Mooi ei

We zitten in een klaslokaal - klassieke opstelling, bankjes en stoelen met daartussen paden voor een banjerende onderwijzer. Er is plaats voor dertig kinderen, door de omstandigheden zijn dat nu volwassenen. Een mevrouw geeft les over de Zuidpool, over het ontstaan, over temperaturen, over dieren die er nog net en dieren die er niet kunnen leven. Plots wordt ze onderbroken door de binnenkomst van twee merkwaardige wezens. Ze zien eruit als een hofdame en een majordomus. Maar als we goed kijken zien we dat hun kleding merkwaardige uitsteeksels bevat. Hun haar is nat, ze schudden het vocht van zich af als honden die zojuist een rondje hebben gezwommen. Ze dragen doorzichtige koffertjes. In die van de vrouw zit een handdoek, in die van de man een curieus apparaat. Ze nemen plaats voor en achter in de klas.

Na een merkwaardig gevecht om de handdoeken worden ze in minder dan geen tijd verliefd. Ze maken een kind, de vrouw legt een ei, en dan begint het spel pas echt goed. De vrouw wil het ei uitbroeden, maar de man heeft besloten dat hij dat nu maar eens moet gaan doen. Hij onderstreept zijn kordate optreden door af en toe een stoel van ons te lenen en daarop staand plechtig een gedicht te zeggen. Dat zijn teksten in de trant van ‘De tijd vliegt, maar ik niet’. Na een korte gevecht tussen de man en de vrouw sluiten ze een compromis: pa broedt, ma zoekt voedsel (vis). Het broeden van de vader lukt niet erg, dus kiest hij voor een pragmatische oplossing: een theemuts. Uit het doorzichtige koffertje klinkt een meisjesstem, de stem van een kind dat er al wel een beetje is, maar dat er toch maar niet wil zijn, een kind dat voorbijgaat. Kort nadat de vrouw met vis (niet rauw, zoals afgesproken, maar ingeblikt) is teruggekeerd, wordt duidelijk dat het kind er nooit zal komen. De vrouw en de man nemen liefdevol afscheid. Zullen ze het volgend jaar weer proberen? Misschien. Misschien ook niet. Einde.
Vaders & eieren is een theatraal kleinood (tekst: Heleen Verburg, regie: Silvia Andringa) van de noordelijke jeugdtheatergroep De Citadel. De kinderen weten dat er 'iets’ staat te gebeuren, maar ze weten niet wat of wanneer. Een week van tevoren wordt 'een ei’ uitgedeeld, een klein boekje met gedichten (van Jos van Hest). En dan komt de voorstelling, in de klas, tussen de kinderen gespeeld. Er is alleen daglicht, en die mooie kostuums (Renée Zonnevylle), en twee mooie acteurs. Winie Froeling weet door haar lange ervaring in het jeugdtheater wat het is om heel dicht op de huid van de kinderen te spelen, en ze doet dat nog altijd prachtig. Ron van Lente kende ik nog niet: hij blijkt zich vooral toe te leggen op komedieacteren, en dat is hem aan te zien. Zijn timing (wegkijken, de blik van een toeschouwer zoeken, een grap plaatsen, een tekst plechtig opzetten om hem vervolgens dolkomisch af te maken) is groots, slapstick op de vierkante millimeter, zonder vettig te worden. Heleen Verburg - die eerder voor het jeugdtheater Winterslaap schreef, Moeder in de wolken en een bewerking van Winnie de Pooh - is een meester in plotse wendingen: als je denkt te weten waar we zijn, gebeurt er opeens iets heel anders. Wie of wat die twee wezens nu precies zijn, blijft duister. Om me heen gokte het publiek op pinguïns. Mij kon het niet schelen. Ze waren er gewoon. Waar Vaders & eieren over gaat? Ik zou het niet weten. Over poëzie, denk ik. Of over de ontdekking dat naast zwerftochten, nageslacht en rauwe vis nog een paar dingen belangrijk zijn. Zoals gedichten.
De voorstelling reist sinds het najaar van 1996 uitsluitend langs scholen in het noorden van het land, het werkterrein van De Citadel. Dit kleine juweel zou ook elders te zien moeten zijn. Niet zozeer vanwege de noodzaak om het jeugdtheater uit het noorden van het land te ontsluiten voor de rest van Nederland. Maar vooral omdat Vaders & eieren stil is, klein, poëtisch en ontroerend. Wie neemt het voortouw? In november en december aanstaande zijn de spelers beschikbaar.