeuvre van een unieke artiest.


Lana Del Reys nieuwste album Chemtrails over the Country Club is nu uit