Mooi oppervlakkig

Wonderkind is een toneelstuk over de jonge Mozart, of liever: over de mythe die zijn vader van hem maakte. De film Amadeus behandelde de dramatische gevolgen van het in de watten leggen van een jong muziekgenie. Wonderkind vertelt hoe het allemaal zo is gekomen. Het stuk werd geschreven door Mary Hall Surface. Zo'n achternaam is God verzoeken - en Mary doet hem eer aan: Wonderkind is een nogal oppervlakkige tekst. We volgen Mozart op zijn weg naar de roem, stap voor stap, en nog een stap, en nog eentje.

Voorspelen bij een hertog, onderweg naar een koning in Parijs, naar een koning in Londen. Ondertussen schiet het toneelstuk niet echt op. Mevrouw ‘Oppervlakte’ is vooral bezig de moeilijke jeugd van het wonderkind uit te leggen. Het stuk is eigenlijk geschreven in de vorm van een soapserie waarvan de afleveringen een tikje onhandig achter elkaar zijn geplakt.
Het Koninklijk Jeugdtheater (KJT) te Antwerpen speelt Wonderkind nu in de regie van Allan Zipson (een in Nederland gerenommeerde jeugdtheatermaker). Het KJT heeft zijn eigen schouwburg, een waar theaterhuis, een zaal waar men in het Nederlandse jeugdtheater alleen maar van kan dromen: plaats voor vierhonderd kids, een groot speelvlak, een toneelhuis met talloze mogelijkheden, een begroting waar de prachtigste kostuums en decors mee kunnen worden gemaakt. En niet te vergeten: een ploeg acteurs en technici om de vingers bij af te likken. Zipson heeft Wonderkind eerder in Duitsland geregisseerd. Hij moet daar hebben geleerd wat de zwakten van de tekst zijn. Daar heeft hij in Antwerpen zijn voordeel mee gedaan. En hij heeft er iets aangenaams mee uitgehaald: hij heeft de zwakke kanten van het stuk schaamteloos in de etalage gelegd.
Die ingreep werkt. De prachtige ploeg acteurs staat zich in het zweet te werken om het verhaal van die arme Mozart zo goed mogelijk te vertellen. Steven de Schepper is een juweel van een wonderkind, een soort theatrale wervelwind. Jos Dom, die de rol van vader Leopold in een laat stadium heeft overgenomen, staat de hele voorstelling lang op scherp; hij maakt van een onmogelijk personage een juweel. Anke Helsen en Natalie Steelandt verbeelden op onnavolgbare wijze de twee vrouwen in Mozarts leven. Om hen heen speelt een ploeg acteurs al die ondankbare bijrollen - ze komen op en voor je in de gaten hebt wie ze precies voorstellen, zijn ze weer verdwenen. En in het laatste half uur incasseert men waar het Mary Hall Surface klaarblijkelijk om begonnen was: de vader heeft iets in zijn zoon geprojecteerd, wat-ie vervolgens weer kwijtraakt. Hij is opnieuw alleen.
En dan de vormgeving. Wonderkind is ontworpen door één man: Henk Heikoop. Hier heeft de recensent een klein probleem. Heikoop, jarenlang docent en stafmedewerker aan de Amsterdamse Theaterschool, is een ex-collega en vriend van de hier optredende journalist. En één van de ijzeren wetten van de journalistiek luidt: over vrienden schrijf je niet. Ik ga die wet nu met voeten treden. Henk Heikoop heeft Wonderkind wonderbaarlijk mooi vorm gegeven. Als een soort Gesamtkunstwerk. De vorm ligt er al als we binnenkomen: een simpele ruit met een kleurig randje. Ze wordt in de loop van de voorstelling almaar kleuriger. De kostuums zijn een soort sinterklaascadeaus (pak uit, pak uit, er zit nog meer in de zak!), de belichting gooit er nog wat scheppen bovenop, het is een feest voor het oog.
De acteurs doen iets wat ik in toneel het mooiste van het mooiste vind: ze gaan met de hen aangereikte vormen schaamteloos aan de haal. De vormgever heeft ze uitgedaagd het onderste uit de kan te halen. Als team zijn ze ver gegaan in het vertellen van het verhaal over dit veel te jong in de uitverkoop gelegde wonderkind. En ver gekomen.
In Vlaanderen worden voorstellingen van het KJT door de reguliere kranten niet meer gerecenseerd. Ik snap niet waarom. Maar ik snap de laatste tijd erg weinig van onze zuiderburen. Ze zouden hun schatten wat meer kunnen koesteren. En de Nederlandse programmeurs moeten gaan opletten: KJT is een club om in de gaten te houden.