Mooie b-film voor wie acht is gebleven

Nog tot kerstmis overal in het land te zien. Inlichtingen: Teneeter in Nijmegen, 024-3600588.
Een zondagmiddag in oktober. Locatie: het door de groep Teneeter verbouwde Badhuis aan de Daalseweg in Nijmegen. Het speelvlak is open: een doorzichtig huis met aan weerskanten twee grote, halfronde trappen. Achter zijn schminktafels zichtbaar, pruiken, objecten. Boven het huis hangt een soort gordijn van riet, waarmee we in de jaren zeventig de ramen van onze kamers sereen bedekten. Onderaan het rietgordijn: rafels. Het is heel oud. Of niet af. De acteurs en actrices zijn gekleed in donkere kostuums en jurken. Afgedragen spullen. Ze gaan ons - het straalt uit hun ogen - een oud verhaal vertellen.

Over Koning Odysseus, die tegen Troje vocht. Die oorlog is voorbij, de Trojanen zijn verslagen. Odysseus reist terug naar zijn thuis, Ithaka, waar vrouw Penelopeia en zoon Telemachos op hem wachten. De goden verhinderen Odysseus’ thuiskomst. Althans, Poseidon, de god van de zee, heeft nog een appeltje met hem te schillen. Het gerucht dat Odysseus eigenlijk dood is, wordt over alle Helleense eilanden verspreid. Op Ithaka is het ondertussen een zooitje. Minnaars verdringen zich voor Penelopeia. Zij houdt ze af: er moet eerst een doek worden geweven. Iedere nacht haalt ze het weer uit elkaar. De rafels onder het rieten gordijn vertellen haar verhaal. Het verhaal van de wachtende bijna-weduwe.
Imme Dros heeft het stuk geschreven, op basis van haar boek, Odysseus, een man van verhalen, wat weer is gebaseerd op haar veelgeroemde vertaling van Homeros’ boeken over de Trojaanse oorlog en de nasleep daarvan. Andrea Fiege en Rinus Knobel hebben Koning Odysseus geregisseerd. De voorstelling van Teneeter is bedoeld voor iedereen van acht tot tachtig. Eigenlijk voor iedereen die altijd acht gebleven is. Ik voel me snel thuis.
Bij ons thuis werd nooit voorgelezen of verteld. Verhalen kwamen pas los in de vorm van platte grappen, als de wijn tijdens verjaardagen voldoende in mijn ooms was ingedaald. Voorlezen werd op mijn katholieke lagere school een doodzonde gevonden, net als ‘apekooien’ tijdens de gymles: zinloze tijdverspilling, want plezier. Het gymnasium was voor mij niet weggelegd, dus werden de verhalen van Homeros een late ontdekking. De Odysseia in de vertaling van Bertus Aafjes heb ik stukgelezen (net als later de bewerking door Imme Dros). Poging tot verklaring van een gemis. Het gemis heeft een prettig bijeffect: bij iedere goede theaterversie van die verhalen schuif ik met rode konen aan. Is dit voor acht tot tachtig? Oke, dan is het ook voor mij!
Koning Odysseus is een heerlijke voorstelling. Je voelt iedere seconde dat ze zich rot gevochten hebben om die grote vertelling voor ons onder de knie te krijgen. Koning Odysseus is een man die almaar terugkijkt, die probeert vooruit te kijken, maar die de greep op zijn overwinningsroes totaal kwijt lijkt te zijn. Op het voor hem onbereikbare Ithaka speelt zich een thriller af. Met de vuige, dwingelanderige minnaars (eigenlijk: ongure types op zoek naar macht) als maffiosi. Een mooie B-film, vol intriges. Met Penelopeia als tragisch middelpunt. En met zoon Telemachos als antiheld. Op de Olympos (waar de goden wonen) speelt zich cabaret af. Halve carnavalsmaskertjes dragen ze hier, rare pruiken, vreemde objecten. Bestaan ze eigenlijk wel, die goden? Of zijn ze door stervelingen verzonnen, als floor- show, een permanent excuus voor aards falen? De goden zelf weten het niet meer. Het zijn knuffels, die overlopen van Winnie-the-Poohteksten. De Oppergod blijkt een blaaskaak die de controle kwijt is, zijn vrouw is een negroide vamp op haar retour.
Middenin deze kakofonie van spanning, sensatie & kermis, is er ruimte voor ontroering. Als Odysseus voor het eerst zijn zoon Telemachos (die een baby van een paar maanden was toen de koning naar Troje vertrok) omhelst, gaat er een huivering van kruin tot tenen. Tot twee keer toe laat de voorstelling ook uitgebreid de ruimte voor de wereld van de doden, de verliezers: een a-capella-koor van stamelende zombies, die achteraf willen weten aan welk spel ze precies hebben meegedaan. De voorstelling trekt geen lange neus naar deze verliezers. Ze worden in hun (wanhopige) waarde gelaten. Treurig, maar het is niet anders!
Conclusie: Koning Odysseus had ik als kind willen zien.