Mooi streven

Een van Nederlands bekendste interviewers schreef een roman die in eerste instantie het best te beschrijven is als een liefdesdrama met een krankzinnig trekje. De liefde waar het hier om draait is die tussen Priscilla, een 22-jarig meisje uit een arbeidersmilieu, en de Marokkaanse Karim, student Nederlands. Maar gaat het daar wel om? vraag je je af als het boek vordert. En dat blijkt de moeilijkheid van deze roman, die de lezer verstrikt doet raken in een veelheid aan verhaallijnen.
Frénk van der Linden valt met de deur in huis: al na twee pagina’s hoort Priscilla dat haar geliefde Karim gedood is. Gestenigd zelfs. Priscilla reageert onwaarschijnlijk koel, twijfelt tussen een sportbeha en een kanten gevalletje, en kijkt nog even of ze e-mail heeft. Die onderkoelde en onthechte toon houdt aan gedurende de periode na Karims overlijden, en je vraagt je af wat er in vredesnaam met dit meisje aan de hand is.

Wanneer Priscilla in een psychose naakt over de middenstreep van de snelweg balanceert, daagt het dat ze inderdaad niet helemaal in orde is. Wat er aan haar schort, leer je in de scènes die in retrospectief het verhaal van Priscilla vertellen, terwijl ze ondertussen haar tijd in de psychiatrische inrichting uitzit. Zwanger van Karim bovendien. De terugblikken geven het karakter van Priscilla het nodige reliëf. Het weerbarstige meisje is verlaten door haar moeder en heeft een ietwat ongezond symbiotische relatie met haar vader. Door een gruwelijke gebeurtenis in het gezin krijgt Priscilla een obsessie met bloed. Deze obsessie, die als een rode lijn door het verhaal loopt, lijkt aanvankelijk met weinig samen te hangen, maar laat zien hoe morbide haar binnenwereld is. Bij de lugubere ontknoping van het verhaal valt dit gegeven een beetje op zijn plaats, maar dan is het eigenlijk te laat. Hoe zorgvuldig de geschiedenis van Priscilla ook uiteen wordt gezet, de constructie haalt iedere spanning uit de roman.

Ook de hippe taal die het hoofdpersonage bezigt, maakt een gekunstelde indruk. Priscilla vindt dat iemand ‘crap uitkraamt’, een herinnering is ‘te au’ en iemand probeert iets uit haar te ‘peuren’. Priscilla heeft dit soort woorden niet nodig om tot leven te komen, bovendien zorgt deze taal voor een platte, harde toon. Er zitten ook grappige woorden als ‘relatierot’ bij, en het is mooi wanneer er ‘kakkerlakken uit haar mond vallen’ als ze scheldt. Minder aansprekend is de wijze waarop Priscilla het over haar seksualiteit heeft. Dat dit op een liefdeloze manier gebeurt is nog te verklaren vanuit de vlagen van zelfhaat. Probleem is dat het niet invoelbaar is dat dit meisje – stoer en hard, maar toch – in zulke grove woorden over haar eigen lichaam praat.

Naast de uitvoerige uiteenzetting van Priscilla’s jeugd, worden de verschillende milieus van Priscilla en Karim neergezet. Die passages ruiken en klinken. In Priscilla’s wereld wordt niet gelezen, kijkt moeder gtst en figureren zonnebankbruine hoofden. De ouders van Karim wonen aan de ‘goudkust van Hillegom’ en zijn het schoolvoorbeeld van het geïntegreerde Marokkaanse gezin. Om dat te onderstrepen wordt op diverse details ingezoomd: een verstofte koran tussen de jaargangen van World Press Photo in de boekenkast, vader Hassan die een Amstel 1870 drinkt terwijl hij ondertussen met een deurmagneet in de vorm van een hooggehakt vrouwenbeen tegen zijn flesje tikt en de naar Chanel ruikende moeder Leila die elke maand op een hadj naar de Bijenkorf gaat. Het is duidelijk: we hebben hier te maken met ‘gewone’ Nederlanders van Marokkaanse afkomst.

Hiermee lijkt Van der Linden te willen laten zien dat dé Marokkaan niet bestaat, en dat de werkelijkheid zoals we die door de media krijgen voorgeschoteld complexer is. Dat is een mooi streven, maar het lijkt erop dat de schrijver hier te veel zijn best heeft gedaan en dat gaat ten koste van de subtiliteit. Als lezer voel je je daardoor niet helemaal serieus genomen.

Bovendien versterkt het de vraag waar het in deze roman nu om draait. Om een beschadigd meisje of om een botsing van culturen? Doet het ertoe dat we hier te maken hebben met een Marokkaanse jongen en een Nederlands meisje? De enkele verwijzingen naar de actualiteit (zoals de moord op Fortuyn) doen vermoeden dat de roman wel degelijk ook een portret van een tijdsgewricht wil zijn.

Natuurlijk kan een verhaal meer lijnen hebben, en kan een roman meer dan één verhaal vertellen. Het gaat er vervolgens wel om de verschillende elementen dusdanig met elkaar te verweven dat de indruk ontstaat dat het verhaal alleen maar zo had kunnen lopen. En geen letter anders.